Niet elke patiënt is een notoire klier

De Raad voor de Volksgezondheid gaat te veel uit van de onhebbelijke patiënt. Soms deugt ook de arts niet.

Ron Berghmans

Iedere dokter kent tenminste wel één klier van een patiënt die echt geen greintje fatsoen in zijn donder heeft. Vanuit een dergelijke uitzondering wordt ’de patiënt’ als groep door de Raad voor de Volksgezondheid & Zorg (RVZ) in het verdachtenbankje gezet. Ze hebben geen manieren, claimen alles wat los en vast zit, houden zich niet aan de fantastische adviezen van de dokters, zijn ontevreden en als het zo uitkomt klagen ze nog eens ook. Het tijdperk van de rechten van de patiënt lijkt definitief te zijn afgesloten. De RVZ maakte dinsdag het ’signalement’ Goed patiëntschap aan minister Klink voor Volksgezondheid openbaar. Daarin bepleit de raad een maatschappelijke discussie over meer eigen verantwoordelijkheid voor patiënten.

Patiënten hebben immers naast rechten ook verantwoordelijkheden en verplichtingen. „Daar wordt nauwelijks over gesproken”, luidt de ferme boodschap. De Wet op de Geneeskundige Behandelingsovereenkomst, die de afgelopen jaren de rechten van de patiënt heeft beschreven, is naar het oordeel van de RVZ te beschermend voor de patiënt. En dat kan eigenlijk niet in deze tijd van stijgende kosten in de gezondheidszorg, van zorginhoudelijke ontwikkelingen die een actieve inbreng van patiënten eisen, en van wijzigingen in het zorgstelsel die meer verantwoordelijkheden bij de patiënt leggen.

Een aantal ongelijksoortige problemen passeert in dit signalement de revue: de agressieve patiënt die de zorgverlener bedreigt en bij deze laatste burn-out veroorzaakt; patiënten die algemeen aanvaarde fatsoensnormen niet in acht nemen of zakelijke verplichtingen (lees: het betalen van de rekening) niet in acht nemen, maar ook de niet-meewerkende patiënt of de notoir alle leefstijladviezen negerende zorgvrager.

Het is vooral de van onwil betichte patiënt die het bij de Raad moet ontgelden. Je kunt het toch niet maken om je potje met pillen ongebruikt door het toilet te spoelen terwijl de kosten van de gezondheidszorg niet meer in de hand te houden zijn. En wat te denken van de roker met chronische bronchitis die het maar niet wil laten om een pakje shag per dag te verstouwen? De welgemeende behandelplannen en leefstijladviezen van de dokter verdienen tenslotte een beter lot dan om in de wind geslagen te worden door botteriken van patiënten.

Het mensbeeld van de RVZ is nogal eendimensionaal te noemen. Er zijn goed bedoelende dokters en onwelwillende patiënten. En het is zaak dat die laatsten zich voegen naar de eersten. Hoe dat te bereiken? Door rode en gele kaarten in geval van normoverschrijdend gedrag, door het eenzijdig beëindigen of ’neerwaarts bijstellen’ van de behandelingsovereenkomst in geval van tekortschietende coöperatie, door het financieel belonen van goed gedrag, of door de introductie van een vettax. De werkelijkheid is echter tegelijk complexer en genuanceerder. In de gezondheidszorg is interactie en communicatie tussen de patiënt (en vaak ook diens naasten) en zorgverleners van uiteenlopend pluimage. Daarbij gaat het over ziekten, stoornissen, beperkingen en handicaps bij de zorgvragers. En er is onmacht en onvermogen van uiteenlopende aard. Niet kunnen uit zich soms in niet willen. Niet zelden gaat het nodige mis in de communicatie tussen patiënt en zorgverlener. Eenzijdig de verantwoordelijkheid bij de patiënt leggen is onjuist en ongepast. Illustratief voor de beperkte visie van de RVZ is dat enerzijds wel wordt vastgesteld dat er van de kant van de zorgverlener ook zaken mis kunnen gaan, maar dat de oplossing daarvoor moet worden gezocht in het trainen van zorgverleners in het omgaan met agressie.

Het is één ding om patiënten aan te spreken op hun eigen verantwoordelijkheid in de zorg. Het is iets heel anders om die eigen verantwoordelijkheid af te dwingen, door sancties te verbinden aan het niet naleven van afspraken of adviezen. En nog iets anders is het om eenzijdig de zwartepiet bij de patiënt te leggen. Alsof dokters en andere zorgverleners de grote afwezigen zijn in contacten met patiënten en cliënten.

Er moet voor worden gewaakt dat in één beweging tegelijkertijd de rechtsbescherming voor patiënten wordt uitgehold, de beroepsethiek van dokters wordt gereduceerd, en de volksgezondheid van minder gemakkelijke en dociele patiënten in gevaar wordt gebracht.

Misschien wel het meest verstrekkende gevolg van de ideeën van de RVZ is dat de opbouw van een vertrouwensrelatie tussen patiënt en arts op voorhand wordt gefrustreerd.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden