Niet elk museum kan een Rijksmuseum zijn

Kleinere kunstinstellingen zuchten nog steeds onder de recente bezuinigingen. Laat daar ook oog voor blijven.

Duizend journalisten uit binnen- en buitenland, een jubelende Simon Schama, Ruud Gullit in een tv-spotje, meer dan 33.000 bezoekers in het eerste weekend: Wij feliciteren het Rijksmuseum met de heropening! Als straks ook het nieuwe Van Gogh klaar is, is het kwartet aan het Museumplein weer compleet. Nederland kan weer een bloeiende en (commercieel) florerende cultuursector laten zien, en zich meten met steden als Parijs, London, New York.

Terwijl het Rijksmuseum haar deuren opent, dwongen de recente bezuinigingen andere, kleinere kunstinstellingen het afgelopen jaar de deuren te sluiten. In Amsterdam sloot bijvoorbeeld het Nederlands Instituut voor Mediakunst NIMK, in Breda ging Lokaal01 dicht, in Almere sluiten de Paviljoens. En dit is nog maar het topje van de ijsberg. De komende jaren staat andere instellingen hetzelfde te wachten. Gedwongen ontslagen, fusies of inkrimping van het programma of aankoopbudget zijn nu al aan de orde van de dag.

Begrijp me niet verkeerd, het is niet mijn bedoeling om spelbreker te zijn en de feestvreugde rondom de 'Grande Opening' van het Rijksmuseum te bederven. Maar een moment van bezinning lijkt mij op zijn plaats.

Het beeld dat lijkt te ontstaan, is dat nu de grote, prestigieuze topinstellingen aan het Museumplein hun deuren weer hebben geopend, alles in kunstenland weer koek en ei is. Dit positieve doch eenzijdige beeld is aantrekkelijk in veel opzichten: Amsterdam ziet zoveel kansen voor de toeristenindustrie dat zij dit jaar samen met onder meer de musea 3 miljoen euro extra investeert in city marketing, bovenop het jaarlijkse budget van meer dan 12 miljoen euro.

Hier kunnen de kleinere instellingen natuurlijk nooit tegenop. Dat wordt ook niet verwacht. Maar waar het hier om draait, is de beeldvorming en het gemak waarmee het succes van de een als argument gebruikt kan worden tegen de ander. Ik hoor politici al zeggen: "Het gaat toch hartstikke goed met de Nederlandse kunst? Kijk naar het Museumplein, lange rijen, meer dan 30.000 bezoekers!"

Het is een beeld dat in Den Haag aanslaat: hoge bezoekersaantallen plus volop media-aandacht staat gelijk aan succes. Het plaatje beantwoordt aan het idee dat wanneer je vooral in de topsectoren investeert, het met 'de rest' wel goed komt. Maar deze topinstellingen hebben vaak decennia, zo niet eeuwen de tijd gehad om succesvol en prestigieus te worden.

Het ongewilde effect is een klimaat waarin er nauwelijks ruimte over blijft voor instellingen die juist uit het zicht van de mainstream functioneren. Ook voor die kunst is er publiek en waardering. Niet elk museum kan een Rijksmuseum zijn. Voor vele anderen ligt hun kracht in het in de luwte. Laat daar ook oog voor blijven.

Dit is een verkorte versie van een essay dat Christel Vesters schreef op verzoek van Platform Beeldende Kunst.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden