Niet één, maar wel vijf kansen

reportage | Op de Open Schoolgemeenschap Bijlmer zitten alle brugklassers door elkaar. Dat vraagt veel van docenten. 'Wij willen leerlingen kansen bieden.'

Gina, Mart en Denilia zitten tijdens de aardrijkskundeles over een vel A3-papier gebogen. Ze maken een poster over verschillende klimaten. Waar is het koud? "In Canada", zegt Mart beslist. "Waarom denk je anders dat kledingmerk Canada Goose daar is ontstaan?!" Denilia is kritisch: "Maar Justin Bieber loopt altijd zonder jas." Docente Marije Ebbens komt bij het groepje staan. "Wat is koud?", vraagt ze. "Dat voel je toch gewoon", zegt Gina. Danilia: "Koud begint bij tien graden." "Dat vind jij", reageert Mart. Mensen kijken er inderdaad verschillend tegenaan, zegt Ebbens. "Zoek het dus eens op in de kopietjes die je hebt gekregen."

In de klas van Ebbens zitten 27 leerlingen, die op verschillende niveaus aan hetzelfde onderwerp werken. Gina, Mart en Denilia hebben een werkboek op niveau vmbo-t/havo. Naast hen zit een groepje op vmbo-basisniveau te werken, verderop zijn havo/vwo-leerlingen in de weer met het klimaatsysteem van Köppen.

Zo gaat het in de hele onderbouw van de Open Schoolgemeenschap Bijlmer (OSB). Deze 'brede brugklas' moet ervoor zorgen dat kinderen meer tijd hebben om te laten zien wat ze kunnen, voordat ze definitief voor een bepaald onderwijsniveau kiezen. Directrice Saskia Grotenhuis: "Ons uitgangspunt is kansen bieden. Er is een grote groep kinderen van wie op twaalfjarige leeftijd nog niet duidelijk is wat ze kunnen. Wij vinden dat je niet te vroeg moet selecteren."

Op de OSB doen ze het al veertig jaar zo. Maar steeds meer scholen kiezen ervoor om leerlingen vanaf het eerste jaar per niveau in te delen. Het percentage leerlingen dat landelijk in een gemengde brugklas zit, daalde de afgelopen jaren van 39 naar 33 dertig procent, blijkt uit cijfers van de onderwijsinspectie.

Brugklassen waar leerlingen van alle niveaus bij elkaar zitten, zijn er sowieso nauwelijks. Zonde, vindt de Onderwijsraad, die deze week een advies stuurde aan minister Bussemaker van onderwijs waarin de raad het rendementsdenken van scholen hekelde. Want scholieren in een gemengde brugklas lukt het vaker om naar het hoogste onderwijsniveau te gaan. Bovendien kost het ze een jaar extra als ze eerst hun vmbo-diploma en daarna pas de havo doen. "Je kunt ze beter aan het begin van hun middelbare school meer kansen geven", zegt voorzitter Geert ten Dam.

De Onderwijsraad hekelde ook het 'strategische gedrag' van sommige scholen. Die stellen bijvoorbeeld hoge Cito-scores als voorwaarde voor toelating tot een havo- of vwo-klas, om zo het risico te beperken dat leerlingen uiteindelijk toch afzakken. Daarop worden scholen namelijk afgerekend door de onderwijsinspectie.

Om dit gedrag enigszins af te remmen, besloot staatssecretaris Dekker op initiatief van PvdA-Kamerlid Loes Ypma dat vanaf volgend jaar niet alle leerlingen die naar een lager niveau afzakken minpunten van de onderwijsinspectie opleveren.

Talenten
Grotenhuis begrijpt dat strategische gedrag van andere scholen wel. Maar je geeft geen les om hoge scores te halen, vindt Grotenhuis. "Je wilt leerlingen ook leren met elkaar samen te werken. Als je dat goed doet, kunnen ze gebruikmaken van elkaars talenten en manieren van werken."

Ja, dat vereist dat er goede docenten voor de klas staan. Die goed kijken wat een leerling al wel en niet kan. Die kunnen inschatten bij welke opdrachten het zinnig is om een vmbo'er met een vwo'er te laten samenwerken, en wanneer niet.

Is het gevaar niet dat de havo/vwo'ers wat aan hun lot worden overgelaten? Marije Ebbens, docent mens en maatschappij, bezweert van niet. "Je moet in elke klas differentiëren. Vaak geef ik groepjes ook apart een korte instructie. En ik moet aan het eind van de les en bij de toets controleren of eruit is gekomen wat erin zit. Ook bij de vwo'ers moet ik checken of zij niet onder hun niveau presteren."

Toch begrijpt directrice Saskia Grotenhuis ook wel dat ouders met een vwo-kind het liefst een categorale school uitzoeken. "Ouders hebben tegenwoordig maar twee in plaats van acht kinderen. Ze weten hoe belangrijk een diploma is. De voordelen van dit systeem voor een kind met vmbo-advies zijn duidelijk voor ouders. Bij ouders met een kind dat een havo/vwo-advies krijgt is dat moeilijker uit te leggen. "

Dat blijkt ook uit landelijke cijfers van het ministerie van onderwijs: gemengde brugklassen zijn vooral goed voor de minder sterke leerlingen. Veertig procent van de kinderen met de hogere vmbo-adviezen zit in de vierde op een hoger onderwijsniveau. Leerlingen die met een vwo-citoscore binnenkomen, lopen in een gemengde brugklas juist meer kans om af te zakken. Van hen zit na vier jaar 1 op de 3 op een lager niveau, tegenover 1 op de 10 van de kinderen die in een brugklas met alleen vwo'ers zaten. Op de OSB ligt dat anders, zegt Grotenhorst. "Er is weinig afstroom, en bovendien ook opstroom."

Niveauverschil
Het niveauverschil tussen leerlingen valt niet eindeloos te overbruggen, erkent directrice Grotenhuis. "Daar moet je reëel in zijn. Bij Frans is het op een gegeven moment voor een vwo'er wel lastig als hij een spreekoefening moet doen met een leerling met vmbo-basis niveau met een veel kleinere woordenschat." Bij talen, wiskunde en economie experimenteert de OSB daarom in de tweede met lessen per niveau. "Maar brede vakken als drama, techniek en beeldende vorming kun je heel goed in gemengde groepen aanbieden."

Op school moeten leerlingen zich ook sociaal ontwikkelen, zegt ze. "De helft van de Amsterdamse vwo'ers gaat naar een school met alleen vwo'ers. Dat vind ik jammer. Maar ook op scholen met meer onderwijsniveaus worden leerlingen vroeg gescheiden. Zelfs de gymles wordt apart gegeven. Zelfs dat laten ze liggen."

Toch zijn de scores van de vwo-afdeling van de OSB wat mager vergeleken met andere Amsterdamse vwo-afdelingen, blijkt uit bijvoorbeeld de 'beste-scholenlijst' van weekblad Elsevier. Grotenhuis: "Ja, we kunnen daar nog veel verbeteren. We hebben in het verleden misschien wel te veel gefocust op de kansen en wat te weinig op de resultaten. Maar ik heb maar één vwo-klas. Wij ondervinden veel concurrentie van categorale scholen die vwo-brugklassen maken. Dan zegt men: dan hef je je vwo-klas toch op? Maar ik wil juist dat leerlingen bij elkaar op school zitten. Het is essentieel dat leerlingen ook naar het vwo kunnen klimmen. Juist hier in Zuidoost is dat belangrijk. Daar mis ik steun voor."

Nee, leerlingen die met een vmbo-kaderadvies binnenkomen op de OSB gaan na twee jaar brugklas niet massaal naar het vwo. "Het is wel eens gebeurd. Maar ik denk dat zo'n leerling met het verkeerde schooladvies van de basisschool is gekomen of dat er in de thuissituatie iets aan de hand was." Het gros van de schooladviezen is adequaat, erkennen ze op de OSB. Maar de leerlingen komen vaak de school binnen met gemiddeld lagere adviezen dan op categorale scholen, die minimale eisen stellen aan cito-scores. En de laatste jaren klimmen wat minder leerlingen naar een hoger niveau dan voorheen. Met name door de strengere exameneisen voor wiskunde, Nederlands en Engels. "Ook wij zijn ook strenger geworden. Maar bij sommige leerlingen valt later ineens het kwartje."

Uiteindelijk is het een pedagogische keuze, zegt Grotenhuis. "Wij richten ons op de ontwikkeling van het kind." Maar dat botst wel eens met de ideeën van de Onderwijsinspectie en de rest van onderwijsland.

Het duidelijkst is dat te zien bij de beoordeling van de zesjarige havo van de OSB. Leerlingen van wie na de twee brugklasjaren duidelijk is dat ze de havo aan zouden kunnen, maar er nog niet klaar voor zijn - omdat ze een taalachterstand hebben, veel afwezig zijn geweest vanwege persoonlijke omstandigheden of heftig hebben gepuberd - volgen een voorbereidend havo-jaar (vhj). Maar volgens de Onderwijsinspectie blijven deze kinderen simpelweg zitten. Grotenhuis: "Zo'n 80 procent van deze leerlingen haalt uiteindelijk het havo-diploma. Dat is toch goed."

Kinderen verdienen niet één kans, maar wel vijf, zegt Grotenhuis. Maar in het huidige systeem is dat steeds lastiger. "Soms hebben kinderen wat meer tijd nodig om tot bloei te komen en pubers hebben ook veel met elkaar uit te vinden. Maar wat maakt dat uit? We worden straks allemaal honderd jaar."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden