'Niet doen of het maar gewoon is, zo'n vriendschap'

Vrienden zijn een apart soort familie. Wat vertellen wij over vriendschappen, en wat zegt dat over ons? Vandaag Jenny Arean en Jacqueline de Vries die van huisgenoten hartsvriendinnen werden.

Van meet af aan zat het goed. Ik vond haar een léuk mens. Ze hield van koken, was goed van lullen en was zo betrouwbaar als de bank. Een duidelijke zaak."

Zangeres en actrice Jenny Arean (69) blikt terug op het begin van haar vriendschap met Jacqueline de Vries (61), die begin jaren zeventig bij haar in huis kwam wonen. Arean speelde indertijd volop bij de Theaterunie en zocht een oppas voor haar dochtertje Myra. "Ik hoorde over ene Jacqueline, die een kamer nodig had. We snapten elkaar meteen, en ze was ontzettend leuk met Myra. Een jaar heeft ze bij mij in huis gewoond, tot ze een vrijer kreeg en daarbij introk. Maar onze vriendschap bleef."

Jacqueline: "Ik scheurde als werkstudent kaartjes bij theater de Brakke Grond en deed de dansopleiding aan de Theaterschool. Mijn hart lag bij het theater en Jenny had ik hoog zitten. Ik had haar vroeger veel op tv gezien, in 'Vadertje Langbeen' bijvoorbeeld. Ik vond het geweldig om nou net bij háár te kunnen gaan wonen."

Nu, 38 jaar later, zitten ze samen aan de keukentafel van Jenny's huisje in de Amsterdamse Jordaan. Theedrinkend, druk pratend, lachend. Hartsvriendinnen zijn ze, volgens Jenny. "Zéker", bevestigt Jacqueline, die werkt als bewegingsdocent aan de Theaterschool. "Onvoorwaardelijk. Jenny is degene die ik het eerste zal bellen als ik verdrietig ben of niet weet wat ik moet doen. Ik vertelde haar eens dat ik 's nachts zo beroerd was geweest, en meteen vroeg ze: Waarom heb je me niet gebeld? Hallo, zei ik, jij had net opgetreden, dan ga ik je toch niet wakker bellen!"

Jenny: "Onvoorwaardelijk betekent dat je weet: als de boel afbrandt, kan ik daar logeren; als ik ergens mee zit, kan ik bij haar terecht. Iemand die je tot in je nieren vertrouwt, waar geen komma's en punten bij horen - geen voorwaarden dus."

Toen Jacqueline bij haar vrijer introk, bleef ze bij Myra en Jenny komen. Jenny: "We hebben nooit geheimen voor elkaar gehad en bespraken direct álles, zoals ook de rampzalige bevalling die ik had gehad. Zij zei toen: Als ik ooit een kind krijg, mag jij erbij zijn en dan gaat het heel goed. En ja: ik heb allebei haar kinderen geboren zien worden." Jenny was getuige op het huwelijk van Jacqueline, en Jacqueline op dat van Myra. "Mooi dat wij zo'n groot deel van elkaars verleden kennen", zegt Jacqueline bewogen. Jenny knikt: "Een gedeeld leven is bepalend voor het vertrouwen. Je hoeft ook niet zoveel uit te leggen." Ze wonen tegenwoordig nog geen vijftig meter bij elkaar vandaan en zien elkaar veel. Als er een week tussen zit, is er iets niet pluis.

Jacqueline: "Dan stuur ik minstens even een sms. Tijdens de vakanties houden we ook contact: Hoe is het daar, is het mooi weer?"

Jenny: "En we gaan altijd samen naar het theater. Ik bestel sowieso twee kaarten."

Jacqueline: "Laatst kreeg ik weer zo'n sms: Zet in je balboekje: Oom Wanja, 1 juni."

Jenny: "Maar toen sms'te jij terug: Nee, dan gaat die-en-die trouwen! Daar moeten we ook naartoe!"

De we-vorm gebruiken ze opvallend vaak, als een soort echtpaar. "Ja", grinniken ze, "dat zijn nu eenmaal de dingen die wij samen doen, daar hoeven we Roelof niet voor te vragen." Roelof is de echtgenoot van Jacqueline; Jenny woont alleen. Roelof vindt deze buitenechtelijke relatie van zijn vrouw geen probleem, verzekeren de vriendinnen.

"Hij is dat wel gewend", zegt Jenny. "Jacqueline houdt talloze contacten bij, zij is de trouwste persoon die er bestaat. Ik kan niet tippen aan haar sociale gevoel; vóór haar was ik nog nooit zo'n trouw mens tegengekomen." Ze zwijgt opeens en schiet helemaal vol. "Ja, dat ontroert me diep. Trouw vind ik een van de mooiste begrippen die er zijn."

In haar jeugd had ze daar weinig van meegekregen. Jenny's moeder was weggelopen bij haar vader, wat uitzonderlijk was, zo vlak na de oorlog. "Maar mijn vader sloeg haar dan ook heel hard. Mij niet, hoor." Ironisch: "Hij was lief voor kinderen en dieren."

Jenny woonde deels bij haar moeder, deels bij vreemden en in een kindertehuis. Ze is opgegroeid zonder broers of zussen, maar heeft een klein groepje vrienden en één hartsvriendin die ze al decennia trouw is.

Is dat liefde? "Absoluut!" zegt Jenny. "Vriendschap is liefde zonder erotiek; ik denk dat dat voor alle goede vriendschappen geldt. Daar moet je met moed, beleid en trouw mee omgaan, al hoef je geen moed te verzamelen om je ziel open te stellen. In de liefde waar erotiek bij hoort is dat wel nodig; dat maakt dat soort liefde ook veel moeilijker. De liefde van een diepe vriendschap hoef je niet te winnen of te overwinnen: die dient zich aan. Die blijkt te zijn, en daar groei je heel natuurlijk in mee."

Jacqueline: "Ik ben heel geroerd, en het ook helemaal met haar eens: zo is het echt. Daardoor kan ik onvoorwaardelijk met mijn problemen komen, maar kan ik ook terechtgewezen worden. Vriendschap kan corrigerend werken, al is het ook moeilijk als de ander je een spiegel voorhoudt." Een beetje verlegen geeft ze een voorbeeld: "Ik was niet erg aardig na mijn hersenbloeding, acht jaar geleden." Jenny, haar direct verdedigend: "Waarschijnlijk was dat een reactie op haar onmacht en angst. Ze was er slecht aan toe. Maar toen ze herstelde kon ze opeens onaardig uitvallen. Ze was altijd al temperamentvol, maar kon toen echt onredelijk worden. Ik heb haar indertijd een keer gebeld om te zeggen dat het zo niet kon."

Jacqueline: "Ik moest inzien: er zit een kern van waarheid in, ik bén nu ook onaangenaam. Ik houd te weinig rekening met mijn omgeving. Aúw - maar goed dat je het zegt."

Doet zij dit omgekeerd ook bij Jenny? "Goh, weet ik niet", zegt Jenny onschuldig, "kan jij je iets herinneren, Jac? Ik niet, maar ik ben ook heel goed in zand-erover. Als iets eenmaal achter de rug is, vergeet ik het lekker weer." Jacqueline breekt zich het hoofd en zegt dan: "Wat ik wel doe, is haar aansporen bij een andere vriend van ons langs te gaan: Ga eens op bezoek, je bent lang niet geweest en hij vraagt steeds naar je."

Jenny: "Maar zij is veel voorzichtiger dan ik, hoor. Ik ben veel meer van: huppetee, ik zeg waar ik tegenaan loop! Dat doe ik ook bij die hartsvriend van me; dan zeg ik tegen hem: 'Je bent een prinsje. Ik ben al veertig jaar met je bevriend, waarom bel jij míj nooit eens?'" En ze lacht haar klaterende lach.

Liever dan over corrigeren, praten ze over wat ze waarderen in de ander. "Ik vind haar fantastisch als artiest", zegt Jacqueline. "Een master. Ik zie zoveel van mijn leerlingen; dan denk ik vaak hoe Jenny dat zou doen. Als zij een lied zingt, weet ze precies te vertellen wat ze vertellen moet. En van haar stem krijg ik nog altijd kippenvel. Als ze 'Kinderen van' zingt van Brel, moet ik huilen." En Jenny draagt het lied van Jacques Brel voor, daar aan haar keukentafel; ze zingt het refrein terwijl Jacqueline stil luistert.

Wat zij mooi vindt aan haar vriendin, zegt Jenny twee sigaretten later, is dat die 'constant de vinger aan de pols houdt'. "Ze is altijd bezig om alles te volgen van haar kinderen, vrienden, leerlingen. Ik denk dat zij als één van de weinige docenten aan de Theaterschool echt íedere voorstelling of étude van haar leerlingen gaat bekijken."

Ze houden ook bij elkaar nauwgezet de vinger aan de pols. 'Zielsonderhoud' noemt Jenny dat: "Niet doen of het maar gewoon is. Het ís wel gewoon, de vriendschap wordt een deel van jezelf, maar die moet wel worden onderhouden."

Jacqueline knikt. "Als Jenny een première heeft, bel ik altijd even, en ik ga twee keer naar al haar voorstellingen - dat vind ik belangrijk. Ik informeer ook met Oud en Nieuw wat ze gaat doen." Schaterend, samen: "Wat doen we met Jenny met de Kerst!" Jacqueline: "Is nooit nodig hoor, maar ik houd het wel in de gaten."

De liefde voor het theater delen ze, en ook hun engagement. Jenny: "Ze zeggen altijd: als je ouder wordt, word je vanzelf rechtser. Wat een gelul; herken ik helemáál niet. En volgens mij ben jij nog rooier dan ik!" Jacqueline: "Samen kunnen we goed kwaad worden over onrecht. De graaicultuur. Bonussen, vertrekpremies." Zich opwindend: "Ik ben voor een schandpaal op de Dam, waar wij met eieren en rotte tomaten mogen gooien naar de graaiers."

Jenny raakt op haar beurt op dreef als het gaat over vriendschap in deze tijd. Want daar is iets mee aan de hand, meent ze, 'nu iedereen met die doos in z'n handen loopt'. De iPhone en de Blackberry. "De hele dag loopt iedereen daarmee te twitteren en te sms'en en te weet-ik-veel-en... Ik zegt soms: Jongens, leg dat kreng nou eens weg! Als ik met iemand op een terras zit, wil ik niet zo'n doos ertussen hebben. Dan praat je of zwijg je, want goed zwijgen is ook een vorm van vertrouwen. Maar alles wordt opgevuld doordat iedereen zich constant loopt af te vragen: 'Waar is wifi? Wat is het wachtwoord?' Ik denk dat dit ook op vriendschappen een stempel zet: die kunnen zich niet meer verdiepen. De wifi's proppen ook hun hele leven vol", en ze loopt druk gebarend door haar keuken. "Ze doen zevenhonderd dingen tegelijk. Verbazingwekkend vind ik het."

Deze vriendschap heeft zich de afgelopen 38 jaar wel degelijk verdiept, zegt Jacqueline, die zich gelukkig prijst dat Jenny er 'altijd' voor haar is. En met haar meedenkt: "Dát is interessant, dít boek moet je lezen, dáár moet je mee naartoe.' Ze wendt zich tot haar vriendin en zegt: "Jij weet echt veel, Jen. Ik herinner me dat ik een keer iets niet wist en me daarvoor geneerde. Toen zei jij: 'Waarom vraag je dat dan niet, trut? Dat geeft toch niets!' Nooit zal jij venijnig vragen: 'Wéét jij dat dan niet?'''

Jenny, hartgrondig: "Nee zeg, het idee alleen al! Ik weet zelf ook vooral wat ik allemaal níet weet."

Jacqueline is voor haar een voorbeeld, zegt Jenny. "Een glansrijk voorbeeld van hoe sociaal iemand met haar medemensen kan omgaan. En ze is mijn familie. Dat ik geen echte broers of zussen heb - alleen een halfzus - is jammer. Aan de andere kant: tussen broers en zussen is vaak veel narigheid. Maar dit zou ik me wénsen bij een zus: dat het zo mooi, zo goed zou zijn." ¿

Volgende week:

Judith Koelemeijer en Alex Verburg

Jenny Arean
Geboren: 4 oktober 1942 in Lisse

Opleiding: Lagere school, een jaar Industrieschool, vier maanden Huis ter Wege in Huis ter Heiden, een pensionaat voor problematische meisjes, twee jaar 2de Christelijke Nijverheidschool voor meisjes.(niet afgemaakt)

Loopbaan: Arean werkte anderhalf jaar in de huishouding bij 'mevrouwen' tot ze op haar zestiende auditie deed bij het cabaret van Wim Kan. In de jaren zestig speelde ze de hoofdrol in populaire televisiemusicals zoals 'Er valt een ster' (1963) en 'Vadertje Langbeen' (1964). In de jaren zeventig werkte ze mee aan verschillende musicals en had ze de hoofdrol in 'Het meisje met de blauwe hoed' (1972). In 1975 volgde het cabaretprogramma 'Scherts, satire, songs en ander snoepgoed' met Robert Long, Dimitri Frenkel Frank en Jérôme Reehuis. Vanaf het midden van de jaren tachtig maakte ze soloprogramma's. Daarnaast speelde ze in musicals en televisieprogramma's, waaronder recentelijk 't Schaep met de 5 pooten', 't Vrije Schaep' en 't Spaanse Schaep'

Jenny Arean ontving onder meer een Edison (1994), de Gouden Notekraker (1996), de Annie M.G. Schmidt-prijs (1997) en een zilveren Nipkowschijf voor 't Vrije Schaep (2009)

Jacqueline de Vries
Geboren: 31 augustus 1950 in Dwingeloo

Opleiding: Na de lagere school deed De Vries tussen 1962 en 1967 het Christelijk Lyceum West in Amsterdam. Daarna studeerde ze van 1970 tot 1974 aan de Theaterschool Amsterdam waar ze de docentenopleiding dans volgde.

Loopbaan: Sinds 1975 werkt Jacqueline de Vries als bewegingsdocent op verschillende kunstvakopleidingen: aan de Amsterdamse Hogeschool voor de Kunsten, en in Tilburg.

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden