Review

Niet de magie wint, maar de liefde

Vandaag is hij te koop: 'Harry Potter en de half-bloed prins'. En hij is enger dan ooit! Hoe doet dat Rowling dat eigenlijk? Agnes Andeweg, gespecialiseerd in griezelromans, analyseert HP6, legt de link met beroemde gothic novels en concludeert dat er weinig satanisch te ontdekken valt aan 'De halfbloed prins'.

Menig ouder, menig pedagoog, ja zelfs de paus piekert erover: is Harry Potter goed of slecht voor kinderen? Sommigen zien de serie als het werk van de duivel, anderen als een gewone, moralistische vertelling over goed en kwaad. Eén ding staat vast: de nieuwe Harry Potter is enger dan ooit. Hoe komt dat? En is dat erg?

Die eerste, 'technische' vraag voert terug naar de gothic novel, een genre dat nu al zo'n twee eeuwen bestaat en waar Rowling haar griezeleffecten duidelijk vandaan heeft. Het loopt van Mary Shelley's 'Frankenstein', via Edgar Allan Poe tot de moderne gothic van Stephen King - en je vindt er alles wat de sfeer in 'Harry Potter' bepaalt: het kasteel op de rand van twee werelden (Zweinstein), de spoken, valluiken en geheime kamertjes - en in dit zesde deel zelfs zombies. Sprekende portretten, smaakmakers in alle delen, komen al voor in een gothic novel uit 1765!

Heer Voldemort is natuurlijk een hedendaagse graaf Dracula, de gotieke schurk bij uitstek. De zucht naar macht is niet het enige wat hen bindt. Voldemort keert net als Dracula terug uit een verdrongen verleden, komt tot leven door anderen te doden en bedreigt de moderne wereld. Beiden doen aanspraak op een adellijke titel, en dat wijst erop dat de twee griezels terug willen naar een maatschappij van traditionele (lees tirannieke) machtsverhoudingen.

Maar écht huiveringwekkend wordt het pas, als het kwaad on-menselijk is, maar toch herkenbaar. Dat is de ontdekking van de griezelroman. Die verbeeldt geen parallelle wereld, zoals het sprookje doet, waarin universeel goed en kwaad elkaar bestrijden. Gothic toont het kwaad dat om de hoek opduikt, in Londen of in Elm Street, maar dan wel in extreme, surrealistische vorm - zoals in de half-mens Frankenstein. De Harry Potter-reeks wordt steeds griezeliger doordat het kwaad steeds dichterbij komt, herkenbaarder wordt en toch ongrijpbaar blijft.

De strijd tussen goed en kwaad krijgt in dit deel steeds meer reliëf, en dat maakt het er alleen maar spannender op. De mooie vondst van de Hersenpan - de schaal op Perkamentus' kamer waarin herinneringen opgeslagen en opnieuw beleefd kunnen worden - gebruikt Rowling om Voldemort een verleden te geven, ouders, een jeugd. Het kwaad, Voldemort, is niet alleen een bovennatuurlijk gegeven, maar óók het resultaat van persoonlijke omstandigheden.

Ook Harry-de-held krijgt steeds meer nuance. Soms stijgt hij boven zichzelf uit en toont hij zich een echte held. Iemand dus, die zijn verkering even in de ijskast zet als dat nodig is, en die zich niet voor het karretje van het Ministerie van Magie laat spannen. Harry's heldendom krijgt echter nooit mythische proporties. Hij blijkt een held met het vermogen tot zelfreflectie, die geconfronteerd wordt met wat wel de grootste angst van een held moet zijn: twijfel aan de zin van zijn daden, en de vrees dat wat hij doet averechts kan uitpakken. Harry blijkt zelfs vatbaar voor het kwaad. Door gemakzucht en onwetendheid richt hij in dit deel echt schade aan.

Elke tijd heeft zo zijn eigen angsten die in de gothic novel worden uitgeleefd. Was Dracula met zijn vampierbeet de verpersoonlijking van de Victoriaanse angst voor seks en geslachtsziekten, Voldemort laat de obsessie van de afgelopen eeuw zien: rassenwaan. De aanhangers van Voldemort slaan tovenaarsbloed hoger aan, keuren rasvermenging af en noemen tovenaars van gemengde afkomst daarom denigrerend 'modderbloedjes'. Deel zes draait om de 'halfbloed prins'. Een halfbloed is in Rowlings universum een tovenaar met een dreuzel-ouder, maar het is een woord met een bijsmaak - want welke helft telt, en welke doet er niet toe?

Harry is zelf zo'n 'halfbloed', al is hij niet de prins uit de titel. Uiteindelijk kon zijn dreuzelbloed wel eens de doorslag geven in de strijd tegen Voldemort. Want, zoals Perkamentus niet ophoudt te benadrukken, Harry's menselijkheid en zijn vermogen tot liefhebben onderscheiden hem van zijn tegenstander, en niet zijn magische kracht.

Dat komt goed uit, want Harry was toch al niet zo'n getalenteerde tovenaar. Het is minstens zo belangrijk dat hij voelt dat hij zijn lot in eigen hand heeft, en dat zijn leven niet is voorbestemd door een of andere profetie.

De moraal van dit alles is verrassend humanistisch, ja zelfs verlicht, zoals vaker in de gothic novel. Niet voor niets wordt Dracula overwonnen door een joint venture van moderne wetenschap en christelijk geloof, in de persoon van (de Nederlandse!) dokter Van Helsing. In de 21ste eeuw is het de liefde die alles kan overwinnen. Harry geeft als autonoom individu vorm aan zijn eigen leven en leert onderweg dat hebzucht slecht is, vergissen menselijk, en dat je het verleden moet kennen om het heden te kunnen begrijpen. Geen moraal om van wakker te liggen. Dat de boodschap verteerbaar blijft, is te danken aan de echt griezelige Voldemort. Maar wie in Harry Potter louter satanische invloeden bespeurt heeft niet goed gelezen.

In het laatste deel zal Harry de wijde wereld intrekken om Voldemort definitief te verslaan, zo kondigt hij aan. Rowling werpt de formule van de kostschoolroman dus af - die is te veel gaan knellen -- en stuurt Harry op queeste. Ron en Hermelien mogen vast mee, al spelen ze in 'Harry Potter en de halfbloed prins' een veel kleinere rol dan in eerdere delen. Misschien is er zelfs een taak weggelegd voor Harry's vriendinnetje. De liefde moet overwinnen, nietwaar.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden