Niet de krant, maar de journalistiek

null Beeld De redactie van The New York Times luistert naar hoofdredacteur Bill Keller (op de trap), een beeld uit de documentaire Page One.
Beeld De redactie van The New York Times luistert naar hoofdredacteur Bill Keller (op de trap), een beeld uit de documentaire Page One.

De krantenwereld werd deze week opgeschud door het nieuws dat De Persgroep Wegener wil overnemen. Laten we het vooral niet meer over de toekomst van de krant hebben, zegt hoogleraar journalistiek Mark Deuze.

Kristel van Teeffelen

De gewoonte schoot er weer in deze week. Na het nieuws dat uitgever De Persgroep de Wegenerkranten wil overnemen, werd direct de vraag opgeworpen: wat betekent dat voor de toekomst van de kranten? Maar dat is niet de vraag die je zou moeten stellen, vindt Mark Deuze, sinds april hoogleraar journalistiek aan de Universiteit van Amsterdam. We moeten het niet hebben over de toekomst van de krant, maar over die van de journalistiek. Dan kun je het gaan hebben over de inhoud, het nieuws en de verhalen. Het medium komt op de tweede plaats.

"We hebben het al twintig jaar over de uitdagingen van de kranten op digitaal gebied. Feit is dat kranten om een steeds kleiner wordende groep lezers heen dansen. De dans wordt steeds beter; ik vind de huidige journalist agressiever, wantrouwender en professioneler dan twintig jaar geleden. Maar het lukt ze niet daarmee de aandacht vast te houden."

"Er zullen best abonnees voor de papieren krant blijven, maar die krant zal wel steeds duurder worden. Daardoor wordt het een product voor een kleine groep mensen. Als journalist zou ik me afvragen: ik noem mezelf wel de waakhond van de democratie, maar dat ben ik maar voor een handjevol mensen."

Innoveren
De journalistiek kan volgens Deuze daarom niet anders dan innoveren. Maar hoe? Ook daar piekert de wetenschap al twintig jaar over. En niet alleen universiteiten houden zich ermee bezig. Een onlangs uitgelekt intern rapport van The New York Times, bespreekt de worsteling met de digitale strategie. Hoewel het rapport constateert dat die krant 'wint op het gebied van journalistiek', is er een 'cultuurverandering' nodig op de redactie om in het veranderde medialandschap te overleven.

Het rapport van The New York Times deed in de krantensector veel stof opwaaien. Als zelfs de Times, de krant waar menig journalist naar kijkt als een van de beste ter wereld en daarmee de strohalm voor de toekomst, er niet uitkomt, hoe moet het dan verder met de rest? Deuze weet dat als geen ander. Voordat hij naar de Universiteit van Amsterdam kwam, woonde hij jaren in de Verenigde Staten, waar hij onder meer werkte bij aan Indiana University. "Ik hoorde vaak de kreet: If the Times falls, we all fall. Als The New York Times onderuit gaat, dan kunnen we het allemaal schudden."

De hoogleraar kijkt er bijna geamuseerd bij: "Het rapport weerspiegelt wat de wetenschap al jaren zegt. Toen ik het las, dacht ik: zie je wel. In ons boek 'PopUp' uit 2007 beschrijven Henk Blanken, adjunct-hoofdredacteur van het Dagblad van het Noorden, en ik precies hetzelfde. De toekomst van kranten wordt niet veiliggesteld door een koers als 'digital first' of andere technische keuzes. Culturele veranderingen zijn veel belangrijker op dit moment: hoe is de redactie ingericht, hoe zorg je voor kwaliteitsjournalistiek en hoe communiceer je met de lezer?"

null Beeld Hoogleraar journalistiek Mark Deuze.
Beeld Hoogleraar journalistiek Mark Deuze.
'Als The New York Times onderuit gaat, kunnen we het wel schudden.' Beeld epa
'Als The New York Times onderuit gaat, kunnen we het wel schudden.'Beeld epa

The New York Times vindt dat het met de kwaliteit bij de krant wel goed zit. Maar hoe kun je denken dat je op het gebied van journalistiek wint, terwijl je het niet aan de man weet te brengen?

Deuze: "Ik denk dat die uitspraak, The New York Times is winning at journalism, vooral bedoeld is voor de journalisten zelf. Een soort high five: We zijn trots op de krant!" Het belang daarvan wordt onderschat, stelt Deuze; de journalist moet in zichzelf geloven, moet trots zijn op wat hij doet.

Ontevreden journalisten, zoals die van Wegenerkranten als het Brabants Dagblad en De Stentor onder de vorige eigenaar Mecom, helpen dus niet. Verscheidene hoofdredacteuren spraken hun opluchting uit over de overname door De Persgroep, een bedrijf onder leiding van Christian Van Thillo, die bekendstaat als krantenmaker in hart en nieren.

Natuurlijk zijn er ook zorgen. Wat betekent de overname bijvoorbeeld voor het gezicht van de titels? Zullen de regionale kranten veel kopij uitwisselen met de landelijke bladen? Blijft de pluriformiteit in de krantensector wel behouden?

Veel hangt af van wat De Persgroep van plan is met de Wegenerkranten, zegt Deuze. "Voor zover ik weet, zijn er bij Wegener de laatste tijd in werkgroepen initiatieven ontplooid tot innovatie en vernieuwing. De Persgroep zou dit kunnen doorzetten. Wat ook interessant is: onlangs kondigde Wegener een agressief verjongingsplan aan voor de redacties. Wat is De Persgroep daarmee van plan?"

Log concern
En hoe zit het met de logheid van zo'n groot uitgeversconcern? Is dat goed voor innovatie? Schaalvergroting kan best wat opleveren, denkt Deuze, als de aansturing goed verloopt. "Denk bijvoorbeeld aan teams die binnen het bedrijf vrij kunnen bewegen en innovaties kunnen uitzetten."

Waaier van krantentitels van Wegener en De Persgroep. Beeld anp
Waaier van krantentitels van Wegener en De Persgroep.Beeld anp

Maar uiteindelijk blijven kranten klassieke organisaties, net als universiteiten, zegt Deuze. "Individuen kunnen wel innovatief zijn en goede ideeën hebben, maar het systeem behoudt de organisatie zoals die is.

"Daarom moeten internetredacties op dit moment vooral niet ingekapseld worden bij de printredactie. In het verleden zag je telkens weer dat initiatieven online daardoor doodbloedden. Dat gebeurde bijvoorbeeld bij The Washington Post. De krant was online een tijd erg succesvol. Tot de printcultuur het overnam.

"Op de redactie moet er gespeeld kunnen worden. Een innovatief idee lanceren, en als het niet blijkt te werken weer iets anders proberen. Wat je vooral niet moet willen, is op internet een krant maken."

"De volgende vraag is dan altijd: leuk, die innovatieve ideeën, maar hoe gaan we daar geld mee verdienen? Het slaat de discussie altijd meteen weer dood."

"Ga het nou eerst eens hebben over kwaliteitsjournalistiek. Dat is wat wij willen, maar wat is dat tegenwoordig? Het is anders dan twintig jaar geleden. De meeste vormen van nieuws gaan over dingen die niet goed gaan. Misstanden, schandalen. Maar wat gebeurt er daarna mee? Niks. Nauwelijks follow-up met daarin informatie hoe is het afgelopen. Geven artikelen de lezer instrumenten in handen? Nee. Terwijl mensen daar juist behoefte aan hebben."

Daling
Nog zoiets volgens Deuze: het argument dat kranten nog steeds het meest verdienen met het papieren product. Ook Persgroep-topman Van Thillo herhaalt dat regelmatig. "Het klopt misschien, maar de oplages dalen nog steeds en het aantal lezers zal ook nooit meer omhoog gaan. Het maakt niet veel uit wat je met de krant doet, of je er meer plaatjes in stopt, of je het sober maakt of juist luxe."

Het is ook niet domweg aan internet te wijten dat de krant ten onder gaat. De daling van de oplage werd al ingezet voordat in huishoudens computers massaal hun intrede deden, stelt Deuze. Wat er wel misgaat? De krant is te veel een massaproduct.

"Zie de krant als een warenhuis. Er is van alles te koop, voor iedereen wat wils. Maar daardoor is ook veel niet relevant voor iemand. Tegenwoordig zijn mensen veel doelgerichter. Je moet ze bieden waar ze op dat moment naar op zoek zijn. En niet te vergeten: ze ook verrassen met bijzondere reportages en verhalen."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden