Niet de kerk, maar de school als toegangspoort tot het geloof

Beeld Werry Crone

Katholieke scholen hebben hun roomse veren afgeschud. De spiritualiteit is verbreed.

Op r-k.b.s. It Klímmerblêd in St. Nicolaasga proberen ze leerlingen nog steeds te raken met beelden, rituelen en symbolen. Schooldirecteur Sjors de Wolff: 'We leren ze het spirituele in zichzelf te ontdekken'.

Hij torent hoog uit boven de huizen van het Friese 'St. Nyk': de spits van de St. Nicolaaskerk. De kerk is een steeds stillere herinnering aan de katholieke geschiedenis van St. Nicolaasga, een van de weinige dorpen in Friesland waar het geloof door de eeuwen heen standhield.

Levendiger is het in die andere rooms-katholieke instelling in het dorp, al is die veel bescheidener van omvang: rooms-katholieke basisschool It Klímmerblêd. De school is de belangrijkste toegangspoort tot de kerk geworden: die zit, afgezien van Kerstmis, nooit zo vol als met Palmpasen wanneer de overgrote meerderheid van de 220 leerlingen met hun ouders een processie lopen met versierde stokken. Schooldirecteur Sjors de Wolff, die zelf opgroeide in en om de St Nicolaaskerk, zag de tijd veranderen. "We zijn als school enorm belangrijk voor de rooms-katholieke kerk. Zij hebben ons meer nodig dan andersom."

Aan de koffietafel in It Klímmerblêd zit conciërge Lodewijk Ansing al klaar met de kopjes en de thermoskan. "De enige niet-katholiek in het team", lacht De Wolff. De leerkrachten die binnendruppelen voor koffie zijn bijna allemaal van katholieken huize. De ene juf is kerkelijker dan de andere, vertellen ze. Maar de trend is sowieso neerwaarts. "Twintig jaar geleden was ook 80 procent van onze leerlingen katholiek gedoopt", zegt De Wolff, "maar dat aantal hebben we zien dalen naar zo'n 45 procent."

De kinderen op school komen vooral uit Friese middenklassegezinnen, en er zijn enkele Poolse en Deense leerlingen bij. "Ik noem onze school graag 'gewoon bijzonder'. Hoewel de ouders lang niet altijd hoogopgeleid zijn, behalen we goede resultaten met de kinderen. We zijn er trots op dat kinderen die niet katholiek zijn voor onze school kiezen, terwijl ze in St. Nicolaasga ook naar een christelijke of een openbare school kunnen. Soms gebeurt het zelfs dat ouders en kinderen zich tot katholicisme bekeren omdat ze er via onze school mee in aanraking zijn gekomen."

Het is een speciale dag op school, want pater Iede de Lange is te gast. De pater werd geboren in St. Nicolaasga maar werkt al ruim veertig jaar in Ethiopië, waar hij twee scholen stichtte. De Lange, bruin gebrand en met een licht accent, spreekt in iedere klas met de kinderen over zijn werk. Zo een keer in de drie jaar keert hij terug naar het dorp van zijn jeugd, waar de kinderen op It Klímmerblêd jaarlijks een paar duizend euro voor hem ophalen. Ze zamelen flessen in en organiseren bijvoorbeeld een markt met spullenverkoop en muziek- en dansvoorstellingen op de Afrika- dag. "We krijgen veel verzoeken van goede doelen om te sponsoren", zegt De Wolff. "Ze weten katholieke scholen vaak wel te vinden. Maar we hebben heel bewust alleen voor het project van pater Iede gekozen. Ik denk dat we door de jaren heen wel anderhalve ton voor hem hebben ingezameld."

In alle klassen kaarsen

De kinderen van It Klímmerblêd 'dienen' zo de wereld. Samen met 'leren' en 'vieren' zijn dat de drie pijlers waarop het onderwijs op school berust. De Wolff: "Vooral dat vieren wordt nog wel eens verkeerd begrepen. Dat gaat niet alleen om de feestdagen. Vieren kan ook een manier zijn om uitdrukking te geven aan verlies of verdriet. Zo hebben wij in alle klassen kaarsen staan. Is je pake ziek, je hond overleden? Dan steek je de kaars aan om daar aandacht voor te vragen. Een heel klein lichtje, dat warmte geeft, en je steunt in je verdriet."

In maart overleed een leerling uit groep 8 na een ziekte die vier jaar duurde. Zijn broertje zit in groep 5. Het herdenken van de jongen is nog steeds aan de orde van de dag op It Klímmerblêd. De school moet leren omgaan met het sterven, zegt De Wolff. "Sommige kinderen hadden voor zijn dood al wel eens een overlijden meegemaakt, anderen nog nooit.... En dan ineens een klasgenoot... Dat is heel moeilijk."

De directeur wil zijn school leren hoe je de dood ook kunt vieren. "De eerste dag op school na zijn dood, gaf de meester aan het broertje een boot. 'Daar vaart hij nu op', zei die. 'Is hij alleen?', vroegen de andere kinderen. En toen ontstond een gesprek met de kinderen over alles wat er is tussen hemel en aarde en wie er nu bij hun vriendje zou kunnen zijn. Met kinderen kun je die gesprekken heel open voeren."

"Er hing die dag een verdrietige, maar geen trieste sfeer op school", zegt Dick Lieftink, bestuurder van de Bisschop Möller Stichting waaronder It Klímmerblêd valt. "Ik kan het niet goed omschrijven, maar het was heel krachtig hoe die groep leerkrachten, kinderen en ouders samen rondom de herdenkingstafel zaten en herdachten." De Wolff: "Vieren draait niet alleen om feest, maar ook om geraakt worden, je ziel leren ontdekken. Het overlijden van een leerling of klasgenoot maakt heel veel los. Als school willen we kinderen leren hoe die emoties bij het leven horen en hoe je er mee om kunt gaan."

Niet de kerk, maar de school is voor de meeste kinderen een plaats geworden voor spirituele belevenissen. In de hal staat niet alleen de herdenkingstafel voor het overleden klasgenootje, maar ook de 'viertafel' van De Wolff waar hij foto's, voorwerpen, tekeningen en een heiligenbeeld plaatst die iets te maken hebben met het seizoen. Zo vlak voor de zomervakantie staat patroonheilige der reizigers Sint Christoffel op het altaartje. Symbolen zijn overal in en om de school te vinden: zware kruisbeelden in de klassen, een herdenkingsboom op het plein. Wat vindt de kerk van deze alternatieve geloofsvieringen?

(Tekst gaat verder onder de afbeelding)

Beeld Werry Crone

Geen verlengstuk bisdom

De pastoor van de St. Nicolaaskerk geeft It Klímmerblêd nog wel eens het gevoel dat de school 'van de kerk' is. De Wolff en Lieftink halen daar hun schouders over op. "Dat wij rooms-katholieke scholen zijn, wil niet zeggen dat wij automatisch ook een verlengstuk zijn van het bisdom", zegt Lieftink. Hij bestuurt 32 scholen in Friesland, waarvan er 29 katholiek zijn. "Het lijntje is in feite heel dun. Waar het bisdom vindt dat wij de kinderen zouden moeten inwijden in het mysterie van God, noemen wij dat zelf liever het mysterie van het leven. Wij benaderen het veel universeler."

Toch is die vrijheid er niet altijd geweest. It Klímmerblêd is in de jaren tachtig ontstaan uit een fusie tussen de Bernadettekleuterschool en de St. Aloysiusschool, twee scholen die gesticht werden door de kerk. Er werd bewust gekozen voor een nieuwe naam die niet zo rooms-katholiek beladen was. Geleidelijk verdwenen de geestelijken als leraren en bestuurders uit de school. Die bereidt de leerlingen ook niet langer voor op de eerste communie of het vormsel. "De enige relatie die we nu nog hebben, is een overleg met een bisschoppelijk gedelegeerde", zegt Lieftink. "We inspireren elkaar vooral."

Die gescheiden verantwoordelijkheden benadrukt Lieftink nog sterker sinds de zedenzaken in katholieke onderwijsinstellingen aan het licht kwamen. Daar wil het katholieke onderwijs niet mee geassocieerd worden. Vooral dat 'roomse' linkje zit dwars. De Bisschop Möller stichting gebruikt sinds de oprichting in 1996 alleen het woord 'katholiek'. "Behalve de rooms- katholieke kerk, zijn namelijk ook benedictijner- of dominicanenordes voor ons een inspiratiebron", zegt Lieftink.

Soms is het verwarrend voor ouders. "Vragen ze: dus u wilt niets meer met de kerk te maken hebben? Nee, zeg ik dan. We zijn allemaal takken aan dezelfde boom. We hebben een goede, gelijkwaardige relatie, maar ieder met een eigen verantwoordelijkheid."

Als je Lieftink over zijn stichting met 600 leraren en onderwijspersoneel hoort praten, dan hoor je een actief katholiek. "De Schepper heeft zijn eigen licht ontstoken in ieder kind. Ook de leerkrachten zijn op hun best als zij hun innerlijke licht kunnen laten schijnen. Wij stimuleren onze mensen om op zoek te gaan naar hun eigen spirituele vrijheid om onbevooroordeeld naar een kind te kunnen kijken."

Het geloofwaardig besturen van een katholieke scholenstichting is een zwaar en 'kwetsbaar' traject, vindt Lieftink. "Want het gaat bij ons natuurlijk niet alleen om spirituele ontwikkeling. Ga jij als school twee jaar achter elkaar onderuit met je cito-scores, dan zitten we er meteen bovenop. Het is niet 'laat je lichtje maar schijnen': onze leerlingen hebben recht op het beste onderwijs. We zijn daar heel hard in."

Lieftink wordt wel eens gevraagd of zijn aanpak zoveel verschilt van die van het protestantse 'koopman en dominee'-model. "Bij katholiek onderwijs zijn zakelijkheid en spiritualiteit niet twee losse dingen, maar je moet het integreren. We nemen onze kinderen de maat, maar ook elkaar. Dat doen we wel altijd vanuit het principe van barmhartigheid en door elkaar steeds weer nieuwe kansen te geven."

Nieuwe kansen geven wordt voor schooldirecteur De Wolff nooit sterker gesymboliseerd dat op Aswoensdag. De kinderen verbranden dan in een grote ton voor de St. Nicolaaskerk briefjes met een beschrijving van de dingen waarover ze zich schuldig voelen of waar ze spijt van hebben.

Het is voor It Klímmerblêd misschien wel de belangrijkste viering van het jaar. "Ze mogen ervaren dat ze vergeven zijn", zegt De Wolff.

Hij werpt een blik op het beeld op zijn bureau van de heilige Franciscus. "Binnen het katholicisme heb ik het meest met hem, en met onze huidige paus. Het gaat om de brede verbanden. Niet alleen leven vanuit het hoofd en het hart, maar ook vanuit de ziel. De leerlingen op deze school moeten hebben geleerd dat dat kán."

(Tekst gaat verder onder de afbeelding)

Het dagelijks leven op de rooms-katholieke basisschool It Klímmerblêd.Beeld Werry Crone

Katholiek onderwijs

De rooms-katholieke kerk speelt al sinds de achtste eeuw een rol in het stichten van scholen in Nederland. Aanvankelijk ging het om kloosterscholen waar kinderen tot priester of non werden opgeleid, later kwamen er ook parochiescholen voor alle kinderen, vooral uit de lagere sociale klassen. De katholieke kerk had in de Middeleeuwen feitelijk een monopolie op geletterdheid.

Met de opkomst van het protestantisme verdween het katholieke onderwijs in de zeventiende en achttiende eeuw vrijwel helemaal in de illegaliteit. Pas in 1795, toen kerk en staat gescheiden werden in Nederland, mochten katholieke scholen weer in de openbaarheid treden. Broeder- en zusterordes gingen gezwind aan de slag met het stichten van jongens- en meisjesscholen. Het onderwijs was aanvankelijk van een laag niveau. Protestants-christelijke scholen stonden er bekend om beter taalonderwijs te geven dan katholieke omdat leerlingen zelf de Bijbel moesten kunnen lezen. Katholieke scholen zouden meer gericht zijn op morele opvoeding. Naarmate er in meer geld voor katholiek onderwijs beschikbaar kwam, werd het niveau ook hoger. In 1917 besloot de regering om protestants- christelijk en katholiek onderwijs geheel te bekostigen.

Tot aan het eind van de twintigste eeuw bleef de geestelijkheid actief in het katholieke onderwijs: als docent of bestuurder. Inmiddels hebben vakken als catechese plaatsgemaakt voor bredere benaderingen als levensbeschouwing. Misvieringenzijn geleidelijk aan verdwenen. Er wordt ook nauwelijks meer gebeden op de scholen. Schoolfusies leidden tot veel neutralere namen en in nieuwe schoolgebouwen keerden kruisbeelden en andere ornamenten vaak niet terug. Vraag je scholen hoe ze vormgeven aan hun katholieke identiteit, dan klinkt steeds vaker dat ze 'uitgaan van christelijke waarden'. Wat dat precies betekent, wordt lang niet altijd duidelijk.

Ongeveer 30 procent van de basisscholen in Nederland is rooms-katholiek; iets meer dan het aantal protestantse scholen en iets minder dan het aantal openbare.

Bijzondere scholen

Dit is de zesde aflevering van de serie 'Bijzondere bijzondere scholen', waarin Trouw de veelzijdigheid van het Nederlandse onderwijs onderzoekt. Dit jaar werd de vrijheid van onderwijs honderd jaar geleden vastgelegd in artikel 23 van de Grondwet. Volgende maand: reformatorisch onderwijs.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden