Niet de interne democratie telt

De nieuwe natuurwet in de politiek houdt in dat het aantal kandidaten voor de eerste plaats op de kandidatenlijst evenredig is aan de zwaarte van de problemen waar de partij zich in bevindt.

Naarmate er meer kandidaten zijn, zullen ook de problemen van de betreffende partij groter zijn. Eigenlijk alleen de PvdA kent momenteel grote problemen en zie daar, er worden nog drie mensen genoemd voor het lijsttrekkerschap. Of hun kandidatuur nu serieus genomen moet worden of niet, het is een belangrijk onderwerp om minuten en kolommen te vullen, het is een mediawerkelijkheid en daarmee een werkelijkheid waarmee u tot vervelens toe zult worden lastiggevallen de komende weken.

Het omgekeerde is daarmee echter nog niet evenzeer waar. Dat mocht de Socialistische Partij willen. Het lijsttrekkerschap van Roemer is onomstreden, althans, laten we voorzichtig zijn, er is geen tegenkandidaat opgestaan. Dat wil nog niet zeggen dat de Socialistische Partij de verkiezingen tegemoet kan zien in het vertrouwen dat de arbeider klassenbewust stemmen zal. Bij een van de laatste verkiezingen constateerde Jan Marijnissen met grote voldoening dat zijn SP groter geworden was dan de PvdA, altijd een doel op zich bij de SP. Maar hoe klein de PvdA ook dreigt te worden, dat de SP groter zal zijn, is voorlopig geen uitgemaakte zaak. Bij de andere partijen is het lijsttrekkerschap onomstreden. Sterker, je zou bijna tot de slotsom komen dat het weer gedaan is met de hype van interne verkiezingen. Dat men zich is gaan realiseren dat de nadruk op detailverschillen uiteindelijk niet goed is voor een politieke partij.

Helaas lijkt dat niet de reden. De redenen zijn veel diverser. Soms is een partij volledig afhankelijk van de persoon van de lijsttrekker. Over Geert Wilders hoeven we het niet te hebben: zonder hem is er geen partij. Maar bij andere partijen kan de populaire leider uitdagen gelijkstaan aan politieke zelfmoord. D66 en GroenLinks zijn daar voorbeelden van. Jesse Klaver van GroenLinks wel heel in het bijzonder, al lijkt de hype rond zijn persoon na een aantal weken alweer grotendeels uitgewerkt.

Hoewel Alexander Pechtold wellicht te vroeg piekte en vooral een politicus van de peilingen zal blijven, hij blijft de man die de democraten uit een bijna existentiële crisis leidde na de rampzalige periode met Lousewies van der Laan.

Pechtold alweer een aantal jaar terug, Klaver na voorbereidend werk van Bram van Ojik; beiden zijn onomstreden omdat hun partijen de interne crisis, het geharrewar, de ruzies en de karaktermoorden nog vers in het geheugen hebben.

Hetzelfde verhaal geldt temeer nog voor Sybrand van Haersma Buma. Geen weldenkend mens in het CDA zou op dit moment ook maar als gedachtenexperiment in overweging willen nemen het tegen de huidige fractievoorzitter op te nemen in een verkiezing voor het lijsttrekkerschap. De partij overleefde ternauwernood zijn twee voorgangers, Jan Peter Balkenende en Maxime Verhagen. Buma heeft de partij stevig in handen, CDA'ers prijzen zich gelukkig met hem en durven niet eens aan een alternatief te denken.

Niet de zwaarte van de problemen in een partij is met andere woorden bepalend voor de vraag hoeveel kandidaten er zijn of volgens de media zouden moeten zijn voor het politiek leiderschap, maar het aantal jaren dat de laatste interne crisis in de partij inmiddels achter ons ligt. Of je moet Geert Wilders heten natuurlijk. Die verdedigt westerse waarden geheel in zijn eentje.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden