Niet alles kan gezegd worden

Het heeft mij enorm verbaasd dat over het interview met Marokkaanse jongeren over de islam (Trouw, 11 juni) niet meer tumult is ontstaan. De geïnterviewde jongeren prediken onbekommerd geweld tegen mensen die uitspraken doen die hen niet aanstaan.

Een zekere Bilal noemt CDA-kamerlid Mirjam Sterk 'keihard' en 'bijna een racist', omdat zij een boek wilde verbieden dat opriep homo's van de daken te gooien. Een zekere Boujemaa noemt de uitspraak van Hirsi Ali over Mohammed als 'naar onze westerse maatstaven een perverse man en een tiran' een vorm van 'heiligschennis'. Opvallend is de consequentie die hij daaraan verbindt: 'Door dat soort dingen kom ik aan de kant van de terroristen te staan. Ik word naar die kant geduwd.' Kandouli blijkt niet zozeer geraakt door wát Hirsi Ali over de profeet zegt als wel 'dát ze iets over hem zegt'. Een zekere Yuba geeft aan dat hij iemand die een aanslag op Hirsi Ali beraamt niet zou tegenhouden of aangeven bij de politie. Hij zou ook geen medelijden hebben met het slachtoffer. Eén dag later werd Hirsi Ali aan het woord gelaten die mocht reageren op de jongeren die haar het graf in wensten en geen vinger zouden uitsteken wanneer iemand de daad bij het woord zou voegen.

De publicatie van het interview roept verschillende vragen op. De eerste is een kwestie van journalistieke ethiek. Moet men zoiets wel plaatsen? Kan men openlijk in de krant gaan speculeren over aanslagen op andere personen? Zou hier niet op z'n minst een hoofdredactioneel commentaar gepast zijn waarin wordt aangegeven dat men het na de ongelukkige uitspraken van Dijkstal nuttig achtte om de thermometer in de samenleving te steken, maar dat wat door deze jongeren wordt opgemerkt natuurlijk alle fatsoensnormen overschrijdt? Ik heb mijzelf geprobeerd voor te stellen hoe ik mij zou voelen wanneer over mijn eigen dood zo openlijk wordt gespeculeerd in de krant.

Een andere kwestie is de juridische kant van de zaak. Nederland kent vrijheid van meningsuiting. Dat is in overeenstemming met beginselen van een verlicht bestuur die ook ik van harte wil onderschrijven. Maar zelfs de meest radicale pleitbezorgers van dit beginsel, zoals John Stuart Mill ('On Liberty', 1859), hebben zich gerealiseerd dat daaraan een grens moet worden gesteld als de fysieke veiligheid van mensen in gevaar komt. De Amerikanen spreken in dit kader van de clear and present danger test: als iemand een duidelijk en onmiddellijk gevaar loopt te worden geliquideerd of gemolesteerd, is de grens van meningsvrijheid in zicht. Toegepast op deze casus lijkt het mij duidelijk dat deze jongeren die grens ruimschoots overschrijden.

Weer een andere kwestie is de gepaste reactie van opinieleiders en politici op dit soort excessen. Er zou toch op zijn minst een gesprek met deze jongeren op gang moeten worden gebracht over hun opvattingen. Zou het niet veeleer 'racistisch' en 'keihard' zijn homo's van daken te gooien dan de boeken te verbieden waarin dat wordt aanbevolen, zou ik aan Bilal hebben willen vragen? Het zou ook zeer vruchtbaar zijn wanneer het gesprek werd aangegaan over Mohammed en wat daarover wel en niet gezegd mag worden. Het juiste standpunt daarover lijkt mij: over Mohammed mag alles gezegd worden. Voor Mohammed geldt hetzelfde als voor Jezus, Socrates, Boeddha of welke andere heilige figuur men maar wil opvoeren. Het staat eenieder vrij van deze figuren de historiciteit in twijfel te trekken. Het staat ook ieder vrij het morele gehalte van deze religieuze iconen te becommentariëren.

Ten aanzien van het christendom zijn we het vanzelfsprekend gaan vinden dat dit soort zaken vrij bediscussieerd kunnen worden. Het is van het grootste belang, zoals oriëntalisten als Ernest Renan (1823-1892) hebben gezegd, dat ook voor de islam deze discussie nu vrij gevoerd kan worden.

De belangrijkste boodschap die de Nederlandse samenleving naar deze jongens zou moeten uitstralen, is dat op geen enkele manier het gebruik van geweld kan worden gedoogd als reactie op meningen waarvan de inhoud je niet aanstaan.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden