Niet alleen om naar te kijken Schrijversportretten: doorleden koppen en opspringende zijkuiven expositie

'Van Jan Veth tot Herman Gordijn'. Portretten van schrijvers 1880-1980, t/m 26 sept. in het Letterkundig Museum, Prinses Irenepad 10 (naast CS), Den Haag. Di t/m za 10-17 u, zo 13-17 u. Cat. F 5,-. 'Schrijversportretten in het Letterkundig Museum', Den Haag, 1993. 150 blz. F 34,90.

Boeken, prentjes, foto's, objecten, zorgen voor een aankleding van de tekst, zodat niet steeds de leesbril op hoeft om een briefje of een gedicht in wording te ontcijferen.

Vanzelfsprekend zijn geschilderde, getekende of gebeeldhouwde portretten van schrijvers in dit verband onmisbaar. Het museum heeft in de loop der jaren een mooie collectie opgebouwd, die behalve op de permanente tentoonstelling verspreid door het gebouw hangt en vooral in de portrettengalerij op de tweede verdieping is te bezichtigen. Veel mensen weten dat niet en missen daardoor, om maar iets te noemen, een levendige Frans Kellendonk van Kees Knopper, een Gerrit Komrij met kat van Theo Daamen, een archiverende J.M.A.Biesheuvel van Charlotte Mutsaers.

De portretten die het museum bezit of in langdurig bruikleen heeft - aan schilderijen alleen al meer dan honderdvijftig - vormen maar een fractie van het bestaande aantal schrijversportretten. Hoeveel dat er zijn en waar ze zich bevinden is niet gecatalogiseerd. Om toch eens een indruk te geven van wat er zoal in andere musea en in particuliere collecties op dit gebied wordt aangetroffen, is de tentoonstelling 'Van Jan Veth tot Herman Gordijn' gemaakt.

Daarin zijn ook werken uit de eigen collectie, voornamelijk tekeningen, opgenomen.

Jan Veth, Kees Verwey en Paul Citroen zijn zo te zien de schilders geweest die zich het meest op het schrijversportret hebben toegelegd. Veth opent met een beroemd schilderij van de jonge Albert Verwey, uit 1885. Ze kenden elkaar goed, maar dat is meestal zo wanneer een schilder een schrijver als model neemt.

Vandaar dat schrijversportretten niet alleen kunsthistorisch interessant zijn, ze geven ook een beeld van de relaties die er bestaan hebben tussen schilders en schrijvers.

Het meeste profijt, en plezier, heeft men dan ook van de tentoonstelling als naast het kijken een beetje meegelezen wordt in de catalogus van Erna Staal en in het pas verschenen 'In zijn soort een mooi werk', beide in het museum verkrijgbaar. Het blijkt dan bij voorbeeld dat Frank van der Goes in het geheel niet content was met het portret van Veth: “voor eens, maar nooit weer!” schreef hij. De oude Albert Verwey daarentegen was bijzonder ingenomen met zijn bronzen kop en hij bedankte Wenckebach met het volgende versje:

Ik was de zeventig nabij Toen Wenckebach mij bootste in klei En daarna gieten deed in brons Tot eeuwge duur van bouw en frons.

Hij gaf het beeld wat mij ontging: Een zijn zonder verandering.

Lodewijk van Deyssel is nogal eens geportretteerd. Niet alleen van hem, ook van de meeste anderen laat deze tentoonstelling verschillende portretten naast elkaar zien, wat tot onderlinge vergelijking aanleiding geeft en nog weer eens 'het probleem der portretwaarde' (Vestdijk) oproept. Op de permanente tentoonstelling is het bovendien mogelijk de portretschilderijen te vergelijken met fotografisch materiaal.

Van Deyssel is er in brons van Mari Andriessen, in olieverf van Kees Verwey, in tekening van Cees Bantzinger en als voorstudie voor het portret dat Isaac Israels van hem maakte en dat verderop in het museum hangt. De machtige kale kop, de markante omtreklijn ervan, is een schilderkunstig plezierig aspect van dit model. Maar ook Van Deyssel was zelden tevreden. Het portret van Verwey, een meesterlijk monument, keurde hij af omdat de ogen onderling divergeren - iets wat ze in werkelijkheid weliswaar deden, maar wat hij door de kunst graag ongedaan zag gemaakt. Ook de bronzen kop van Andriessen kon geen genade in zijn ogen vinden: “Ik verzoek, dat de bedoelde buste alleen op tentoonstellingen van caricaturen worde geplaatst”, schreef hij. De beeldhouwer honoreerde het verzoek, maar schreef wel: “alleen, U is de eenige die er een caricatuur in ziet!”

Dali

Prachtige portretten hangen er. Ook volslagen onbekende, zoals dat van Martinus Nijhoff door Joop Sjollema, uit een particuliere collectie. En beroemde, zoals het opzienbarend surrealistische portret dat J.H. Moesman maakte van Gabriel Smit, waarop als variant op Dali's slappe horloge een slap scheepsanker voorkomt. Van Herman Gordijn is er een aangrijpend schilderij van de oude, blinde, maar nog zeer vitale Mary Dorna, ook alweer uit een niet openbare collectie.

Foto's geven een moeilijk te ontkennen, echte indruk van de persoon, maar schilderijen, tekeningen en beeldhouwwerken bezitten het vermogen om dieper door te dringen in het wezen van de geportretteerde en daardoor treffen ze de beschouwer ook meer. Het dandyachtige en later doorleden gezicht van A. Roland Holst, of het gelijnde, grootmoederlijke, socialistische van zijn tante, Henriette; Ina Boudier Bakker, starend uit het raam, de pen in de hand, omringd door huiselijke voorwerpen; de eigenaardige opspringende zijkuiven van de bovenop kale Arthur van Schendel in de montere kleuren van Jan Toorop; Wim Schumacher, die iedereen, of het nu de bolronde J.C. Bloem of de aristocratische A. Roland Holst is, in een soort staat van vergeestelijking tekent; Gerard den Brabander, levensgroot en in de heerlijke kleurige toets van Freek van den Berg - het zijn evenzovele ontmoetingen.

Als vanzelf dwaalt men na het bezichtigen van de tentoonstelling nog wat door het museum. In de foyer trekt een kleine tentoonstelling gewijd aan het werk van W.G. van de Hulst veel publiek. Het is aan de mensen, gebogen over de vitrines, te zien dat ze genieten van dit jeugdsentiment. Ouwe Bram. Peerke.

Het kleine meisje en de grote klok.

In de permanente expositie zijn nog heel wat befaamde portretten aanwezig: van Jacques Perk, Willem Kloos, Frederik van Eeden, P.C. Boutens, Willem de Merode, A. Roland Holst, S. Vestdijk, Menno ter Braak, Anna Blaman, Godfried Bomans, W.F. Hermans. Deze worden van commentaar voorzien in het boekje 'In zijn soort een mooi werk'. Telkens blijkt dan dat portretten niet alleen zijn om naar te kijken, maar ook om over te praten. Maar dat ligt natuurlijk nogal voor de hand, wanneer de geportretteerden schrijvers zijn.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden