Niet alleen Geert Wilders vindt het parlement 'nep'

Geert Wilders in de Tweede Kamer. Beeld anp

De roep om een representatiever parlement wordt steeds groter, maar graaft het volk daarmee niet zijn eigen graf?, vraagt Ger Groot zich af.

Terecht reageerde deze krant in haar hoofdredactioneel commentaar scherp op de uitspraken van Geert Wilders over ons 'nepparlement'. "De PVV-Kamerleden beroepen zich bij hun offensief op peilen, waaruit zou blijken dat 'het volk' anders denkt dan de volksvertegenwoordiging," zo stelde Trouw vast. "Dat is een gevaarlijke retorische truc, die impliceert dat het parlement vervangen zou kunnen worden door een permanent peilingenbureau."

Een stuk milder stelde de krant zich een dag later op in een groot artikel over het tweehonderdjarig bestaan van de Staten-Generaal. "Meer invloed voor de kiezer werd uiteindelijk bij Geert Wilders een pleidooi om de kiezer rechtstreeks dingen te laten beslissen," zo besloot dat stuk. "Er valt een verhaal te houden dat Wilders uiteindelijk het product is van de drang van de kiezer na de jaren zestig van de vorige eeuw om zich te laten gelden."

Ondervertegenwoordigd
Misschien is dat zo, maar vooralsnog leidt dat tot veel verwarring over wat een parlement nu eigenlijk is. Het woord 'nep' wordt daarbij meestal vermeden, maar ook in deze krant valt regelmatig te lezen dat de volksvertegenwoordiging geen echte representatie van het volk is. Talloze categorieën zijn erin op zijn minst ondervertegenwoordigd: lager opgeleiden, ondernemers, allochtonen en (nog altijd met stip op één) vrouwen. Hoe representatief is ons parlement eigenlijk?

Ik vrees dat de dubbelzinnige betekenis van dat woord 'representatief' daarbij veel onheil heeft gesticht. In principe betekent het niet meer dan 'plaatsvervangend': ongeveer zoals een bedrijf zich laat representeren door 'vertegenwoordigers' en advocaten spreken uit naam van hun cliënten. Wij, de burgers, sturen mensen naar het parlement om voor ons het woord te doen. In lang vervlogen en beleefder tijden spraken parlementariërs elkaar aan als 'geachte afgevaardigde'.

Demografisch Madurodam
Maar in bevolkingsonderzoeken en statistiek heeft 'representatief' een andere betekenis gekregen. Daarin mag een steekproef pas zo heten wanneer hij is afgenomen op een soort demografisch Madurodam. Hetzelfde percentage middenstanders, hetzelfde percentage ouderen als in het echt - althans in de mate waarin de diversiteit van het volk zich tot een paar honderd man laat indikken.

Ook op die basis kun je best een parlement optuigen. In België heeft de publicist David van Reybrouck zoiets voorgesteld. Stel een 'representatief' panel samen en laat die een paar jaar lang de dienst uitmaken. Niemand kan dan meer klagen dat 'het volk' anders denkt dan zijn vertegenwoordiging.

Maurice de Hond-parlement
Zou het waar zijn? Ik betwijfel of we daar ooit met parlementaire middelen achter zouden kunnen komen. Want verkiezingen zijn wel de slechtste manier om tot een dergelijk 'representatief' panel te komen. Daar kunnen we beter het 'peilingenbureau' voor inschakelen waar het Trouw-commentaar terecht zo huiverig voor is. Die zijn daar zeer bedreven in en nog een stuk goedkoper ook.

Ironisch genoeg is daarmee de stem van 'het volk' echter definitief tot zwijgen gebracht. Voortaan zou het Maurice de Hond of een van zijn collega's zijn die de Tweede Kamer voor ons in elkaar knutselt. Niet op basis van wat het volk vindt en denkt, maar op basis van zijn samenstellende kenmerken. Het Madurodam-parlement is wat het is op louter statistische criteria.

En daar begint het pas werkelijk te wringen. Niet alleen omdat onhelder is welke criteria daarbij van belang zijn en welke niet - en de mode daarbij dus een fiks woordje mee zal spelen. Maar vooral omdat de politieke wil van de burger is teruggebracht tot zijn lichamelijke, economische, demografische en sociologische kenmerken. Wat hij vindt moet direct af te leiden zijn uit wat hij is.

Onvoorspelbaar stemgedrag
Dat soort gedachten zijn niet nieuw. Het marxisme meende dat proletariërs automatisch links-socialistisch waren. Het feminisme nam vrouwen die Dolle Mina maar zozo vonden niet helemaal serieus. Een agrariër was geen echte boer wanneer hij Boer Koekoek niet steunde. Een allochtoon stemde 'van nature' nimmer op de VVD.

Helaas bleek daar niets van de kloppen. Het hedendaagse 'proletariaat' werd Henk en Ingrid; minderheden liepen massaal over naar de liberalen; hoger opgeleide veelverdieners werden blijmoedig groen-links. Naarmate de kiezer politiek en sociaal vrijer werd, gebruikte hij die vrijheid steeds vaker voor een onvoorspelbaar ongebonden stem, vaak op iemand die helemaal niet is 'zoals hij'.

Vrijheid niet gegarandeerd
Ik denk dat het parlementaire stelsel niets waard is wanneer het die vrijheid niet garandeert. Geen burger mag beperkt worden in de keuze van zijn vertegenwoordiger: dat is de grondregel van de democratie. Alleen zijn stem telt, niet zijn lichaam, afkomst, woonplaats, intelligentie of opleidingsniveau.

Natuurlijk is het best aardig wanneer er in het parlement ook de nodige allochtonen, arbeiders, vrouwen, homo's en jongeren zitten. Maar voor de democratie is dat een bijzaak, die nooit de overhand mag krijgen op de stem van de burger. Oók de aanhoudende klacht over het gebrek aan (verkeerde) representativiteit van de volksvertegenwoordiging reduceert deze tot een 'nepparlement'. Dat moeten we niet doen en niet willen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden