Niet alleen de Turken zijn schuldig aan conflict op Cyprus

De Turkse bezetting van Noord-Cyprus is het gevolg van de pogingen tot etnische zuivering door de Grieks-Cyprioten. De onderbouwing van deze stelling is te vinden in de recente geschiedenis.

Al tientallen jaren proberen de Cyprische Grieken om Cyprus te verenigen met Griekenland ('Enosis'). Dit werd door de Engelsen - toen zij protector waren - evenmin als door de Turkse bevolking getolereerd. Aartsbisschop Makarios werd door de Engelsen in 1956 gedeporteerd vanwege zijn aandeel in het terrorisme tegen de 'bezetters'.

Er werd een in 1959 een verdrag gesloten tussen Engeland, Griekenland en Turkije: de Overeenkomst van Zürich, die uitmondde in de Grondwet van 1960. Hierbij werd vastgesteld dat de president een Griek zou zijn en de vice-president een Turk. De verhouding tussen de ministers was 7 Grieken en 3 Turken (bevolking 70 procent Grieks, 20 procent Turks). Deze verdeling zou overal worden toegepast: in het parlement, bij de politie, in openbare diensten.

Aartsbisschop Makarios kwam terug uit zijn verbanning en werd president. In november 1963 veranderde hij zonder overleg 13 amendementen, die onaanvaardbaar waren voor de Turken. Door deze eigenmachtige ingreep in een internationaal vastgestelde Grondwet werd voor de Cyprische Turken het idee van een eenheidsstaat onmogelijk.

Een maand later gingen de Cyprische Grieken zich tegenover hun Cyprische Turkse landgenoten gedragen als de Bosnische Serviërs tegenover de Bosnische moslims, met alle ellende die daaraan verbonden was. De Turken werden met wapens verdreven uit hun wijk in Nicosia en uit stadjes en dorpen. Er vielen honderden doden en 30 000 mensen werden verjaagd.

Toen begon het samenbrengen van de Cyprische Turken in enclaves en het treiteren, door willekeurig geen voedsel toe te laten, post niet te bezorgen, bouwmateriaal tegen te houden. Hiertegen is ten minste tien maal geprotesteerd door de VN, toen nog onder secretaris-generaal Oe Thant. Het heeft niet geholpen.

Onder het Griekse uiterst rechtse 'kolonelsbewind' (we herinneren ons de inspanningen van de toenmalige minister van buitenlandse zaken Max van der Stoel, begin jaren zeventig, om dit kwalijke clubje af te zetten) werden zo'n 20 000 Griekse soldaten naar Cyprus vervoerd, in het geheim natuurlijk. Er werden ettelijke aanvallen gedaan op Cyprisch-Turkse dorpen en enclaves. Omdat de Grieken een oorlog met Turkije vreesden werden 10 000 soldaten teruggeroepen.

In juli 1974 werd de officiële regering ondersteboven gelopen door de Nationale Garde, een privé-legertje van Makarios, en troepen uit Griekenland.

Evenals in Bosnië werd een schertslegertje van de VN naar Cyprus gestuurd met even weinig mogelijkheden als daar: een 'peace-keeping force', die niet mocht opsporen, arresteren of ontwapenen. De term 'etnische zuivering' is hier duidelijk van pas.

Op 22 juli 1974 besloot de Turkse regering troepen te zenden, om de Turkse Cyprioten te beschermen en de vrede te herstellen. Voorlopig zou dit alleen een bruggenhoofd zijn om de Grieken van vijandelijkheden te weerhouden. Voor het geval dit niet het gewenste resultaat zou hebben, was er een plan opgesteld een groter gebied te bezetten. Er volgde een heftige strijd die vijf dagen duurde. De Turken gingen akkoord met een wapenstilstand onder voorwaarde dat de Grieks-Cyprioten en Grieken zouden ophouden met het aanvallen van geïsoleerde Turks dorpen op het eiland en dat Griekenland, Engeland en Turkije hiervoor een regeling zouden opstellen.

Op 30 juli 1974 besloten Engeland, Griekenland en Turkije in de 'Verklaring van Genève' dat Cyprus zou gaan bestaan uit twee autonome gebieden. Dit besluit werd niet uitgevoerd. De Grieken richtten weer slachtingen aan in drie Turks-Cypriotische dorpen. De drie landen, Engeland, Griekenland en Turkije kwamen weer bij elkaar, maar zonder succes. De Grieken wilden een eenheidsstaat met een meerderheidsregering, maar niet die op basis van de Grondwet van 1960.

Pas in deze patstelling hebben de Turken in twee dagen op Cyprus een veilig gebied gecreëerd door een deel van het eiland te bezetten. Dit heeft de Grieks-Cypriotische bevolking in dit gebied zeker veel ellende bezorgd. Eerst werd het door de Turken bezette deel de Federale Staat van Noord-Cyprus genoemd. Secretaris-generaal Perez de Cuellar van de VN deed talloze voorstellen om tot een oplossing te komen, maar zij werden door de Grieks-Cyprioten verworpen. In 1977 nodigde de Turks-Cypriotische leider Denktasj de Grieks-Cypriotische aartsbisschop Makarios uit in Nicosia, in het bijzijn van de secretaris-generaal. De te bespreken punten werden nog eens bevestigd in 1979, maar er ontstonden onenigheden over de interpretatie. De Grieken gingen toen over op een strategie van traineren.

In 1980 werd de Turkse Republiek van Noord-Cyprus gesticht. Die staat wordt alleen door Turkije erkend. Zij is te groot in relatie tot de omvang van de Cyprisch-Turkse bevolking (35 tegenover 29 procent), maar daar valt met de Turken over te praten. De onderhandelingen zouden beginnen in 1986.

De secretaris-generaal heeft in 1984 en 1985 een nieuw 'Draft Framework Agreements' geformuleerd, maar dat werd niet door de halsstarrige Cyprische Grieken aanvaard; wel door de Turkse eilandbewoners.

Ruim tien jaar later is er niets veranderd. Intussen bewapenen de Cyprische Grieken zich met tanks en raketten die Rusland in de aanbieding heeft. De laatste weken hebben Griekenland en Turkije de spanning even doen oplopen door gevechtsvliegtuigen te sturen.

De kern van de problematiek wordt gevormd door de naweeën van de langzame afbrokkeling en ten slotte de ineenstorting van het reusachtige Osmaanse Rijk (dat zich niet alleen over Cyprus, maar ook over Zuid-Rusland en de Krim, de Kaukasus en een groot deel van Klein-Azië en Noord-Afrika uitstrekte). In de meeste van die gebieden bleven kleine kernen over van Moslims. Die werden in Europa vrijwel overal vermoord of verjaagd. Bosnië is een laat geval, nu is Kosovo aan de beurt, en straks volgen Macedonië en wie weet, Albanië. De rampen zijn niet te overzien.

Men moet niet in Europa denken dat er op Cyprus een dorpsgeschil aan de hand is, waarmee Turkije en Griekenland maar moeten zien aan te modderen. De situatie is veel ernstiger. Zolang Europa zich dat niet bewust is, kan Cyprus net zo'n kruitvat worden als nu elders op de Balkan is te zien.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden