Review

'Niemand zeggen dat ik er om gehuild heb, hoor!'

Welke klassiekers moeten in de 21ste eeuw nog gelezen worden? Deze maand houdt 'Het kanon' meisjesromans tegen het licht. Vandaag: 'Schoolidyllen.

Het is een fraaie anekdote, óók als het niet waar is. Op het Boekenbal complimenteerde koningin Juliana de oude schrijfster Top Naeff met haar 'School-idyllen'. Daar had ze als jonge prinses toch zo van genoten. Toen de auteur op haar beurt vertelde dat ze er nooit een cent royalty voor had ontvangen stokte de conversatie. De majesteit keek glazig. Royalty? Dat begrip kende ze alleen in een ander verband.

Top Naeff was zo'n beetje de Carry Slee van haar tijd. Als ze ergens een lezing hield, schrijft Annie Salomons in haar memoires, 'verdrongen de HBS-meisjes zich' om hun idool in levenden lijve te zien. ,,Zelfs jongens, gymnasiasten, moesten later bekennen dat ze in hun vlegeljaren wel een diep dédain voor meisjesboeken hadden gehad, maar toch in het verborgene de boeken van Top

Naeff verslonden hadden.'' Anthonetta Naeff, in 1878 geboren in Dordrecht, was van deftige komaf. Haar moeder stamde uit een gegoede koopmansfamilie, haar vader was officier, en hun enige kind Top werd strikt en streng opgevoed. Ze was 'een rebel', zei ze later, een matige leerling die nergens voor wilde deugen. Herinneringen aan haar meisjesjaren verwerkte ze in haar romandebuut 'School-idyllen' (1900) dat ze naar eigen zeggen schreef in twee weken tijd, 'ineens in het net'. Het geldt als de eerste echte Nederlandse bakvisroman, en het was meteen een ongekend succes.

Ruim een eeuw later blijkt lezing ervan nog steeds een genoegen - van de befaamde openingszin ('t Was krans bij

Jeanne van Laer') tot het droevige slot. Niet mooi geschreven, wel met vaart en frisse toon. Net als in andere bakvisromans - Naeff kende de boeken van haar Amerikaanse voorgangster Louisa Alcott - is ook hier de glansrol weggelegd voor het jongensmeisje. Maar bij haar geen gezellige zusjes, geen warme moeder, geen vader die diep in zijn hart trots is op zijn wilde meid. Jet van Marle is een weeskind dat opgroeit bij een liefdeloze oom en tante die zich meer bekommeren om wat de mensen zeggen dan om het welbevinden van hun nichtje.

Plezier heeft ze alleen met haar vriendinnen. Ze halen streken uit, stikken bijkans van de slappe lach die hier nog fou-rire heet ('met paarse glimmende gezichten, dikke ogen en tranen op haar wangen'), eten elke dag bergen taartjes, en gaan naar bals waar het zielige weesmeisje natuurlijk niet heen mag. Soms wordt het straffe opvoedregime zelfs dappere Jet even te veel. ,,Zij gunnen me ook nooit eens wat!, snikte ze hees. Maar dadelijk richtte zij zich weer op, en lachend door haar tranen heen zei ze haastig: niemand zeggen dat ik er om gehuild heb, hoor!''

De auteur verafschuwt nuffen en gansjes, klikspanen en lafbekjes. Haar Jet is de volmaakte bakvisheldin: stoer, geestig, brutaal, met natuurlijk een hart van goud. En dan kan ze ook nog beeldschoon zingen. Maar als ze na veel gesoebat op zangles mag, haar eerste triomfen viert, eindelijk haar grote broer terugziet én een aanbidder krijgt, slaat het noodlot toe. Haar lelijke hoestje en bleke gezichtje kondigden het al aan.

Precies op haar zeventiende verjaardag gaat ze dood, een hartverscheurende scène. ,,Indien alle tranen uitgestort over het 'sterfbed van Jet' zouden samenvloeien'', schreef het 'Biografisch Woordenboek' in 1985, ,,had Nederland er een heuse rivier bij.''

Dat ontbreken van een happy end was een nieuwigheid. Doorgaans valt de tomboy na veel inzichtgevende avonturen uiteindelijk in de armen van een verstandige verloofde. Meisjes, leren de lezeressen daaruit, mogen best een tijdje uit de band springen, hun ware bestemming ligt in het huwelijk. Top Naeff liet zich beïnvloeden door dé trend van haar tijd: ze wilde 'realistisch' schrijven. En in werkelijkheid lopen, zoals bekend, óók niet alle verhalen goed af.

De kritiek op 'School-idyllen' was nogal gemengd. De 'natuurlijkheid' ervan kreeg lof, maar het verhaal werd ook sentimenteel bevonden, leeghoofdig, opruiend. De doelgroep trok zich er niets van aan, en snakte naar meer. Top Naeff kwam haar fans tegemoet met nog enkele meisjesboeken, maar zelf nam ze haar werk voor volwassenen serieuzer: romans, toneelstukken, essays, en theaterkritieken. Bij het publiek verwierf ze de status van grande dame. Aan het eind van haar leven - ze stierf in 1953 - was ze overladen met eerbewijzen. Bij de collega's, Menno ter Braak voorop, viel ze minder in de smaak. Hij noemde haar tante Top, toonbeeld van de verfoeilijke damesromancière. Critica Annie Romein-Verschoor, de klassenstrijd zeer toegedaan, moest om andere redenen niets van haar hebben. Ze verweet Top Naeff gebrek aan engagement. ,,Een kostelijke plant in al te schamele aarde'', was haar oordeel.

Intussen lijkt de schrijfster, precies vijftig jaar na haar dood, definitief tot de ongelezenen te horen. Dat haar werk niet meer in de handel is, helpt ook niet erg. Gelukkig heeft ze in elk geval nog één vurig pleitbezorger: neerlandicus Gé Vaartjes die werkt aan haar biografie. Onlangs stapte hij naar het gemeentebestuur van Dordrecht. Een schande is het, dat de stad haar ereburgeres zo verwaarloost. Top Naeff, vindt haar biograaf, verdient een straatnaam, een plaquette, een wandelroute én restauratie van haar 'schrijfhuisje'. Volgens De Dordtenaar wilde de cultuurwethouder 'best' over de voorstellen praten in de commissievergadering. ,,Ik zeg daarbij: mits het kan passen in het letterenbeleid.''

Gewichtig gedoe waar Jet van Marle wel raad mee zou weten. Ze zou er spontaan van in een fou-rire schieten.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden