NIEMAND ZAT DE BROERS IN DE WEG

Een ex-werknemer van Tank cleaning Rotterdam (TCR) over Jan, Ton en Ron Langeberg: “Ze zijn altijd luxe gewend geweest, hebben nooit geleerd een bedrijf te runnen. Liever waren ze bezig met het autoracen, hun hobby. Maar om luxe betaalbaar te houden, moet er wel een hoop worden verdiend. Hóe, dat rotte niet. Zaken zijn zaken, zeiden ze. Wie zich daartegen verzette werd kapot gescholden en kon gaan.”

Het valt niet mee om in de Rotterdamse haven nog iemand te vinden die het voor de broertjes Langeberg opneemt. Waar ze met nog drie andere leidinggevenden verantwoordelijk worden gehouden voor één van de grootste milieuschandalen uit de Nederlandse geschiedenis, worden zij steevast aangeduid als 'Amsterdamse afvalcowboys' en de 'gif-mafiosi'. Meer dan in welke andere strafzaak ook zijn de Langebergs ver vóór de uitspraak van de rechter al door een stortvloed van media-verhalen veroordeeld. Hun enige, schrale troost is dat niet alleen hún handelwijze, maar ook die van toezichthouders centraal staat. De top van de ministeries van VROM, Verkeer en Waterstaat, Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland, de milieudienst Rijnmond (DCMR), wie heeft sinds de oprichting van TCR op 1 januari 1985 op weg naar de Botlek niet zitten slapen?

Met 23 miljoen gulden subsidie in de hand, verstrekt door de toenmalig minister Kroes van verkeer en waterstaat, slaagden de gebroeders Langeberg erin om jarenlang, en door weinigen lastig gevallen, tientallen miljoenen kilo's gif in het Botlekgebied _ op het eigen bedrijfsterrein maar ook in de omgeving _ te dumpen. Nog eens miljoenen kilo's ander gif werd illegaal naar België, Duitsland en Engeland getransporteerd. Met kwartaalgegevens voor Rijkswaterstaat zou stelselmatig zijn geknoeid, er zou belastingfraude zijn gepleegd, terwijl de subsidie-aanvragen bewust op onjuiste gegevens zouden zijn gebaseerd. De boekhouding tenslotte is gelijk het gif in het niets verdwenen.

“Enkele dagen voor het faillissement is de hoofdcomputer van TCR 's nachts weggehaald door of op instructie van de heren Langeberg (..)”, schrijft curator mr. J. Mentink in zijn eerste, tussentijdse verslag van 27 oktober 1994. Hij voegt eraan toe dat dit volgens de Langebergs 'nodig was om continuïteit van de groepsadministratie te waarborgen'. De broers laten de curator vervolgens versteld staan: ze doen zélf aangifte van diefstal van de computer. Later zegt mr. Mentink hierover: “Het merkwaardige is dat bij de inbraak een ruit van binnenuit was ingedrukt”.

Vervolg op pagina ZZ 2

Vervolg van pagina ZZ 1 De curator is dan al eerder des duivels geweest over de handelwijze van Jan, Ton en Ron, die vele miljoenen guldens uit de kas van TCR zouden hebben geplukt en aangewend voor privé-doeleinden. Om één en ander te verdoezelen zouden de drie zelfs na het faillissement delen van de boekhouding hebben zoekgemaakt. Voor de curator lijkt er daarom weinig eer weggelegd. Waar de Langeberg-groep gebruik maakte van een kluwen van BV's en de financiële administratie voor een belangrijk deel spoorloos is, is het onzinnig ervan uit te gaan dat er een helder plaatje op tafel komt. Laat staan dat er nog gelden boven het troebele water komen.

Dat het ministerie van verkeer en waterstaat de aan TCR verstrekte subsidiegelden terug wil zien, verbaast zowel mr. Mentink als zijn mede-curator mr. G. Gispen. “Vijf jaar geleden al was duidelijk dat TCR niet aan de door het ministerie gestelde voorwaarden heeft voldaan”, zei Gispen onlangs. “Toen had de staat al moeten ingrijpen. Wij kunnen niet begrijpen waarom dat niet is gebeurd. De afspraak destijds was dat tweederde van de investeringen van TCR betaald zou worden uit de subsidies en dat de rest door de aandeelhouders zou worden gefinancierd. Wij hebben de indruk dat alles is betaald uit de subsidies.”

Met de subsidies is toch al van alles aan de hand. Zo kwam begin dit jaar van het parket van de procureur-generaal in Den Haag een verklaring, waaruit blijkt dat de toenmalig minister Kroes al in 1984 op de hoogte was van verdenkingen van ernstige milieu-criminaliteit tegen de latere eigenaren van TCR, de gebroeders Langeberg. Toch kregen die korte tijd later 16,5 miljoen gulden van de minister voor het opzetten van een havenontvangstinstallatie in de Botlek, waar schepen olierrestanten en ander chemisch afval konden lozen. In 1988 kwam er van Verkeer en Waterstaat een volgende subsidie, ditmaal van 6,5 miljoen gulden.

Mede tegen deze achtergrond zal de ex-minister op verzoek van Jan Langebergs' advocaat mr. A. Moszkowicz de rechtbank tot in detail moeten uitleggen wáárom zij destijds tot de subsidie besloot. Dat kan kan een lastige opgave blijken: twee weken nadat mr. Feber haar in het diepste geheim had ingelicht over het justitiële onderzoek tegen de Langebergs, gaf zij toch groen licht voor de subsidie. Het onderzoek zelf was toen inmiddels van de baan, daags na het vertrouwelijke onderonsje tussen Feber en Kroes bleken de broers merkwaardigerwijs op de hoogte van de politie- en justitie-activiteiten, hetgeen 'einde oefening' betekende.

Hoewel de minister beloofde de Langebergs goed in de gaten te zullen houden, gebeurde er nadien lange tijd niets. Een poging van de justitie de broers in 1987 aan te pakken, mislukt opnieuw jammerlijk. Vanwege de verbazingwekkend ruime subsidievoorwaarden die Verkeer en Waterstaat aan TCR heeft gesteld, is strafrechtelijke vervolging onmogelijk. Wél worden oude vermoedens bevestigd. Het bedrijf heeft voornamelijk goedkoop verkregen, verouderde apparatuur op zijn terrein om van andere onvolkomenheden te zwijgen.

Pas zes jaar later, op 17 december 1993, slaan politie en justitie, naar het lijkt met succes, hun slag. Met 250 opsporingsambtenaren worden bij TCR én de in Amsterdam gevestigde holding van de broers invallen gedaan. De troep die in de Botlek-vestiging wordt aangetroffen, is enorm. De tanks met hun verrotte bodems zitten tot barstens toe vol met chemisch afval, de leidingen zijn finaal versleten. TCR is één grote gifbelt. Maar de broers zijn zich van geen kwaad bewust, wijzen erop dat eerdere verbalen lang en breed zijn afgewikkeld. “We werken altijd mee met de regelmatige routine-controles en beschikken over de benodigde vergunningen, ook voor vervoer van reststoffen naar België”, reageert Jan.

Precies een jaar later slaat voor hem, zijn broers en twee andere leidinggevenden het noodlot opnieuw toe. Zij worden aangehouden en zitten sindsdien vast. Jan Langeberg moet tussendoor in het ziekenhuis worden behandeld, na drie maanden cel smeekt Ron de rechter vergeefs om vrijlating en ook de overige verdachten staan psychisch nu onder grote druk. Hun weerbaarheid lijkt voor eens en altijd gebroken.

Buiten de muren van het huis van bewaring is er niets van enig medelijden te bespeuren. Woede, afgrijzen, zelfs haat maken beurtelings plaats voor elkaar. Het geldt niet alleen de gebroeders, maar ook de (top)-ambtenaren, de ministers en andere verantwoordelijken die jarenlang de schouders ophaalden zodra het over TCR en de Langebergs ging. Maar hoe zat dat met de werknemers en de vakbonden?

“Ze hadden lak aan ons, zagen ons niet staan”, zegt bestuurder Hans de Vries van de industriebond FNV over Jan, Ron en Ton Langeberg. ,In de salarissfeer verzorgden ze hun personeel prima. Ongeschoold werk doen voor 60 000 gulden per jaar of soms zelfs een ton is niet gek. Dus hadden we alleen bij reorganisaties met TCR te maken. En dan lieten de broertjes het werk over aan hun directeur E., die ze helemaal in hun zak hadden.”

Dat er bij TCR echt iets mis was, ontdekten De Vries en z'n medebestuurders pas eind 1993, bij de invallen. “Voor die tijd hadden we wel onze bedenkingen, maar harde feiten ontbraken. Zo viel het ons op dat tijdens de weinige keren dat we met E. vergaderden wel erg vaak de telefoon ging. Dan was het de buurman van TCR, die zich beklaagde over stankoverlast. Op die momenten dachten we 'zou hier iets mis zijn', maar als je dan die prachtige driekleurenfolders van het bedrijf onder ogen kreeg, verdwenen de twijfels weer. De broertjes zelf zagen we eigenlijk nooit, ze hielden zich op afstand. Maar intern regeerden ze met strakke hand. Als een reorganisatie het noodzakelijk maakte dat er mensen werden ontslagen, zag je op ons kantoor alleen de werknemers die dit aanging. Degenen die mochten blijven, hoorde je niet. Daar zorgden Jan, Ton en Ron wel voor. Die zeiden tegen hun personeel 'Je hoort bij ons en als je niet meedoet, ben je tegen ons'.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden