Niemand weet waar het onderwijsgeld precies heen gaat

In het Haagse Zuiderpark staakten in 2017 tienduizenden basisschoolleerkrachten voor een hoger salaris en een lagere werkdruk. Volgens scholen krijgen ze van het ministerie van onderwijs te weinig geld om leerkrachten meer te betalen. Beeld Inge van Mill

De Onderwijsraad vindt de manier waarop het onderwijs wordt gefinancierd onoverzichtelijk en oncontroleerbaar. Niemand weet precies waar het geld blijft. 

Het is te vaak niet duidelijk waar scholen hun geld aan uitgeven, concludeert de Onderwijsraad in een zojuist gepubliceerd advies. Daardoor kan niemand controleren of geld goed wordt uitgegeven en of er überhaupt genoeg is om aan alle verwachtingen te voldoen die we met zijn allen hebben van het onderwijs. De manier waarop de overheid het onderwijs betaalt is te ingewikkeld, er zijn te veel losse subsidies en regelingen en de toezichthouders doen hun werk niet altijd goed. Dat moet beter, zegt de raad.

Basisschoolleerkrachten verdienen te weinig, schoolgebouwen worden niet goed onderhouden, er is te weinig geld voor kinderen die extra aandacht nodig hebben of ouders moeten verplicht een hoge ouderbijdrage betalen voor hun kind. De problemen waar het onderwijs mee kampt lijken allemaal terug te voeren op een fundamentele vraag: waar is het geld?

Het blijft steken in allerhande bestuurslagen, zeggen critici. Er is gewoon te weinig, zeggen de scholen zelf. Vanwege die soms verhitte discussies vroeg de Tweede Kamer de Onderwijsraad om de financiering van het onderwijs – van basisonderwijs tot hoger onderwijs – onder de loep te nemen.

Eigen keuzes

De Onderwijsraad komt niet met een voorstel om alles helemaal om te gooien. De zogeheten lumpsumbekostiging, waarin scholen simpel gesteld een zak met geld krijgen om alles van te betalen, is volgens de raad de beste optie. Critici, waaronder de Algemene Onderwijsbond, zijn daar teleurgesteld over. De vakbond pleit al langer voor twee verschillende zakken geld: een voor personeel en een voor andere zaken. Voorzitter Eugenie Stolk noemt het advies nog te voorzichtig. 

Maar een school in Drenthe moet andere keuzes kunnen maken dan een school in Rotterdam, vindt de raad. Daar is de huidige manier van financieren het meest geschikt voor.

Maar daar houdt de positieve boodschap wel op. Want niet alleen is de lumpsum veel te ingewikkeld, met berekeningen die amper te volgen zijn, scholen krijgen vanuit meer hoeken en gaten geld. Zo komt er nog geld vanuit allerhande subsidies en regelingen van de landelijke overheid, via regionale samenwerkingsverbanden voor passend onderwijs, de gemeente, het bedrijfsleven, provincies of maatschappelijke organisaties. 

Hou zo veel mogelijk op met al die potjes geld, zegt de Onderwijsraad. En als je het doet, maak dan duidelijk wat je als overheid verwacht van dat extra geld en hoe je dat gaat controleren. Dat laatste gebeurt nu zelden. 

Controle

Die kluwen van geldstromen maakt dat het voor iedereen moeilijk is om te controleren hoe scholen hun geld besteden. Individuele scholen publiceren wel hun jaarverslagen maar een landelijk beeld is daar moeilijk uit te distilleren. De controle moet beter, zegt de Onderwijsraad, want de lumpsum is geen vrijbrief om zomaar wat te doen. De raden van toezicht hebben vaak te weinig kennis om de financiën goed in de gaten te houden en ook de controle door de overheid, in de vorm van de Onderwijsinspectie en de NVAO in het hoger onderwijs, moet beter.

Debacles als die op hogeschool Inholland (waar met diploma’s werd gesjoemeld) en bij mbo-instelling Amarantis (dat failliet ging door financieel wanbeleid) hadden voorkomen kunnen worden als de raad van toezicht, de Onderwijsinspectie en de NVAO hun werk beter gedaan hadden.

Die kluwen van geldstromen is een probleem maar ook, schrijft de Onderwijsraad, dat het onmogelijk is om een oordeel te vellen over de vraag of scholen voldoende geld krijgen. Wat de raad wel meegeeft: de overheid betaalt het onderwijs om te kunnen voldoen aan de eisen die de wet stelt, maar de maatschappij stelt veel hogere eisen. De raad stelt een apart onderzoek voor om te kijken of het onderwijs meer geld moet krijgen om aan de verwachtingen te voldoen. 

Scholen

De PO-raad en de VO-raad, de organisaties van basis- en middelbare scholen, herkennen zich in het beeld dat de Onderwijsraad schetst. De organisaties zijn blij dat de raad de lumpsum niet afserveert maar vinden ook dat er verbeteringen nodig zijn.

De basisscholen zijn blij dat de Onderwijsraad aankaart dat er een verschil zit tussen de verwachtingen die de maatschappij heeft van het onderwijs en de hoeveelheid geld die daarmee gemoeid is. De PO-raad, de organisatie van basisscholen, vraagt al langer om een parlementair onderzoek naar de bekostiging van het onderwijs. 

Lees ook: Docenten hekelen de bekostiging van het onderwijs

Leraren klagen dat er in het huidige financieringssysteem niet genoeg geld gaat naar salarissen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden