’Niemand staat stil bij wat dit betekent voor vrouwen’ ’Niemand staat stil bij wat dit betekent voor vrouwen’

’De aandacht”, zegt Marli Huijer, „gaat steeds uit naar het embryo. Maar dat komt niet zomaar uit de lucht vallen. Dat komt ergens vandaan.” Zonder eicel, dus zonder vrouw, geen embryo. „Maar over de vraag wat het voor vrouwen betekent eicellen af te staan, gaat het vrijwel nooit.”

De arts-filosoof voelt weinig voor onmiddellijke opheffing van het verbod op het kweken van embryo’s voor wetenschappelijke doeleinden. Onder de titel ’Je mag een vrouw niet alles vragen’ legde ze onlangs uit waarom, tijdens een congres van de Nederlandse Vrouwenraad over biotechnologie en de gevolgen voor vrouwen.

Het begrip ’betamelijk’ speelt in haar betoog een grote rol. „Het is een woord dat wat ouderwets klinkt in een maatschappij waarin keuzevrijheid een van de hoogste waarden is geworden. Maar ook in onze samenleving kunnen we niet zonder betamelijkheid.

Het heeft te maken met wat gepast is en wat niet. Ook in onze tijd zijn er duizenden geschreven en ongeschreven regels en omgangsvormen die het dagelijks leven tussen mensen reguleren en veraangenamen.

Zo is het niet betamelijk in een openbare ruimte zomaar je neus onder iemands oksel te steken of bij een onbekende op schoot te gaan zitten.

Een doorgewinterd liberaal zal zeggen dat dat heus wel mag, als je het maar vraagt en toestemming krijgt. Maar leven in zo’n samenleving, waarin niks vanzelfsprekend is, betekent dat je continu alert moet zijn op wat anderen je vragen en dat je voortdurend bezig moet zijn met de vraag wat je wel of niet wilt. Je bent steeds grenzen aan het trekken.”

Zo’n maatschappij, zegt Huijer, is weinig aantrekkelijk. „Natuurlijk veranderen ideeën over wat betamelijk is en wat niet, ze moeten ook altijd ter discussie staan. Maar zonder een gedeelde grond van hoe we prettig met elkaar om kunnen gaan is het lastig leven, is er weinig houvast.”

Opheffing van het verbod op het kweken van embryo’s voor onderzoek betekent zonder twijfel dat vrouwen vaker gevraagd zal worden eicellen af te staan. „Maar dat is voor mij een voorbeeld van een vraag die zich bevindt op de grens van wat betamelijk is”, zegt Huijer, senioronderzoeker filosofie en biomedisch onderzoek aan de Rijksuniversiteit Groningen.

Dat komt, zegt ze, omdat deze vraag verbonden is met de intieme en private sfeer, met vruchtbaarheid, lichamelijkheid en seksualiteit. „De vraag heeft ook te maken met lichamelijke integriteit: het lichaam mag niet zomaar worden geschonden. En met het besef dat je niet alles hoeft te delen.”

Het is niet simpel, heeft ze gemerkt, om deze aspecten aan de orde te stellen in het debat over stamcellen en biotechnologie. „Dat komt wellicht omdat er emoties in het spel zijn. Die zijn niet altijd in harde argumenten te vangen.” Maar juist daarom mag je er niet zomaar overheen lopen.

Vragen om een eicel is anders dan vragen om een nier of bloed, stelt Huijer. Bij het afstaan van een nier is er een directe relatie tussen de (levende) donor en de ontvanger. Bij het afstaan van eicellen voor wetenschappelijk onderzoek is dat niet het geval. „Je weet niet voor wie je het doet, en ook niet of je er iemand mee helpt. Eicellen hebben ook een andere betekenis. Een eicel staat voor vruchtbaarheid. Het is een geslachtscel, de kiem van een toekomstige generatie, die je verbindt met een hele keten van familieleden.”

Een zaadcel is dat natuurlijk ook. Waar de productie van sperma een paar minuten durende actie vergt (“waarvan ik het idee heb dat dat voor de meeste mannen wel een prettige handeling is”), is de vorming en afname van eicellen echter gecompliceerder.

Vrouwen krijgen hormonen toegediend, waarna de eicellen via een punctie worden ’geoogst’. Marli Huijer: „De geschiedenis van ivf leert dat die behandelingen niet zonder risico zijn. Vrouwen hebben pijn, krijgen bloedingen. En van de lange-termijneffecten, ook op psychisch gebied, hebben we nog geen weet.”

De commissie die de Embryowet heeft geëvalueerd wijst, bij haar pleidooi voor opheffing van het verbod eicellen te kweken voor onderzoek, vooral naar de beloftes die nieuwe voortplantings- en stamceltechnologieën bieden. Huijer zet met name bij dat laatste vraagtekens. „Dat horen we al jaren, maar de vorderingen zijn niet erg groot”.

Meer in het algemeen stelt ze dat er vrijwel geen medische ontdekking is die niet ook zijn schaduwkanten heeft, vaak specifiek voor vrouwen. Prenataal onderzoek bijvoorbeeld geeft de mogelijkheid een gehandicapt kind op te sporen, maar kan een vrouw bij een ongunstige uitslag ook in een onmogelijke positie brengen. „Wat ze ook beslist, ze doet het nooit goed. Voor zichzelf niet, voor haar omgeving niet. Maar de gevolgen zijn wel haar verantwoordelijkheid. Ze was immers goed geïnformeerd, ze kon immers zelf kiezen.”

Huijer wijst erop dat de huidige Embryowet onderzoek nu ook toestaat. Bij ivf worden immers meestal meer embryo’s gemaakt dan uiteindelijk bij een vrouw worden teruggeplaatst. Na toestemming van de betrokkenen mag daar onderzoek mee worden gedaan. Huijer: „Laten we eerst maar eens nagaan hoe het deze vrouwen is vergaan. Daar is nu nauwelijks wat over bekend. Hoe hebben deze vrouwen het afstaan van een eicel ervaren, zowel op het moment zelf als in een latere fase? Wat betekende het voor hen dat te doen? Het is te makkelijk om je te verschuilen achter een papiertje waarop vrouwen een handtekening hebben gezet voor toestemming. Dat doet aan de ervaringen van vrouwen geen recht.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden