Niemand luidt de noodklok over een veel te droge zomer

MIERLO - In politiek Den Haag slaat geen hond aan op de veel te droge zomer en de vrij ernstige gevolgen voor de natuur. Geen Kamerlid dat een vraag heeft gesteld - ook niet van de zich groen noemende partijen; geen minister die op werkbezoek is gegaan. Ook niet die van Vrom.

JAN SLOOTHAAK

Die onverschilligheid is volstrekt tegengesteld aan het beeld van een te natte periode. Hele horden Kamerleden en ministers laten zich dan graag met laarzen aan op de verdronken landerijen op de foto zetten en praten over schadevergoedingen. Ir. P. Promes van het Brabantse waterschap de AA geeft het grif toe. “Er komen pas reacties als er economische belangen mee zijn gemoeid, boeren die hun oogst zien mislukken. Maar wat is de economische waarde van één of ander plantje? Dat is niet te meten.”

N. van Heijst, plaatsvervangend directeur van Staatsbosbeheer: “Van de milieugolf die we hebben gekend is nog maar een schijntje over.” In de afgelopen anderhalf jaar is de helft minder water gevallen dan normaal. Volgens Van Heijst zijn verschillende planten dit jaar niet meer waargenomen: onder meer de moeraswespenorchis, parnassia, vleeskleurige orchis, vlozegge, draadrus moeraswederik en paarbladig goudveil. “Je moet maar afwachten of ze in betere tijden weer opduiken. Allengs zijn er in Nederland al tientallen soorten verdwenen en van de 406 soorten van internationaal belang die er nog zijn, dreigen momenteel 50 ook nog eens het loodje te leggen.”

De Tweede Kamer besloot in 1994 dat 25 procent van de verdroging in het jaar 2000 moet zijn teruggedraaid. Die doelstelling lijkt niet meer haalbaar. Momenteel is vijf procent hersteld en de verwachting is dat dit in 2000 hooguit tien procent zal zijn. Ondertussen gaan er steeds meer soorten verloren. Maar Den Haag reageert niet op de noodkreet dat het in 1994 gestelde doel slechts mondjesmaat wordt uitgevoerd en op geen stukken na op schema ligt, constateert Van Heijst wrang.

E. de Hullu, hoofd Bos- en Natuurbeheer van Staatsbosbeheer, wijt dat niet zo zeer aan gebrek aan geld, maar vooral aan het feit dat de verschillende belangengroeperingen moeilijk op één lijn zijn te krijgen. Waterschappen willen wel meewerken, zegt Promes van het waterschap de AA, maar ze zijn bang voor schadeclaims van boeren of andere belanghebbenden. Van natuurorganisaties dreigen zulke claims niet, omdat bedreigde plantensoorten niet in geld zijn uit te drukken.

Toch vindt er naar haar indruk wel een omslag plaats. Zo is er in Brabant een convenant tot stand gekomen met boeren en waterschappen om de grondwaterstand te verhogen. In gebieden waar zulke anti-verdrogingsmaatregelen worden genomen, blijkt overduidelijk dat de natuur daar baat bij heeft en gevoelige planten overleven, zegt Van Heijst. Allengs laten boeren zich over de streep trekken, omdat ook zij zelf ook last beginnen te krijgen van maatregelen zoals het instellen van beregeningsverboden.

Dit voorjaar organiseerde Staatsbosbeheer in het Drentse Dwingelo een excursie om op de dreigende gevolgen van de droogte te wijzen. Gisteren was het de beurt aan het Brabantse Mierlo voor een herhalingsoefening. Met vrijwel dezelfde rituelen. Zo stond boswachter Jap Smits in het reservaat Sang en Goorkens klaar om een meetlint te laten zakken in één van de 6000 peilbuizen die Staatsbosbeheer in Nederland in de grond heeft staan. In dit geval staan er twee peilbuizen naast elkaar voor respectievelijk het meten van de waterdruk onder een diepe leemlaag en ééntje om het regenwaterpeil daarboven te meten. Beide staan te laag. Het is nogal ingewikkeld met zuiver regenwater en verschillende grondwaterstromingen, de één kalk- en de ander mineraalrijk. Naarmate een stroming meer overheerst, beïnvloedt dat de voedseltoevoer naar de planten. In Sang en Goorkens blijken de wateraardbei en de holpijp zich te hebben teruggetrokken in een slootje. Smits vindt met moeite nog een enkel exemplaar. En de koekoeksbloem die de omgeving paars zou moeten kleuren is ook al nauwelijks te bekennen.

Verderop in het broekbos is de bodem ingeklonken. De grond die arm behoort te zijn, zou zo kunnen dienen als bloemenaarde. Er vegeteert nog een enkele grote boterbloem. Ook het dierenleven verarmt. De kleine ijsvogelvlinder is afhankelijk van de kamperfoelie en die zijn samen sterk op hun retour. Een andere vlinder, de bosdikkop, die het moet hebben van grassen op open plekken, is in Sang en Goorkens al helemaal verdwenen. Veel planten, die met hun wortels niet meer tot het water konden reiken, hebben het moeten afleggen tegen de oprukkende braamstruik die dieper wortelt. Het bos wordt ruiger ten koste van de gevoeliger soorten.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden