Interview

Niemand krijgt Juul Franssen kapot

Franssen en haar advocaat bij het kort geding tegen de judobond. Beeld ANP

Juul Franssen kwam een jaar niet in actie vanwege een conflict met de judobond. Vandaag maakt ze haar rentree. Ze vertelt over dat conflict, over een harde jeugd en een vechtscheiding. 'Ik wil dat judopak weer aan.'

Tijdens het interview wordt judoka Juul Franssen ineens op haar been gespoten met een luchtverfrisser. Het is Chris de Korte, de 79-jarige grondlegger van haar judoschool in Hoogvliet, onder Rotterdam. "Stink ik?", lacht Franssen. "Ik dacht dat ik me goed had gewassen net." De Korte stelt zich voor aan de interviewer: "Dag mevrouw."

Of Franssen een beetje haar best doet? De Korte fronst. "Nee", zegt hij kordaat. "Ze doet niet haar best. Je moet nooit je best doen. Je moet gewoon doen. Dat is mijn filosofie. Nou dáág."

De Korte loopt weg. Hij wil de zaal sprayen. 'Karatemensen' zweten veel. Dat vinden de 'tai-chi-mensen' volgens hem niet zo prettig.

Franssen (27) glimlacht vertederd als ze de leermeester de zaal in ziet glippen. "Daar leren we nog heel veel van", zucht ze. De belangrijkste les? "Rationeel zijn, hard zijn. Je ding blijven doen. Ik ben blij dat ik hier nog zit. Dat ik nog wat van hem kan leren nu hij er nog is."

Franssen kwam dertien maanden niet in actie omdat de judobond haar had uitgesloten van wedstrijden. Ze werd uit de nationale selectie gezet omdat ze niet fulltime op Papendal wilde trainen, waar de bond een centraal programma heeft opgezet. De centralisatie stuitte op veel weerstand in de judowereld, waar talenten tot voor kort groot werden gebracht bij sterke verenigingen.

Franssen legde zich niet neer bij het besluit van de bond. Ze spande een kort geding aan en werd op het belangrijkste punt in het gelijk gesteld. De rechter bepaalde dat ze nooit uitgesloten had mogen worden van toernooien.

Nu traint ze deels op Papendal en deels met haar oude trainers in Hoogvliet. Vandaag komt Franssen voor het eerst in dertien maanden weer in actie tijdens de Grand Prix-wedstrijd in Den Haag.

Geen spijt

Een verloren jaar. Maar het was het waard, meent Franssen. "Ik heb er geen moment spijt van gehad. Ik heb het ook echt voor mezelf gedaan. Ik ben niet meer zo naïef als voorheen, maar dat heb ik wel moeten leren. Vroeger cijferde ik mezelf altijd weg. Als anderen het maar goed hadden. Ik was zo'n type dat op haar eigen feestje nooit iemand sprak, omdat ik altijd in de keuken stond om anderen te verwennen. Ik heb nu geleerd om mezelf op nummer één te zetten. Ik wilde mijn recht gaan halen. Ik ben iemand en ik sta ergens voor. Dat wilde ik laten zien. Ik kon het er niet zomaar bij laten."

Franssen vond dat ze het aan zichzelf verplicht was om te strijden voor haar gelijk. Die houding hoort bij de 'nieuwe Juul'. De oude Juul klaagde nooit, werkte altijd keihard. Zo hebben haar ouders het haar geleerd. In het hardwerkende slagersgezin in Reuver, een dorp in Noord-Limburg, werd niet sentimenteel gedaan. Over emoties praatte je niet en een knuffel of compliment kreeg ze zelden.

Dat werkte fantastisch in de sport. Franssen groeide uit tot een bikkelharde judoka, een wereldtopper in de klasse tot 63 kilogram. Tot haar jeugdliefde haar in 2015 na dertien jaar relatie en anderhalf jaar huwelijk aan de kant zette. Toen werkte hard zijn niet meer.

Franssen kan nu weer over praten over de breuk zonder heel emotioneel te worden. In de kantine van haar club vertelt ze achter een bidon water over een moeilijke tijd. Een harde jeugd, een vechtscheiding, het conflict met de bond.

Aard van het beestje

Na haar scheiding 'pelde' ze zichzelf helemaal af. De atlete ging graven in haar jeugd om erachter te komen waarom ze moeilijk haar gevoel uitte. "Aard van het beestje", lacht ze. "Mijn moeder is net zo. Als er wat is, vertelt ze het pas achteraf. Ze wil mensen niet belasten met haar zorgen, draagt alles zelf. Bij ons thuis werd niet over emotionele dingen gepraat. Wij knuffelden ook niet. Ik kan me maar twee keer herinneren dat mijn vader mij een knuffel gaf."

De eerste keer is Franssen twaalf jaar oud als ze op school wordt gebeld met slecht nieuws. Er is borstkanker ontdekt bij haar moeder. De judoka komt thuis en treft haar vader in de werkplaats, waar hij bezig is met het vlees. Hij drukt zijn dochter tegen zich aan, snikkend. Hij zegt dat het allemaal goed komt. Samen huilen ze.

Na dat moment gaat het gezin over tot de orde van de dag. Er moet gewerkt worden. Zes dagen per week, twaalf uur per dag. Terwijl haar moeder elke dag naar het ziekenhuis in Nijmegen gaat voor bestralingen en chemotherapie, wordt Franssen opgeleid om taken over te nemen in de slagerij voor het geval haar moeder komt te overlijden.

Juul Franssen: 'Ik heb geleerd om mezelf op nummer één te zetten'. Beeld Inge van Mill

Over de ziekte, waar haar moeder van geneest, wordt niet gesproken. "Ik hoorde haar natuurlijk weleens overgeven, maar verder heb ik er niet zo heel veel van meegekregen. Ik ging om zeven uur 's ochtends naar school, kwam om vijf uur terug. Dan telde ik het geld in de winkel, at ik snel wat en stapte ik in de auto naar judo. Je weet niet beter. Bij ons was het van: niet zeiken, hard werken."

De tweede keer dat haar vader haar knuffelt, is wanneer haar ex haar na anderhalf jaar huwelijk vertelt dat het voorbij is. Staat ze de volgende dag ineens om vier uur 's middags met haar ziel onder de arm bij haar vader, weer in de werkplaats.

Franssen herhaalt de reactie van haar vader. "Hij zei: 'wat doe jij nu hier. Wat doe jij nu hier?' Tien keer achter elkaar. 'Ja, waar moet ik anders heen papa', zei ik. 'Maar Juul, wat doe je hier nou toch.' 'Ja, pap, wat moet ik anders?'

Harde leerschool

De harde werker, die nooit affectie toont, trekt zijn dochter naar zich toe. "Kom hier. Komt allemaal goed. Wat hebben ze toch gedaan", zegt hij met een overslaande stem. Franssen glimlacht als ze erover vertelt. "Die momenten zijn heel emotioneel en bijzonder voor me. Die heb ik niet vaak met mijn vader."

Ze zou het bij haar eigen kinderen anders doen. "Zeg gewoon dat je van iemand houdt. Ik vind dat normaal. Mijn zus en ik hebben een heel harde leerschool gekregen. Dat heb ik ook mee kunnen nemen in mijn topsportcarrière. Ik heb niets gemist in mijn jeugd. Maar ik heb ook gezien hoe het anders kan."

"Bij mijn ex-schoonouders kreeg ik bij elke begroeting drie zoenen. Ik was verbaasd, dat deed ik thuis nooit. Wist ik veel. Ik stak altijd gewoon mijn hand op als ik kwam. 'Hoi.' En als ik ging ook. Wij gaven elkaar nooit drie kussen. Ik ben nu degene die mijn ouders zoent als we binnenkomen en weer gaan. Ik ben daar gewoon een keer mee begonnen omdat ik dat fijn vind. Hoe ouder ik word, hoe meer warmte ik krijg. Via kleine dingen merk ik nu dat ze trots op mij zijn."

"Soms zie ik mijn vader een tijdje naar me staren. Dan voel ik dat hij van me houdt. Maar hij zou het nooit zeggen. Laatst zei hij tegen mijn moeder: 'Ze heeft het toch maar weer mooi op een rijtje', toen ze bij me vandaan kwamen. Zou hij nooit tegen mij zeggen. Zij stuurt het dan later naar me in een appje. Dat vind ik wel weer lief."

Evenwicht

In de periode dat Franssen geen wedstrijden doet vanwege het conflict met de bond, is ze vaker thuis in Limburg. Het brengt haar in evenwicht na de breuk met haar ex. Het laat haar zien wat belangrijk is in het leven.

De judoka gelooft dat alles wat ze meemaakt, ergens goed voor is. Tegenslagen maakten van haar een sterker mens. Ze kreeg er zelfvertrouwen van en dat gebruikte ze in de rechtszaak; twijfelen aan een goede afloop deed ze nooit. "Ik denk niet dat veel mensen die in mijn situatie hadden gezeten er nu nog hadden gestaan. Veel topsportcarrières waren geëindigd. Door het hele gebeuren met de scheiding durfde ik dit ook aan."

Franssen uit haar emoties nu vaker. Maar alleen als het functioneel is. Tijdens een wedstrijd is ze de slagersdochter, de vrouw die niet kapot te maken is. Straks, als ze de tatami weer op gaat, gaat de moordblik weer op. Ze heeft geen idee waar ze staat, of ze nog mee kan met de besten. Maar dat is van ondergeschikt belang.

Franssen begint te stralen als ze het erover heeft. "Ik wil dat judopak weer aan. Ik wil de adrenaline weer voelen. Moet je kijken, ik krijg er gewoon kippevel van."

Ze schuift haar mouw naar boven en laat de haren zien die recht overeind staan. "Die adrenaline is het allerlekkerste gevoel dat er is. Dat gevoel van onoverwinnelijkheid. Iedereen heeft angst als je tegenover elkaar staat. Dan gaat het erom wie de meeste guts heeft. Dat straal je ook uit. Ik heb een enorme bitchface, een moordblik. Je wil de ander opvreten. Dat ze het maar weten: er is maar één Juul Franssen. En dat ben ik."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden