Niemand kan lijken in Rwanda tellen

AMSTERDAM - Zelfs het tellen van de doden in Rwanda is een onmogelijke opgave. In de Tanzaniaanse dorpen langs de grensrivier zien ze gemiddeld zeven lijken per minuut voorbij drijven, 24 Uur per dag, dag in dag uit. En er zijn zoveel rivieren in dit gebied.

Missionarissen, zendelingen en hulpverleners die over land hebben weten te ontkomen spreken over eindeloze rijen levenloze lichamen van mannen, vrouwen en kinderen in de bermen van de weg.

Volgens voorzichtige schattingen zijn er inmiddels 100 000 mensen omgekomen bij wrede massamoorden sinds 6 april. Secretaris-generaal Boetroes Boetroes-Ghali van de Verenigde Naties vreest echter dat er al tegen de 200 000 doden gevallen zijn. En directeur David Bryer van de Britse hulpverleningsorganisatie Oxfam zei woensdag dat er zelfs wel 500 000 slachtoffers gevallen kunnen zijn. Hij baseert zich daarbij op meldingen van zijn eigen Oxfammedewerkers, die hebben gesproken met Rwandezen die naar omliggende landen zijn gevlucht.

Machteloos

Als dat cijfer van een half miljoen juist is, schreef Bryer in een brief aan de Britse premier, John Major, is de volkerenmoord in het 8,5 miljoen inwoners tellende Rwanda de ergste in de wereld sinds de slachting die de Rode Khmer in de jaren zeventig aanrichtte onder de Cambodjaanse bevolking. Hulporganisaties in de hele wereld, ook in Nederland, hebben deze week bij hun regeringen en internationale instellingen gesmeekt op de een of andere vorm in te grijpen. De paar hulpverleners die het een tijdje in het land hebben volgehouden, staan nu machteloos en verbijsterd te kijken hoe de wereld afzijdig blijft. Waarom doet niemand iets? Omdat we niet weten wat?

Volgens Wouter van Empelen, die tot voor kort in de Zuid-Rwandese stad Butare in een ziekenhuisje poogde te reden wat er te redden viel, had de wereld wel degelijk iets kunnen ondernemen: “In plaats van internationale troepen te sturen om de bevolking te beschermen, werden er blauwhelmen van de vredesmacht terùggetrokken. Het is niet nodig dat een internationaal leger partij kiest en het hoeft ook niet zo groot te zijn. Het is daar geen Bosnië, de wapens waarmee wordt gevochten zijn in veel gevallen primitief en zelfs het leger beschikt niet over vreselijk geavanceerde wapens. Een kolonne buitenlandse militairen kan eenvoudig het land in trekken. Als die soldaten vervolgens een gebied rond bijvoorbeeld een ziekenhuis tot neutrale zone verklaren, is dat niet al te moeilijk te verdedigen. Iedere Rwandees die niet mee wil vechten, kan daarheen vluchten en krijgt bescherming. Wie wel wil vechten, die kiest daar dan voor en die vecht dan ook maar.”

Het is alleen volstrekt onduidelijk waar zo'n internationale actie zou moeten beginnen. Organisaties voor noodhulp, toch wel wat gewend op dit terrein, spreken van een 'verschrikkelijke anarchie', waar ook voor medische hulpverleners niet meer te werken valt. Alleen in de hoofdstad, Kigali, is nog een team van het Rode Kruis werkzaam, die, hakmessen en beschietingen trotserend, stug dooropereren.

Weeshuis

Artsen zonder Grenzen zag zich vorige week gedwongen te vluchten uit Butare, in het zuiden van het land, waar het aanvankelijk nog betrekkelijk rustig was. De plaatselijke legercommandant had de bewoners bijeengeroepen in het stadion en ze gemaand elkaar met rust te laten en in de huizen te blijven. Maar toen kwamen er militairen uit de hoofdstad, per helikopter overgevlogen uit de hoofdstad. Een van hun eerste acties was de bezetting van het plaatselijke ziekenhuis. Buitenlandse artsen mochten weg, daarna werden alle patiënten afgemaakt. Dat ging zonder aanziens des persoons, of de slachtoffers nu Hutu of Tutsi waren.

Volgens een van de westerse artsen was hun doel simpel: de bedden leegmaken voor het geval er gewonden zouden vallen onder hun eigen mensen. Daarmee was ook in Butare het grote moorden begonnen. Militairen knuppelden burgers dood, burgers knuppelden hun buren dood. Dit was ook de stad waaruit begin deze week het bericht kwam over een groep bewapende mannen, die het weeshuis binnendrong. Uit de ongeveer vijfhonderd kinderen kozen ze er 21 uit om ze buiten te executeren. De slachtoffers, tussen de drie en de twaalf jaar oud, waren op hun etnische kenmerken geselecteerd.

Waanzinnig

Ook in Kigali zelf gaat na vier weken het moorden door. Een vertegenwoordiger van het Rode Kruis, dat daar nog steeds met een klein hulpteam actief is, noemt de situatie nog steeds “absoluut waanzinnig. Mensen worden doodgeslagen, eenvoudig omdat ze tot de verkeerde stam behoren, of lid zijn van de verkeerde politieke partij of omdat ze geen identiteitskaart bij zich hebben”, aldus vertegenwoordiger Patrick Gasserwoensdag vanuit Kigali voor de BBC-radio.

Hij had grote moeite met de houding van de rest van de wereld, die weinig belangstelling toont voor Rwanda. “Het is buitengewoon frustrerend. We hebben een mandaat van de Conventie van Genève om oorlogsslachtoffers te hulp te schieten, maar het wordt ons niet mogelijk gemaakt om veel te doen.”

Inmiddels is de wereldgemeenschap wel vervuld van schaamte over het voortduren van deze situatie, zeker nadat de Afrikanen het verwijt lieten horen dat voor de 'blanken' in Bosnië blijkbaar makkelijker overeenstemming over ingrijpen is te krijgen dan wanneer het gaat om 'zwarten'. Op verzoek van de Amerikaanse president, Clinton, probeert Boetroes Ghali nu een leger bijeen te krijgen van Afrikaanse soldaten, die desnoods door de VS worden betaald. Maar de directe buren van Rwanda - Oeganda, Tanzania en Zaïre - hebben niet bepaald sterke legers en zonder materieel van buitenaf lijken ze weinig kans van slagen te hebben.

Gisteren vertrok José Ayala Lasso van Ecuador, de nieuwe VN-commissaris van de mensenrechten richting Rwanda. Het is niet duidelijk wat zijn missie daar is. Als ik kan, probeer ik het moorden te stoppen, zei hij zelf voorzichtig. Maar VNdiplomaten in Genève zeiden dat ook de VN-commissaris geen enkele aanwijzing had waar te beginnen. Veel meer dan rapporteren hoeveel doden er bij benadering zijn gevallen en speculeren over hoeveel er nog zullen vallen, zal hij niet kunnen doen, aldus de VN-diplomaten.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden