Niemand hoeft het te weten

Onkerkelijk filosofe Karin Melis wil in januari gedoopt worden in de rk kerk. Een verslag in afleveringen over uitzien tegen de berg op.

Een ding weet ik nu wel zeker: ik heb geen flauw benul waar ik vandaan kom. Ik bedoel, ik heb altijd graag en hard geroepen dat mijn vader wel op de voor hem gepaste tijden hartgrondig het Oude en Nieuwe Testament kon opzeggen, maar dat God hem vreemd was. Hoe ik er eigenlijk op gekomen ben, is mij ook niet goed duidelijk. Want laten we wel wezen, we konden geen kerk passeren of we zouden en moesten er met alle geweld naar binnen. Hij hoefde van heinde en verre maar een zweem van koormuziek te horen of we begonnen te dolen totdat de oorsprong van die noten gevonden was.

Ik herinner me hoe ik een keer klein aan zijn zijde in een koude en verlaten kerk stond. Mijn vader kreeg een of andere religieuze beambte in zijn vizier en zijn eerste onsterfelijke woorden waren: 'Mag ik hier roken?'. Zijn gezicht was in een schijnheilige grijns vertrokken. Volgens mij was hij er enkel en alleen op uit om te zien hoe de man zich eruit zou redden. Het tarten van grenzen is altijd een van zijn favoriete bezigheden en valkuilen geweest. Mijn vader zei nog meer tegen het witte boordje maar dat is voorgoed in mijn schaamte verloren gegaan. Het werden legendarische woorden die ik bij het laatste afscheid, toen hij er voor eeuwig verstild bij lag, herhaalde. Meteen huilen, natuurlijk, want in die ene vraag lag mijn hele vader besloten.

Evengoed, wat mij betreft had mijn vader geen weet van God. Dacht ik. Vond ik. Niet dus. Onlangs vertelde mijn moeder me hoe zij samen, op zijn initiatief notabene, lid van de kerk waren en hoe zij ook nogeens trouw naar die kerk toegingen. Nee! En toen? Nou, toen kregen ze op een goed moment bericht dat giften aan de kerk niet langer meer van de belasting aftrekbaar waren. Zoiets. Mijn vader, zo stel ik me voor, ontstak in woede en heeft stante pede hun lidmaatschap opgezegd. Of ze nu helemaal van god verlaten waren. Einde verhaal. Ik viel van mijn geloof toen ik het hoorde. En toch ook weer niet. Wel typisch mijn vader om zodra er ook maar enig druk werd uitgeoefend meteen in de hoogste boom te klimmen.

Van de week viel mijn oog op een kleine annonce in het lokale kerkblad waarin blij melding werd gemaakt hoe je je giften aan de kerk kunt aftrekken. Geef aan de gemeenschap en doe je voordeel ermee. Ik vraag me af of die aftrekbaarheid de parochie nog iets oplevert. Tenslotte moet de Sint Jozef verbouwd worden. En aannemers, nou ja, daar hoef ik hier niets over te vertellen: iedereen die ooit een muur heeft laten verzetten, weet dat dat veel, en vooral meer geld kost. Zo ook het nieuwe jasje van de Sint Jozef, dat spreekt. We hebben na de prachtige nachtmis dan ook een spaarpotje naar huis meegekregen om die over drie maanden gevuld met euro's weer in te leveren. Het moet ergens vandaan komen als je de goegemeente in een eervolle ruimte wilt ontvangen. Die aankondiging in het kerkblad amuseerde me, maar was me tegelijk een gruwel. Dat die giften van de belasting aftrekbaar zijn, vind ik een vermenging van zaken: namelijk die van de kerk en de staat. Wat is er nou eigenlijk op tegen om er zelf voor op te draaien? Moet je ook nog eens op je aangiftebiljet gaan vertellen hoe goedgeefs je bent geweest om die Sint Jozef iets extra's toe te stoppen. Dat gaat niemand toch iets aan? Ja, ik weet ook wel dat een dergelijke melding niet verplicht is. Het is de veronderstelling die erin verborgen is die me stoort. Zo van als er niets tegenover staat, geeft geen hond. Lekker mensbeeld van de kerk. Nou ben ik overigens van mening dat geld geven niet in de categorie van 'het goede' valt. Zoiets doe je gewoon. Daar heb je het niet over. Dat is banaal. Het spreekt voor zich dat je geeft als je het niet nodig hebt. Wat is er nu gemakkelijker dan dat? Daar ga je toch niet mee te kopen lopen? Lijkt mij.

Maar dat mijn vader ongetwijfeld vloekend en tierend de schriftelijke verlenging van zijn lidmaatschap doorscheurde, daar heb ik ook begrip voor. Het komt op hetzelfde neer: stel geen paal en perk aan mijn giften. Bemoei je met je eigen zaken. Als ze tegen mijn vader hadden gezegd dat ze niet langer meer op zijn giften prijs stelden, dan had hij die kerk ook eigenhandig in een vlaag van verstandsverbijstering willen verbouwen. Hij zat tenslotte in de bouw.

Nu ik erover nadenk en deze woorden opschrijf, realiseer ik me dat mijn vader een bloedhekel aan elke vorm van hypocrisie had. Vandaar ook die zelfbewuste schijnheilige grijns toen hij de Sint Pieterskerk te Rome, reeds tastend in zijn broekzak het losgeld rinkelend tussen zijn vingers, binnenstapte. Toen hij zeker wist dat niemand keek, leegde hij zijn zakken in de eerste de beste collectebus die hij tegenkwam. Vervolgens ging zijn hand naar zijn borstzakje en vroeg op luide toon: 'Wat denken jullie, mag ik hier roken?'.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden