Niemand heeft me verteld hoe dat moet, loslaten

null Beeld thinkstock
Beeld thinkstock

Waarom betekent leven automatisch loslaten, vraagt schrijfster Maartje Wortel zich af. En waarom heeft niemand haar geleerd hoe dat moet?

Samen met een vriendin rijd ik op een lange rechte weg tussen Tilburg en Oisterwijk. Je kunt er makkelijk 100 rijden, daar nodigt het gladde asfalt in elk geval toe uit, maar de snelheidslimiet is 60. Langs de weg staan een stuk of vier flitspalen; we worden in de gaten gehouden. We willen wel sneller, maar we mogen niet. Ik vraag me af wat dat toch is met de mens; de paradox van het altijd maar sneller willen en zich toch in de meeste gevallen niet neer kunnen leggen bij een einde.

Als ik in een auto zit, wil ik voor altijd in die auto blijven zitten, als ik verliefd ben wil ik voor altijd iemands hand vasthouden, voor eeuwig de zachte haartjes in een nek kussen, als ik schrijf, wil ik dat het verhaal nooit eindigt, het uitlezen van een boek kan al pijn doen, en toch doe ik alles zo snel mogelijk; wil ik overal vanaf zijn, misschien zelfs al voordat het begonnen is, zodat ik er persoonlijk voor zorg dat ik al kwijt ben wat ik potentieel kwijt kan raken.

Zwembad

Als ik baantjes trek in het zwembad ben ik niet in het zwembad aanwezig, want in mijn hoofd sta ik alweer bij de supermarkt een pak yoghurt te kopen; ik ga met vakantie en tel de dagen die voorbijgaan alsof ik zwaar werk verricht, ik wacht tot ik terug mag. Ik leef en ik denk: wanneer zal het stoppen? Het is een laffe levensstijl. Ik wist dat het zou eindigen. Dat is gebeurd. En nu verder. Dus we rijden op die lange rechte weg en uit de autoradio klinkt het liedje ‘Dageraadplein’ van Spinvis. Het is een qua melodie verraderlijk vrolijk liedje, alsof er een parade van bloemrijke figuren aan je voorbij trekt. Spinvis zingt: “Voor je het weet klinkt het gebed voor het laatst, is de fanfare voorbij.” (Daarna klinken er violen. Altijd klinken er uiteindelijk violen.) Nee, denk ik nu vurig. Het gebed mag niet voor het laatst klinken.

Waarom betekent leven automatisch loslaten? En waarom heeft niemand mij geleerd hoe dat moet? Aan mijn moeder zal het niet liggen. Zij vertelde me laatst dat ze op bezoek was bij haar beste vriend die op sterven lag. Ze is afscheid van hem gaan nemen. Ze zei: “Ik heb alleen zijn hand vastgehouden. Ik hoefde niets meer tegen hem te zeggen; want praten moet je alleen als er iets opgelost moet worden. Zijn dood kan ik niet oplossen. Over het einde heb ik niets te zeggen.”

Mijn moeder zei ook dat ze op een gegeven moment wist dat ze op moest staan en de kamer uit moest lopen waarin haar vriend lag. Ze zou hem nooit meer terugzien. Toen ze vlak bij de deur was, hoorde ze dat hij huilde. Ze vertelde dat ze dacht: niet twijfelen nu. Doorlopen. We moeten elkaar loslaten. Teruglopen is het einde uitstellen. Ik moet het einde aanvaarden.

Rode bus

Ik luister naar mijn moeder en denk: hoe is toch mogelijk dat ik iemand ben geworden die niet eens een flesje parfum leeg kan spuiten zonder daarbij een groot verlies te voelen? Maar dan belt mijn vader - als ik dan toch een verklaring moet zoeken... Hij zegt dat hij even met me wil praten. Het gaat niet goed met hem, want hij heeft zijn bus verkocht. Mijn vader had een rode bus waarmee hij door heel Nederland reed met zijn zelfgebouwde theater. De bus stond al een paar jaar voor het huis. Mijn vader reed er nog amper in, maar hij vond het een fijn idee dat het kon, mocht hij het willen. Nu de bus weg is, kan hij de lege parkeerplek voor het huis bijna niet verdragen. “Ik voel een existentiële leegte”, zegt hij. “Samen met de bus ben ik verhalen en herinneringen verloren.”

Hij zegt dat hij mij belt omdat hij weet dat ik het begrijp omdat ik niet zo lang geleden een auto weg moest doen waar ik zelfs een uitvaartdienst voor heb georganiseerd. (Gevoel voor drama is onze familie - inderdaad niet vreemd.) “Het was een man uit Rotterdam die de bus kwam halen”, zegt hij. “Hij reed ermee weg en ik zag een deel van mezelf wegrijden.” Ik luister naar mijn vader en naar zijn stem die breekt. En ik zeg: “Maak je geen zorgen, papa. Het is maar een bus.” Al weten we allebei wel beter. Op een dag verkoop je je laatste auto. Of weet je dat de wasmachine jou zal overleven. De fanfare is aan je voorbij getrokken, de muziek sterft weg.

Nu ik met die vriendin over de lange rechte weg rijd, geef ik gas. Dit keer is dat niet omdat ik weer eens ergens zo snel mogelijk vanaf wil, maar vanwege de bekeuring die ik in mijn brievenbus zal ontvangen, met daarop het kenteken van mijn auto en mijn naam. Het bewijs dat ik ergens bewoog, door de tijd heen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden