'Niemand heeft de moed om genocidezaken te staken'

Kroatië en Servië willen er het liefst van af

BELGRADO - Maandag dient voor het Internationaal Gerechtshof een unieke zaak. Kroatië en Servië beschuldigen elkaar over en weer van genocide tijdens de oorlog van begin jaren negentig. Beide staten willen het liefst van de zaak af, maar voelen de hete adem van slachtoffers in hun nek.

Vrijdagavond in Belgrado. Kroatische jongeren komen met de auto uit Zagreb voor een weekendje vertier in de stad die beroemd is om haar nachtleven. Met een vet Kroatisch accent hangt een meisje uit het raam om de weg te vragen naar een nachtclub. Lachend wijst een passant haar de weg. De juiste weg.

Zulke scènes worden onderhand gewoon. Een generatie die na de oorlog is geboren beziet de onderlinge relatie meer ontspannen. De buren kunnen elkaar verstaan en hebben een enorme overlap in cultuur. En binnenkort zitten ze toch samen in de Europese Unie, redeneren zij. Wat heeft het voor zin om elkaar na twintig jaar nog voor de rechter te dagen over de oorlog?

In Vukovar voelen de jaren negentig daarentegen als gisteren. De gemengde stad aan de Kroatische kant van de grens wordt nog altijd fel bevochten. De Servische kanonnen die in 1991 de stad aan puin schoten zijn vervangen door straatnaambordjes met het Servische schrift, zeggen Kroatische nationalisten. De staat wil tweetaligheid invoeren als geste aan de Servische minderheid, maar veteranenorganisaties beschouwen het als de uitverkoop van een stad waar ze zo hard voor hebben gevochten. Waar ze kunnen, halen ze de bordjes weg.

Ook de aanhoudende zoektocht naar oorlogsvermisten houdt de wonden open. Aan beide kanten wachten nog duizenden mensen op nieuws over verwanten die tussen 1991 en 1995 verdwenen. Kroatië en Servië werken steeds beter samen, maar nog altijd zijn veel locaties die door getuigen zijn aangeduid als massagraf niet onderzocht. Dat voedt de twijfel over de bereidheid om schoon schip te maken. De rechtszaak is voor nabestaanden een manier om erkenning te halen.

Maar in plaats van hoognodige reflectie versterkt de gang naar Den Haag vooralsnog juist het 'wij tegen hen'-gevoel. Veelzeggend blufte de Servische vice-premier Rasim Ljajic dat zijn land de zaak 'niet kan verliezen'. Over winnen sprak hij niet.

Toen Kroatië de Servische mensenrechtenonderzoeker Sonja Biserko vroeg om te getuigen over haar bevindingen tijdens de oorlog, stak in Servië een storm van verontwaardiging op. Biserko werd uitgemaakt voor landverrader en zwijgt.

Er is weinig voor nodig om een stap terug te doen in de toenadering tussen Kroatië en Servië. Servische hooligans hielden in 2012 een klopjacht op Kroatische handbalsupporters die het Europees Kampioenschap in Servië bezochten. Servische kerken in Kroatië worden geregeld beklad. Toen de twee landen vorig jaar een voetbalwedstrijd speelden, was het aantal referenties aan de oorlog niet te tellen.

De animositeit maakt ook dat niemand gezichtsverlies wil lijden. Servië houdt 16 maart verkiezingen en in Kroatië vreest de links-liberale regering altijd de kritiek dat ze het Kroatische belang verkwanselt.

De regeringen tasten elkaar al twee jaar af over de intrekking van beide zaken, maar het lukt ze niet om de laatste stap te zetten. "De politici snappen dat de zaken zinloos zijn, maar niemand heeft de politieke moed ze te staken", aldus vooraanstaand Kroatische advocaat Anto Nobilo in een Servische krant.

Aanklacht Kroatië al vijftien jaar oud
Vijftien jaar geleden diende Kroatië bij het Internationaal Gerechtshof (ICJ) een aanklacht in tegen buurland Servië wegens genocide tijdens de oorlog in de jaren negentig. Maandag wordt de zaak behandeld tijdens vier weken van hoorzittingen in Den Haag.

Nadat Kroatië zich in 1991 onafhankelijk had verklaard, riepen Kroatische Serviërs, gesteund door Servië, een eigen entiteit uit. In de aanklacht uit 1999 beschuldigt Kroatië Servië van 'etnische zuivering', dat het een 'vorm van genocide' noemt, waarbij "Kroatische burgers in groten getale werden gedeporteerd, gedood, gemarteld of gedetineerd". Zagreb wil dat Servië schuldigen straft, informatie geeft over vermisten en herstelbetalingen doet.

Pas in 2008 besliste het Hof dat het rechtsmacht had in deze zaak. Servië vond dat het ICJ, onderdeel van de VN, zich niet ontvankelijk moest verklaren, omdat Servië ten tijde van de oorlog geen lid was van de VN. Het Hof stelde echter dat Belgrado zijn jurisdictie had erkend door in 1999 tien landen voor het ICJ te dagen wegens de Navo-bombardementen op Kosovo.

In 2010 kwam Servië met een tegenaanklacht. Het beschuldigt Kroatië van het verdrijven van zo'n 200.000 Serviërs in augustus 1995, toen het Kroatische leger gebieden heroverde die eerder onder Servische controle hadden gestaan.

Het ICJ behandelt zaken tussen staten. In 2007 verwierp het Hof een Bosnische aanklacht dat Servië verantwoordelijk was voor genocide in Srebrenica. Het Hof achtte bewezen dát daar genocide had plaatsgevonden, en dat Servië te weinig had gedaan om het te voorkomen. Bij het Joegoslavië-tribunaal staan individuen terecht die verantwoordelijk worden gehouden voor misdrijven tijdens de oorlogen in het voormalig Joegoslavië. Het stelde vast dat genocide had plaatsgevonden in Srebrenica, maar heeft zich over genocide in Kroatië niet uitgesproken.

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden