Review

Niemand begrijpt de familie Mitwisser

Cynthia Ozick wordt liever geen Joods-Amerikaanse schrijfster genoemd. Al tekent ze in haar zesde, nu vertaalde roman ’Heir to the glimmering world’ de teloorgang van een Joods gezin: Duitse geleerden, die zich in het Amerika van de jaren dertig totaal niet op hun plaats voelen. Maar hun eenzaamheid, hun isolement, delen ze met ’autochtone’ Amerikanen.

Kende u Cynthia Ozick? Nee? U bent niet de enige. Weliswaar noemde de gezaghebbende

criticus Harold Bloom haar in één adem met Bernard Malamud, Saul Bellow en Philip Roth als gezichtbepalend voor de moderne Amerikaans-Joodse literatuur. Maar toen ze in 2005 met 17 anderen op de shortlist van de Booker Prize verscheen, naast grootheden als Doris Lessing en Milan Kundera, was haar commentaar: ,,Een hele eer, maar ik zie mezelf toch als de Lily Tuck van de lijst. Ken je haar? Die won in 2004 de National Book Award en iedereen vroeg: Wie is dat?”

Ook in Nederland is Ozick niet half zo bekend als Malamud, Roth, Singer of Bellow. Reden te meer tot een kennismaking, zeker nu haar zesde roman, één van haar beste, in het Nederlands vertaald is.

In ’Erfgenamen van een glinsterende wereld’ speelt het toeval een grote rol. Meteen al in de eerste zin is er sprake van ’Rudolf Mitwisser, de kenner van het karaïsme’. Hij is niet een maar de kenner op dit gebied en dit ’de’ bepaalt zijn lot. In Duitsland verschafte zijn specialisme hem grote faam als geleerde in de godsdienstwetenschap, hier, als vluchteling in het vreemde Amerika, versterkt het zijn isolement. Niemand begrijpt waar hij mee bezig is en het kan ook niemand wat schelen.

Door een misverstand is professor Mitwisser in de jaren dertig van de vorige eeuw met zijn gezin naar Amerika ontsnapt en aan het nazigeweld ontkomen. Hij is er uitgenodigd om les te geven, maar niet over zijn Joodse karaïeten, zoals later blijkt, maar over Christelijke charismaten, een sekte van acht eeuwen later. De Mitwissers blijven in de Verenigde Staten, waar ze vanuit de verte de opkomst van Hitler volgen.

Terug kunnen ze niet, maar Mitwissers vrouw Elsa kan het vertrek uit Europa niet aan. Daar gold zij als een geniaal natuurkundig onderzoeker in de kwantummechanica, daar waren ze rijk, hadden ze personeel en genoten ze aanzien. Hier zijn ze berooid. Elsa voelt zich niet in staat haar vijf kinderen op te voeden in een cultuurarme omgeving die, zoals ze grommend opmerkt, niet eens een woord voor Bildung heeft. Ze trekt zich terug in bed en wil geen schoenen aantrekken omdat ze geen reservepaar heeft, en dat heb je nodig als je weer moet vluchten.

Geestig en gevoelvol beschrijft Ozick het onstuimige leven van deze uiterst intellectuele vluchtelingen, met hun vijf kinderen, onder wie drie puberende zonen. Maar de ontheemding treft niet alleen gevluchte Joden, maar ook andere Amerikanen, die zich nauwelijks beter thuis voelen in hun eigen land.

Daar is allereerst de ik-verteller Rose, ouderloos, dakloos en via een advertentie terecht gekomen bij de Mitwissers. Wat haar functie zal zijn maakt niemand haar duidelijk, met als gevolg dat ze na enige tijd álles doet: ze is kindermeisje, ziekenverzorgster en secretaresse. In het verhaal fungeert ze als de buitenstaander die liefdevol verslag uitbrengt.

Vervolgens is daar is James, die wel de Berenjongen wordt genoemd. Hij is als jongetje door zijn schrijvende vader tot hoofdpersoon gemaakt in een serie kinderboekjes en komt nu niet meer van dat imago af. Ozick heeft James gemodelleerd naar Christopher Robin, de zoon van A. A. Milne die tot zijn ongeluk ook nooit meer los is gekomen van zijn leven als personage in de verhalen van Poeh de beer. Vol rancune tegen zijn vader verloedert de berenjongen tot een dronken zwerver, die wel beschikt over een onbeperkte hoeveelheid geld uit de opbrengst van de boekjes. Op ongerede momenten verschijnt hij bij de Mitwissers als rijke weldoener.

Zo zijn eigenlijk alle personages bij Ozick dolende zielen. De oorspronkelijke titel van het boek, ’Heir to the glimmering world’ versterkt die indruk. Maar de Nederlandse titel ’Erfgenamen van een glinsterende wereld’ wekt verwarring. Kuitenbrouwers vertalingen klinken vaak wat ongelukkig (’een kruispunt bezet met winkels, ik voelde het als een extase binnen te komen, snel opgegooide woorden die een lichtje aansteken’), maar het meervoud ’erfgenamen’ voor heir valt nog best te verdedigen. Er zijn, zoals straks zal blijken, heel wat mogelijke erfgenamen. Maar ’glinsterend’ voor glimmering is twijfelachtiger. Een recensie in The New York Times verduidelijkt dat een 'glimmering world' zich in het halfdonker bevindt en dat we niet moeten vergeten dat je in de schemering spoken kunt gaat zien.

De wereld van Cynthia Ozick zit inderdaad vol met geesten. Haar personages worden vaak achtervolgd door spookbeelden uit het verleden, fictie voor de buitenstaanders, voor henzelf allesbepalende werkelijkheid.

Zo gelooft Lars uit haar roman ’De Messias van Stockholm’ dat hij de zoon is van de bekende Poolse schrijver Bruno Schulz die in 1942 door een Gestapo-officier is doodgeschoten. En in ’De Sjaal’ spreekt Rosie jaren na de oorlog nog steeds met haar dochter, die als baby is omgekomen in een concentratiekamp. Lars en Rosie zijn erfgenamen van een voorbije wereld, net als professor Mitwisser met zijn ketters uit de achtste eeuw en als Rose, die zo graag al eerder door anderen gelezen bibliotheekboeken leent omdat ze zo in gedachten vriendinnen vindt: phantom companions (’geestverwanten’ zegt de vertaling, maar dat is iets anders).

De Britse uitgave van Ozicks roman heeft het probleem van de titel radicaal opgelost door deze te veranderen in ’The Bear Boy’. Maar het liefdewerk van deze rijke jongen blijkt bedenkelijke kanten te hebben. Hij speelt met de gezinsleden als vroeger met de poppetjes van zijn geliefde poppenhuis dat zijn vader hem ooit heeft afgenomen. Als hij dan ook nog het tienerhoofd van Anneliese op hol brengt en met haar wegloopt, is de afbraak van het gezin volkomen.

Met een knipoog naar Jane Austen loopt het verhaal af als een 19de eeuwse roman. Met James komt het niet goed, maar hij zorgt wel voor een onverwachte erfgenaam, de enige letterlijke erfgenaam van de hele roman.

In de door toeval geregeerde wereld van Cynthia Ozick voelen de personages zich vooral gebonden aan schimmen uit het verleden. In vergelijking met Malamud, die ze zeer bewondert, maar ook met bijvoorbeeld Roth, Singer en Babel valt op hoezeer Ozick daarbij de nadruk legt op de verantwoording van de schrijver. Literatuur is er niet om morele voorschriften uit te delen, maar evenmin om spoken op te roepen die het leven van mensen kunnen vergallen. Peter Schmitz

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden