Niemand als sloof te dienen

Margit Kaffka in 1905, in het jaar van haar eerste huwelijk (met de ingenieur Bruno Fröhlich), dat vijf jaar stand hield. Beeld
Margit Kaffka in 1905, in het jaar van haar eerste huwelijk (met de ingenieur Bruno Fröhlich), dat vijf jaar stand hield.

De Hongaarse Margit Kaffka was een moedig auteur. In haar bekendste roman, nu vertaald, pleitte ze voor vrouwelijke onafhankelijkheid. Maar wel, heel gedurfd, via een onsympathieke heldin.

Wat een getalenteerde en dappere vrouw moet Margit Kaffka zijn geweest. Ze was de eerste belangrijke schrijfster binnen haar taalgebied, sneed thema’s aan die in haar tijd voor een vrouw nog ongebruikelijk waren, en heeft ondanks haar vroege dood – ze stierf tijdens een griepepidemie – een omvangrijk oeuvre tot stand gebracht: romans, (schitterende) novellen, essays en vooral poëziebundels. Met haar bekendste roman ’Kleuren en jaren’ uit 1912 wordt Kaffka nu in het Nederlands geïntroduceerd.

Margit Kaffka groeide op in het stadje Nagykároly, tegenwoordig Carei aan de Roemeens-Hongaarse grens, en woonde sinds 1910 in Boedapest - waar ze medewerkster was van het legendarische vooruitstrevende tijdschrift ’Nyugat’ (‘Westen’) en bevriend raakte met ondermeer de filosoof Georg Lukács. Twee thema’s kenmerken haar oeuvre: de rol van de vrouw en de crisis van de verarmde Hongaarse landadel.

In ’Kleuren en jaren’ kijkt de net vijftig geworden Magda Portelky (‘oud en eenzaam’ zegt ze op de tweede bladzijde) terug op een veelbewogen leven. Haar jeugd speelde zich diep in de Hongaarse provincie af, binnen een verarmd adellijk milieu. Ze trouwde jong en ietwat onder haar stand met een ambitieuze advocaat, die na een nederlaag bij de verkiezing tot vicegouverneur zelfmoord pleegde. Dat was voor de toen 26-jarige Magda, moeder van een zoon, de grote breuk in haar leven. Na een korte periode in Boedapest keerde ze terug naar haar geboortestreek en trouwde opnieuw met een advocaat, die zich als alcoholicus ontpopte, maar met wie ze niettemin drie dochters kreeg. Nadat ook haar tweede man is gestorven, resteert voor Magda slechts eenzaamheid en armoede.

Margit Kaffka heeft met haar ik-vertelster een groot risico genomen, want Magda is geen onverdeeld sympathiek karakter. Ze maakt een verbitterde en verongelijkte indruk, al in haar jeugd compenseerde ze haar gebrek aan zelfvertrouwen met een overdreven hang naar status en luxe. „Voor mijn geestelijke gezondheid had ik het nodig om aanbeden te worden, te veroveren, in het middelpunt te staan.” Anderzijds is Magda buitengewoon openhartig, soms laat ze op bijna ostentatieve wijze haar negatieve eigenschappen zien. Ze constateert bij zichzelf ’een bijzonder soort lafheid’, ergens luidt het zelfs: „Er kwamen nooit vermoede slechtigheden in me boven.”

Waarschijnlijk heeft Kaffka met deze roman een discussie willen aanzwengelen over de positie van de vrouw. Magda krijgt door haar nog zeer traditionele moeder en grootmoeder ingeprent hoe belangrijk het is om ’een goede partij aan de haak te slaan’. Later verzet ze zich tegen deze rol, komt in opstand tegen haar afhankelijkheid als vrouw. Voor haar drie dochters heeft ze koste wat kost een betere toekomst op het oog, hetgeen uiteindelijk ook schijnt te lukken; ze kiezen voor een intellectueel beroep en hebben ’geen haast om te trouwen’. Op een van de laatste bladzijden houdt Magda hen voor ogen: „Als jullie maar een mooier, triomferend, onafhankelijk leven tegemoet gaan, je eigen baas zijn, je niet aan een man hoeven te onderwerpen, niemand als afwassloof dienen, geen verschopte hond zijn!”

Margit Kaffka laat in ’Kleuren en jaren’ het veranderen der tijden zien – en dat niet alleen wat betreft de rol van de vrouw. De maatschappelijke klasse waaruit haar hoofdpersoon afkomstig is, verarmt langzamerhand, maar probeert nog de schijn op te houden. De eerste hoofdstukken spelen zich af tijdens de voorlaatste eeuwwisseling; hier schittert Kaffka met prachtige sfeertekeningen van bijvoorbeeld een balavond, waar Magda indruk maakt, of een zomervakantie bij een met de Portelky’s bevriende familie. Ook haar subtiele karakterbeschrijving is soms heel innemend, met name van Magda’s eerste echtgenoot, een uiterst attente, tedere en humoristische man (‘Jenö was een heilige’).

In inhoudelijk opzicht wijst ’Kleuren en jaren’ onmiskenbaar vooruit naar de naoorlogse Hongaarse literatuur, bijvoorbeeld naar de onafhankelijke vrouwenfiguren van de eerder vertaalde Magda Szabó. Wat vorm en stijl betreft is deze roman daarentegen ietwat traditioneel. Sommige fragmenten zijn misschien net te wijdlopig en bevatten te veel herhalingen om van een echt meesterwerk te mogen spreken. De vertaling was bij Mari Alföldy in uitstekende handen. Hooguit zijn de geografische namen soms verwarrend. De stad Pozsony zullen weinig lezers kennen. Het is de Hongaarse naam voor Bratislava en Pressburg is de Duitse naam.

Margit Kaffka in 1905, in het jaar van haar eerste huwelijk (met de ingenieur Bruno Fröhlich), dat vijf jaar stand hield. (Trouw) Beeld
Margit Kaffka in 1905, in het jaar van haar eerste huwelijk (met de ingenieur Bruno Fröhlich), dat vijf jaar stand hield. (Trouw)
Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden