Nicolaas Klei Voor iemand zorgen gaat vanzelf

Nicolaas Klei, zoon van de op 23 juli overleden Trouwredacteur Bert Klei, zorgde jarenlang voor zijn vader. Hij bleef thuis wonen, waste zijn vader en hielp hem dagelijks met aankleden. De thuiszorg bleef buiten de deur. „Ik dacht, als ik het zelf doe, weet ik hoe het gebeurt en dan gebeurt het goed.”

Nicolaas Klei is altijd thuis blijven wonen. Jarenlang zorgde hij, samen met vriendin Marieke, voor zijn vader Bert, bij lezers van Trouw beter bekend als A.J. Klei. Hij beheerde het balboekje van Bert, waarin afspraken voor bezoek in genoteerd werden. Hij waste zijn vader, kleedde hem aan, zette hem in de stoel en bracht hem ’s avonds weer naar bed.

Dat betekende dat hij jarenlang alleen de deur uitging voor een boodschap, om met zijn vader naar buurtkroeg Welling te gaan of om bij vrienden te eten. Maar die moesten niet te ver weg wonen, want halverwege de avond wilde Nicolaas toch even kijken of thuis alles goed ging.

Een opoffering? Hij noemt zichzelf ’nogal honkvast’ en dat is zeker niet overdreven.

Natuurlijk werkt hij ook thuis. Nicolaas Klei schrijft over wijn. Columns, stukjes en jaarlijks de Supermarktwijngids. Hij is de man van de omfietswijn. Drie maanden voor die gids uitkomt staat de keuken stampvol dozen en kratten en flessen. Per dag proeft hij dan wel zestig wijnen. Voor het eerst is er nu een wijnagenda uit, met bij de persoonlijke gegevens een vak voor promillage en schroefdoppenallergie en een aankondiging van de week van de teek en de dag van de verslaving.

Zijn vader leed sinds tien jaar aan de ziekte van Parkinson en is op 23 juli thuis overleden.

U zorgde elke dag voor hem?

„Ja. ’s Ochtends eerst om een uur of tien wekken voor medicijnen. Voor die tijd had ik boodschappen gedaan. Daarna, als hij om een uur of twaalf wakker werd, wassen en aankleden.”

Er kwam geen thuiszorg over de vloer?

„Nee. Mensen vragen dat wel vaker. Je moet bij thuiszorg afwachten of ze komen en hoe laat ze komen. Bert sliep tot een uur of twaalf, dus het had weinig zin dat er iemand om negen uur op de stoep stond om hem te wassen. Ik dacht, als ik het zelf doe, weet ik hoe het gebeurt en dan gebeurt het goed. Maar ik moet zeggen, de laatste dagen voor zijn dood kwam er een verpleegkundige en dan zie je dat ze sommige dingen heel handig doen, zoals een laken verschonen terwijl hij ondertussen gewoon kon blijven liggen.”

Uw vriendin Marieke kwam hier in huis wonen en kreeg er een hulpbehoevende schoonvader bij. Hoe ging dat? Is dat iets waar je op een dag voor kiest?

„Marieke vond Bert meteen een schatje. En het zorgen voor hem is heel geleidelijk gegaan. Het was niet zo dat er hier plots een bejaarde ouder op de stoep stond. Toen we hier kwamen wonen, ik was denk ik vijftien, was Bert al kippig. Toen ging ik al mee met boodschappen doen. Toen Bert door zijn ziekte wiebelig werd, ging ik eerst met hem mee als hij ging douchen, voor als hij zou vallen. Daarna geef je wat aan, je gaat ergens mee helpen. Langzamerhand is het zover gekomen dat ik hem waste en aankleedde. Je kiest er niet voor, het gaat vanzelf. Er is wel een tijd geweest dat we mijn schoonmoeder vroegen om hier een paar dagen in huis te komen, als wij weg waren. Dat ging best goed. Het is niet erg om voor iemand te zorgen die lief is en blij en dankbaar. ”

Samen zorgden jullie eerst nog voor uw moeder.

„Riet had last van depressiviteit. Dat was wel moeilijk. We verzonnen van alles, de kamer lichter schilderen, mensen op bezoek laten komen, met haar een ommetje naar de Albert Heijn maken, spelletjes. Maar er was altijd een reden waardoor het niet kon of niet werkte.”

„Ze kon nogal emmeren en dan wist je niet altijd of ze echt pijn had of dat het aandacht trekken was. Ze kreeg kanker. In het ziekenhuis bleek dat er al een wervel kapot was. Ze overleed in 2001. Ik weet niet of we voor haar hadden kunnen zorgen zoals we voor Bert gedaan hebben.”

„Na het overlijden van Riet werd Bert warriger. Hij was toen al een paar jaar ziek.”

Bij de begrafenis van zijn vrouw viel op hoe krom hij was en hoe bibberig.

„Dat was de Parkinson. De verwardheid kwam door Lewy Body, een vorm van dementie die samenhangt met de ziekte van Parkinson. Ja, ik weet er van alles van. We hebben het uitgezocht met de huisarts. Gelukkig zijn er medicijnen om het te remmen. Die heeft Bert ook geslikt.”

Had u met uw vader gesprekken over zijn ziekte en hoe de toekomst eruit zou zien?

„We zijn geen van tweeën mensen om gezellig en tobberig samen dat soort dingen te bespreken. Bert heeft wel een keer, dat zal tien jaar geleden geweest zijn, gezegd welke opname van Bach er op zijn begrafenis gedraaid moest worden. Daarna hebben we het er nooit meer over gehad. Ik wist niet meer precies welke opname het was, maar Frits, mijn broer, gelukkig wel. Een opname uit 1960 en die was niet op cd, dus die hebben we nog door iemand om moeten zetten voor de begrafenis. Gelukkig is dat allemaal voor elkaar gekomen. Bert wilde dat iedereen die opname, die wel twintig minuten duurde geloof ik, tijdens zijn begrafenis helemaal zou afluisteren. Dat is ook gebeurd. Al stonden we toen al wel buiten.”

Uw vader Bert werkte bij de kerkredactie. Lezers reageerden verbaasd dat er geen kerkdienst was bij de begrafenis.

„Dat zou niet iets voor hem geweest zijn.”

En er zijn ook geen rouwkaarten verstuurd.

„Ik had geen adressen. Ja, van tien jaar geleden. Dat heb je als iemand zolang ziek is, dat veroudert dan. Ik heb het aan allerlei mensen verteld en die vertelden het weer door. Dat werkt goed hoor, mond-tot-mondreclame. De enige begrafenis die ik ooit heb meegemaakt was die van mijn moeder. Gelukkig kwam Bram Grandia, die predikant geweest is van de Keizersgrachtkerk waar Bert vaak heen ging, en die bood aan om de begrafenis te leiden.”

Nu kunnen jullie eindelijk samen op vakantie.

„Ja, Marieke zei al dat ik Venetië ook eens moest zien. Zij is er een paar dagen geweest. Ze wilde er geloof ik nu in november al heen met mij. Maar ik lig, als ik moet reizen, al lang tevoren wakker. Ja, nou ja, dan zie ik er tegenop. Als ik er eenmaal ben vind ik het wel koddig hoor. Maar ik ben ook weer blij als we thuis zijn. Dus ik heb tegen Marieke gezegd: misschien volgend jaar. Je wilt het niet geloven, maar ik ben wel naar Californië geweest en naar Zuid-Afrika. Wijnproefreizen. Ik heb zelfs een keer druiven geplukt in Bourgondië. Twee weken, en dat was eens en nooit meer.”

Waarom bent u altijd thuis blijven wonen?

„Ik ging studeren, rechtsgeschiedenis, niet dat ik er nog maar iets van weet, en we dachten dat het zo raar is om ergens op een klein kamertje te gaan zitten. Dit huis is geschikt om langs elkaar heen te leven.”

U verzorgde uw vader, uw broer niet. Was dat een punt?

„Frits is al jong het huis uitgegaan, hij was geloof ik al zeventien of achttien toen hij ging samenwonen. Nu woont hij in Arnhem, met zijn vrouw en kinderen. Hij is vier jaar jonger dan ik. We hebben niet zoveel met elkaar, nog steeds staan we beleefd naar elkaar te schutteren als we elkaar zien. Ik denk dat het voor hem druk genoeg is, met twee kleine kinderen. Laat mij het maar op mijn manier doen. Het is zo ingewikkeld als je alles moet uitleggen aan iemand die het van je overneemt, het is beter om het lekker zelf te doen.”

En dan werkte u er nog naast. Ging dat goed samen, wijn proeven en uw vader verzorgen?

„Eerst moest ik voor de Supermarktwijngids naar het laboratorium in Almere. Daar stonden dan de flessen klaar. Dat laboratorium is van de supermarkten. Ze testen daar chemisch of de wijn die ze aangeleverd krijgen, bijvoorbeeld uit Zuid-Afrika of Argentinië, ook de wijn is die ze besteld hebben. Ik ben daar begonnen met de Supermarktwijngids om de wijnen die in de supermarkt verkocht werden te proeven. Dat was een idee van de uitgever, Joost Nijsen, van Podium. Hij gaf het eerste boek van Johannes van Dam uit, ja ook over kroketten. Het idee was om een boek uit te brengen over wijn die in de supermarkt te koop is en te testen of die lekker smaakt. Het verzoek om in Almere te mogen proeven hebben we wel op papier van de uitgever gedaan, om niet de indruk te wekken dat het om een of andere rare alcoholist ging die op een goedkope manier aan gratis wijn wilde komen. Ja, het is best een succes geworden. Ik ging dan naar die enorme hal in Almere en daar maar proeven. Tegenwoordig doe ik dat thuis. De dozen worden dan in de keuken gezet. We kunnen er wel even kijken, dan laat ik het zien. Nu is het er leeg, er staan maar honderd flessen, maar dat is gewoon voor de column. Drie maanden voor de gids uitkomt is het hier helemaal donker, omdat de dozen en kartonnen dan hoog opgestapeld zijn, tot voor de ramen en tot aan het plafond. Dit jaar heb ik er 4000 geproefd. Je krijgt eerst de neiging om weg te rennen, maar ik begin eerst maar met sorteren. Op kleur, op supermarkt. Dan denk je: het mot maar. Ik doe er zo’n zestig per dag. De deadline was afgelopen zondag, toen heb ik de laatste gedaan. Een opluchting, ook voor de uitgever.”

„Is het hier zo schoon? Dat doet Marieke. Ik doe boodschappen en ik kook, maar ik kan niet stofzuigen. Dan val ik steeds.”

Hoe krijgt u dat voor elkaar, om steeds te vallen tijdens het stofzuigen?

„Ik struikel dan over de slang en al die andere dingen.”

Word je van dat proeven geen enorme alcoholist, ondanks dat je alles uitspuugt?

„Ik weet dat ik zonder wijn kan, want als ergens de wijn vies is, dan drink ik niets. We hebben ons een keer laten testen, de proefclub. Dat is het clubje wijnproevers in Nederland. Alleen mannen, ja. Wij deden mee met een onderzoek naar de gevolgen van alcoholgebruik. Ze onderzochten van alles, je bloed, lever, urine. Die onderzoekers stonden met hun oren te klapperen toen ze hoorden wat voor werk wij deden. Wat bleek: we zijn gezonder dan gemiddeld. En dat met toch gauw een fles per dag, wat veel te veel is en waar je toch niets van merkt. Maar de drie maanden voor de supergids, als ik de hele dag geproefd heb, dan kan ik ’s avonds geen wijn meer zien. Een koud biertje, misschien.”

Een goede wijnproever heeft zo te zien niet per se zo’n neus nodig die in het glas hangt.

„Ja, dat zegt Marieke ook, dat ik een kleine neus heb voor een wijnproever. Iedereen kan proeven. Het is een kwestie van veel doen. Je weet welke vies was, en welke lekker en dan weet je wel waar degene waar je mee bezig bent ongeveer zit. Het is vooral ’plop’, veel intuïtie en instinct, en pas daarna komt er intellect en maak je er een redenering bij. Vandaar dat ik dit kan.”

Spoelt u al die wijn hier door de gootsteen, na het proeven?

„De vieze wel. De andere flessen zet ik hier in de straat neer. Buren met een conservatieve smaak krijgen de bourgognes, mensen met Spaanse familie krijgen de flessen uit Spanje en zo zoek ik voor iedereen een passende wijn uit. Als ze thuis komen vinden ze dan een stuk of vier flessen voor de deur. Nu het vakantie is, kan dat niet dus dan spoel ik het maar weg.”

Moest u bij het proeven veel rekening houden met de zorg voor uw vader?

„Hij sliep veel, de laatste tijd. Hij ging om vijf uur, half zes naar bed en sliep dan tot een uur of twaalf ’s middags. Als een blok. Er kwam veel bezoek, oud-collega’s en ook mensen van de Keizersgrachtkerk. Als die Bert lange tijd niet gezien hadden, schrokken ze soms zo dat ze snel weer vertrokken. Dat terwijl ik dan juist vond dat Bert het op die dag goed deed. Hij was op het eind, het klinkt misschien gek, als een lief huisdier. Om te aaien, niet meer om mee te praten.”

Kunnen we naar de kamer gaan waar uw vader geleefd heeft?

„Het is nu een troep, maar vorige week heeft de thuiszorg zijn bed weer weggehaald en we vonden het zo leeg dat we de kamer maar zijn gaan schilderen. Het was zo’n ziekenhuisbed. Van dat bed schuifelde hij naar de tafel, hier met uitzicht op de tuin. Zo klein was zijn wereld geworden. Op het laatst bestond die alleen nog uit de paar vierkante meters van bed naar zijn stoel in de serre. Het harmonium in de voorkamer? Dat was te ver. We hebben wel een keer iemand erop laten spelen, in de hoop dat Bert daarvan opleefde. Maar hij reageerde er niet op. Hier staan ook de platen, ja bijna allemaal Bach. Ook die waren onbereikbaar. Hij draaide al lang geen platen meer. In de kast staan nog wel zijn pillen. Die laat ik daar. Ik kan hier op deze plek wel volschieten. En als ik thuiskom loop ik bijna vanzelf zijn kamer in. Dan denk ik toch: waarom zit hij er niet meer? Het is wennen.”

Betekent het overlijden van Bert dat jullie het huis uit moeten?

„Nee, we kunnen er in blijven. Dat vond de huisbaas eerst niet leuk, maar goed.”

U rijdt zeker geen auto?

„Veel te eng en te moeilijk.”

De mooiste stukjes die A.J. Klei voor de krant schreef zijn opnieuw gebundeld, in samenwerking met uitgeverij Balans. De bundel is vanaf 22 september bij Trouw te bestellen. Details volgen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden