Nico Spannenburg 1940-2007

Nico Spannenburg zat jaren in reclame en marketing, maar werd pas echt gelukkig toen hij zich verdiepte in spiritueel ondernemen.

Had vroeger Heren 1 van de Enschedese hockeyclub PW – de afkorting staat voor Prinses Wilhelmina – een uitwedstrijd, dan was het zaak bij Nico Spannenburg in de auto terecht te komen. Dat was vanwege de gesprekken die je daar had. Praten met Nico, dat was een genoegen. Eigenlijk vooral omdat hij zo goed luisterde.

Nico was ruim vijftien jaar ouder dan de andere spelers van Heren-1. Die zaten nog op school, in de laatste klas. Er was nog een andere oudere speler: Pali Benedict, die zelfs nog wat ouder was dan Nico. Al waren ze allebei de 35 voorbij, ze hadden nog een geweldige conditie. En niet alleen dat. Als de jonge jongens van Heren-1 zelf een vader hadden, dan was het er steevast een die nergens tijd voor had. Pali en Nico waren een soort substituut-ouders.

In provinciesteden loopt het eerste team van een sportclub vaak leeg na de eindexamens: de spelers trekken weg om te gaan studeren. Maar Heren-1 van PW bleef spelen en bleef bevriend. Elk jaar met Pinksteren gingen ze een weekeinde weg. Later, toen de knieën versleten raakten, stapten ze van hockey over op golf. Nico ontbrak nooit.

Nico Spannenburg was het derde kind, tweede zoon, in een katholiek gezin met vijf kinderen. Na Nico volgden nog twee jongens. Vader Spannenburg was directeur van een mavo in Almelo. Nico was het buitenbeentje van de familie - als kind al. Het deerde hem niet als zijn ouders hem, als hij niet wilde eten, een hele zaterdagmiddag voor zijn bord lieten zitten. Hij at zijn bord ook dan niet leeg. Het opmerkelijke was dat hij bleef glimlachen. Niemand kreeg vat op zijn eigenzinnige, maar zonnige karakter. Of hij at of niet maakte hij zelf wel uit. Later in zijn leven zag je dat op een ander terrein terug: of hij op een afspraak verscheen of niet maakte hij ook zelf wel uit. Het was of Nico Spannenburg geen inmenging toestond in zijn wezen.

Hij ging naar de kunstacademie van Enschede, de AKI, werd er grafisch vormgever, ging de reclame in en dook daar in de marketing. In de uitbundige reclamewereld, met haar feesten en partijen, ontmoette hij begin jaren zestig zijn latere vrouw Co. Zij was van huis uit gereformeerd-vrijgemaakt, was nog nooit in een bar geweest en keek in de reclame onwennig om zich heen.

„Dat is een heel serieus meisje, daar moet ik voorzichtig mee zijn”, dacht hij.

„Wanneer doet hij nou eens iets”, dacht zij.

Beurtelings werkte hij op reclamebureaus en bij bedrijven: Vrumona, Heinz, Grolsch – waar hij de campagne ’Vakmanschap is meesterschap’ uitbouwde. Werkte hij bij een bedrijf, dan werd hij beschouwd als ’een echte reclameman’. Werkte hij bij een reclamebureau, dan zagen ze hem als ’echt iemand uit het bedrijfsleven’. Maar na jaren in de VS, waar hij voor Grolsch in Atlanta vice president advertising and marketing was, kreeg hij er eind jaren tachtig genoeg van. Van de werksfeer in de VS, die hij oneerlijk en vol trucs vond, moest hij onderhand niets meer hebben. Hij vertrok, haalde zijn MBA en ging het onderwijs in. Eerst op een internationale school in de VS, later in Nederland op een mbo-opleiding, waar hij marketing en management gaf. Het verdiende nog niet de helft van zijn vroegere salaris, maar hij verlangde nooit terug.

Hij had niet alleen het vermogen om te luisteren, hij wist je ook aan het denken te zetten. Je moest niet in je zekerheidjes blijven hangen, vond hij. De jongens van het vroegere hockeyteam raadpleegden hem als ze op een beslissing over hun loopbaan kauwden. Moet je wel je leven lang doorgaan met je bedrijf? Ben ik in deze functie wel op mijn plaats? Waar wil ik over vijf jaar wezen? Maatschappelijk deden de mannen van het vroegere Heren-1 het heel best; maar Nico relativeerde dat wel eens. Je moest genieten van de dingen van vandaag, vond hij. Je moest je dus niet nu wegcijferen om het pas over tien jaar goed te hebben.

Nico Spannenburg ging trainingen voor spiritueel ondernemen geven; het werd de beste tijd van zijn werkende leven, zei hij. Toen een knobbeltje in zijn nek, hij ontdekte het voorjaar 2003, uitgezaaide prostaatkanker bleek te zijn, was hij niet van plan bij de pakken te gaan neerzitten. Ik heb dit zelf veroorzaakt en ik ga dit nu met liefde behandelen, zei hij. Hij raadpleegde gewone artsen, maar ook een ayurvedische en hij had er baat bij zijn aandoening te visualiseren. Vroeg je hem hoe het ging, dan was hij altijd positief: dat hij buiten alle statistieken viel, dat hij al lang dood had moeten zijn, dat hij veel zieker zou moeten zijn. Hij bleef actief en hockeyde dit voorjaar bijvoorbeeld nog een toernooi. Deze zomer werd hij pas echt ziek. Hij wilde weinig bezoek – dat was zijn private kant – en overleed terwijl Co hem een spirituele tekst voorlas: ’Je hebt het begrenzend denken kunnen loslaten. De kosmos stroomt in jou en door jou en kan haar grootse intelligente kracht volledig in jou tot uiting brengen! Let it go!’

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden