economie

Nico Roozen neemt afscheid van Solidaridad terwijl de koffieprijzen nog steeds laag staan: ‘We zijn terug bij af’

Nico Roozen, bedenker van de Max Havelaar-koffie en oprichter van Solidaridad. Beeld Werry Crone

Nico Roozen (66) gaat met pensioen. Zijn organisatie Solidaridad viert tegelijkertijd het 50-jarig bestaan. “Die ethische claims van bedrijven die beloven om langzaamaan voor een leefbaar loon te zorgen? Ik zie het niet gebeuren.”

Ideeën heeft hij nog genoeg, Nico Roozen, de bedenker van Max Havelaar-koffie en aanjager van eerlijke handel. Bijvoorbeeld over hoe Afrika zichzelf moet gaan voeden deze eeuw. De uitdijende mega-steden zouden een gezonde afzetmarkt kunnen vormen voor Afrikaanse boeren. Solidaridad, de organisatie waaraan hij leiding geeft, heeft hiervoor het concept Village Super Market ontwikkeld. Een veilingmarkt die boeren met inkopers uit de stad moet gaan verbinden. Boeren worden hierdoor minder afhankelijk van een schimmige tussenhandelaar of van supermarkten in het Westen.

Niet zo lang geleden was Roozen in het Aziatische Bangladesh, om de eerste Village Super Market te openen. Lokale producenten krijgen er een fatsoenlijke prijs van opkopers uit de enorme hoofdstad Dhaka. Eerlijke handel betekent dat de verkoop in het openbaar gebeurt en dat de veilinginstrumenten geijkt zijn. De markt is een ontwerp van Amsterdammer Frank Tjepkema, die hiervoor samenwerkte met een architectenbureau uit Bangladesh. In de avond krijgt het door de belichting een imposant uiterlijk. De esthetiek was belangrijk, want boeren moeten trots kunnen zijn op hun veiling, zegt Roozen. ‘Farmer’s pride’ is een belangrijk concept voor Solidaridad. Als het model werkt, wil Solidaridad dit soort groothandelsmarkten in Afrika gaan openen.

Ideeën en plannen genoeg dus, maar Nico Roozen (66) gaat bijna met pensioen. Hij was 35 jaar verbonden aan Solidaridad, de organisatie die nu 50 jaar bestaat. Op Roozens laatste werkdag, vandaag, wordt dat jubileum gevierd met een internationaal congres in Utrecht. 

De organisatie loslaten is best lastig na al die jaren, maar aan de andere kant heeft hij nooit echt anders gedaan. “Solidaridad is altijd blijven groeien, tot een organisatie met een begroting van inmiddels 70 miljoen euro”, zegt Roozen in het kantoor in Utrecht. “Door die groei heb ik altijd verantwoordelijkheid moeten afstaan aan nieuwe collega’s. Dit afscheid is daarvan de uiterste vorm.”

Hij zal zeker blijven meedenken over koffie, cacao, bananen, boeren, de derde wereld en machtige multinationals. Nieuwe inzichten liggen op de loer. Dat is voor Roozen altijd zo geweest.

1985: Geen gewapende strijd maar eerlijke handel

Roozen was net een jaar in dienst, als campagnemedewerker, toen hij voor Solidaridad naar El Salvador, Nicaragua en Mexico reisde. Die dienstreis van drie maanden zou de koers van Solidaridad ingrijpend veranderen. Latijns-Amerika stond in die tijd bol van de volksopstanden. Linkse bewegingen wilden het volk met de gewapende revolutie bevrijden. Bij allerlei organisaties in Nederland was er steun voor die ‘bevrijdingsbewegingen’, steun die ook vanuit theologische hoek werd onderbouwd.

“In El Salvador belandde ik midden in de burgeroorlog, een situatie die ik geweldig had onderschat en waarop ik ook niet was voorbereid. ’s Nachts hoorde ik de geweerschoten in de omgeving.” Roozen zegt dat hij 10.000 dollar had meegekregen van Solidaridad om te overhandigen aan de guerrillabeweging. “Het meenemen van dat geld is grootste stommiteit die ik ooit heb begaan. Dat was een groot risico.”

Roozen verbleef in een gemeenschap van zusters die in een volkswijk werkten en steun kregen van Solidaridad. ’s Avonds voerde hij gesprekken met de jezuïet Ignacio Ellacuría, die actief was in de politiek en de wetenschap van El Salvador. Hij werd enkele jaren later vermoord, net als vier medebroeders, de kokkin en haar dochter. “Ignacio vond de opstanden volstrekt legitiem. Er bestond voor het volk namelijk geen democratische ruimte om veranderingen af te dwingen in de samenleving. Bijvoorbeeld om het ongelijke grondbezit te hervormen.”

Wereldwinkel in Heemskek

Het geweld van de sociale beweging was dus gerechtvaardigd. Maar de Jezuïet maakte zich zorgen over de verharding ervan. Radicale figuren namen de leiding over. De overheid reageerde door doodseskaders in te zetten, vertelt Roozen, en het werd onmogelijk om dorpelingen te beschermen. In plaats van die radicalisering moesten ze een andere weg gaan volgen. Een economische weg.

Roozen was het eens met Ellacuría en eenmaal in Mexico aangekomen, zag hij precies wat hij zocht. Een coöperatie van inheemse koffieboeren die zich niet aansloten bij de gewapende strijd, maar zich economisch wilden verbeteren. “Dat idee sprak mij erg aan. Ze brachten al biologische koffie op de Europese markt en wilden dat Solidaridad bijdroeg aan schaalvergroting.”

De eerlijke handel kende Roozen door zijn eerdere vrijwilligerswerk voor de Wereldwinkel in Heemskerk, waar hij als katholieke zoon van een bloembollenhandelaar was opgegroeid. Deze keten van derdewereldwinkels verkocht sinds 1969 onder meer rietsuiker om ontwikkelingslanden te steunen en de consument te informeren over het Europese handelsbeleid. Het geld voor de guerrilla nam Roozen mee terug naar Nederland, hij leverde het in bij het secretariaat van Solidaridad. “Ik zei dat de gemeenschap waar ik verbleef het te gevaarlijk vond als ik contact zocht met de strijdende partijen. Het had ze in gevaar gebracht. Daarnaast wilde ik het zelf niet.”

Vervolgens zette Roozen een nieuwe koers uit voor Solidaridad. Samen met pater Frans van der Hoff, die in Mexico samenwerkte met de koffiecoöperatie van inheemse boeren, bedacht hij Max Havelaar. Het duurde drie jaar voordat koffie met dat keurmerk in de winkel lag. Tegenwerking van een deel van de koffie-industrie en van Albert Heijn, die geen politiek in de winkel wilde bedrijven, maakte het aanvankelijk een moeizaam traject.

1998: De markt verandert alleen als grote marktpartijen meedoen

Tien jaar later. Is Max Havelaar een succes? Zeker, maar alleen in de marge, vond Roozen na een evaluatie. Max Havelaar-koffie had een solide, bescheiden marktaandeel veroverd en de consument bewuster gemaakt van de problemen voor koffieboeren. Voor deelnemende boeren heeft het keurmerk nog altijd betekenis, zegt Roozen. Ze krijgen een minimumprijs, die boven de marktprijs ligt. Dat maakt het verschil tussen extreme armoede en een redelijk inkomen.

Maar de boeren kunnen vaak niet hun volledige oogst kwijt via het duurzame kanaal. Daarvoor is er te weinig vraag bij consumenten. Er is geen structurele hervorming van de markt gekomen. Duurzame producten zijn geen mainstream geworden, zegt Roozen, de veranderingen zijn beperkt gebleven.

Bij de introductie van duurzame bananen in Zwitserland, halverwege de jaren negentig, herkende Roozen het belang van grote retailers, de supermarkten. In Zwitserland legden Migros en Coop de duurzame banen prominent in het schap. Daardoor veroverde de duurzame banaan van het merk Oké een groot marktaandeel. “De consument is veel minder autonoom in zijn keuze dan wij dachten”, zegt Roozen. “Het zijn de supermarkten en de grote merken die bepalen wat we eten.”

Hij ging langs bij Douwe Egberts en hoorde hun bezwaren tegen Max Havelaar. Roozen: “Eén. Ze weigeren een prijs te bepalen die niet door de markt maar door een bureaucratie wordt opgelegd. Twee. De kosten van het Max Havelaar-systeem zijn te hoog, denk aan de marketing en de certificering van boeren. Die kosten willen ze niet in hun kostprijs opnemen. Drie. Het merk Douwe Eberts is gebouwd op gezelligheid en huiselijkheid. Daarom mag het keurmerk niet de belangrijkste communicatie-uiting op de verpakking zijn. Een keurmerk is niet uniek, elke concurrent kan zo’n logo gebruiken.”

Kritische geest

Het nieuwe keurmerk UTZ moest deze problemen vanaf 2002 oplossen. De kosten ervan waren lager en het logo kwam achterop de verpakking. Niet alleen Douwe Egberts maar ook Albert Heijn deed mee. De duurzaamheidseisen verwaterden, zo krijgen Utz-boeren niet de speciale toeslag die Max Havelaar ze biedt. Maar de markt werd groter.

Met de jaren heeft Solidardidad steeds meer grote bedrijven als partners gekregen, zoals Unilever, FrieslandCampina, chocoladeproducenten Mondelez en Mars of zadenproducent Syngenta. Het zorgt voor meer geld en samenwerking in de productieketen. Het zorgt ook voor kritiek, namelijk dat de onafhankelijkheid en kritische geest van Solidaridad gevaar lopen. “Wij letten erop dat het belang van boeren voorop staat”, zegt Roozen. “Als dat niet zo is, nemen we afscheid van zo’n bedrijf. Zij mogen niet machtiger worden door onze samenwerking. Daar waken we voor.”

2019: Afrikaanse landen moeten hun eigen steden gaan voeden

De koffieprijzen op de wereldmarkt staan net zo laag als in de jaren tachtig. Nog altijd moet er een duurzaam verdienmodel komen voor koffieboeren, zegt Roozen. “We zijn terug bij af.”

Ongelijkheid in de wereldwijde productieketens heeft meer aandacht gekregen. Zo studeren Nederlandse supermarktketens op de vraag hoe hun bananenleveranciers in Latijns-Amerika werknemers een leefbaar loon kunnen betalen, namelijk genoeg om fatsoenlijk van te leven. Daarvoor zouden ze een deel van hun marge moeten afstaan aan die producenten.

Roozen ziet dat niet gebeuren. “Zo’n moreel appèl gaat niet werken. Ik zou niets liever willen dan dat de leveranciers van bananen 16 procent van de winkelprijs krijgen in plaats van 6 procent. Maar we krijgen dat niet voor elkaar met argumenten en overleg.” Multinationals die grondstoffen opkopen, verwerken of verhandelen, zijn de afgelopen decennia machtiger geworden, blijkt uit onderzoek. Zij zullen hun positie, hun winsten, niet zomaar opgeven.

Roozen kijkt tegenwoordig meer naar macro-economische factoren die wereldwijde verschillen kunnen verklaren. Zoals de arbeidsmarkt in een land. “Wat is de reden dat een theeplukster in het Afrikaanse Malawi 1,60 dollar per dag verdient en een theeplukster in China twintig dollar per dag? In China zijn dankzij de industrialisatie en de ontwikkeling van het land allerlei banen ontstaan die meer geld opleveren. Chinese theeproducenten zijn gedwongen om hun personeel meer te betalen, anders krijgen ze niemand. China heeft daarnaast een goed ontwikkelde lokale theemarkt. Die ontbreekt in Malawi. Een groot deel van de bevolking speelt daar geen rol als consument.

Theepluksters

“Ik ontdek hoe belangrijk dit soort factoren zijn. Als er andere en beter betaalde banen zijn, zal dat een groter opwaarts potentieel hebben dan alle certificering ooit zal kunnen brengen. Die ethische claims van bedrijven die beloven om langzaamaan voor een leefbaar loon te zorgen? Ik zie het niet gebeuren. Ze zullen de onderlinge verhoudingen in productieketens niet veranderen. Maar als ze door economische factoren een theeplukster in Malawi tien dollar moeten gaan betalen, kunnen die kosten best in de hele keten worden meegenomen.”

Beeld Werry Crone

Moeten landen die koffie of cacao produceren hun goederen niet veel meer in eigen land gaan bewerken? Zodat ze meer waarde en werkgelegenheid creëren? Nu verdienen ze aan de grondstoffen, maar wordt het meeste geld in de ontwikkelde landen verdiend. Zoals door de koffiebranders en de grote koffiemerken. Er zijn initiatieven om dat te veranderen. Het Nederlandse Moyee Coffee heeft bijvoorbeeld een branderij in Ethiopië.

Roozen denkt niet dat dit op grote schaal werkt. “Opkomende landen kunnen in de bewerking van voedsel niet concurreren met de industriële landen, die zulke geavanceerde fabrieken hebben. Bovendien worden verschillende koffiesoorten vaak vermengd tot een melange, om een constante kwaliteit en een constant aanbod te garanderen. Dat gaat niet in een land dat één soort koffie produceert.”

Meer fiducie heeft hij in de ontwikkeling van die lokale markt. Afrika zal deze eeuw nog een enorme bevolkingsgroei doormaken. Als de eigen boeren hun eigen steden kunnen gaan voeden, is dat een flinke sprong voorwaarts.

Daarom is die eerste groothandelveiling in Bangladesh zo’n interessant experiment. Als die gaat werken, komen er meer Village Super Markets, in Afrika. Maar die zal Nico Roozen zelf niet meer openen.

Lees ook:

Wilde koffieplanten verdwijnen, en daarmee straks ook ons bakje troost

Het zijn niet de bonen waarmee wij koffie zetten, maar de wilde soorten zijn wel belangrijk voor het behoud ervan. Maar nooit eerder was de situatie van wilde koffiesoorten penibeler.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden