Nice herdenkt 150-jarige aansluiting bij Frankrijk

Uiteraard klinkt ook de Marseillaise, het zou immers wat raar staan om het Franse volkslied niet te spelen als de president speciaal voor de gelegenheid naar je stad gekomen is. Maar pas bij het klinken van de eerste tonen van het ’Nizza la bella’ zingt het publiek uit volle borst mee.

Marijn Kruk

Nicolas Sarkozy was onlangs in Nice voor de onthulling van een sculptuur van de beeldhouwer Bernar Venet, een imposante staalconstructie die uitkijkt over de Middellandse Zee. Het luidde het startschot in van een lange reeks feestelijkheden die vandaag zijn hoogtepunt bereikt.

Vandaag is het namelijk 150 jaar geleden dat Nice officieel een Franse stad werd. Dat moet gevierd en dus werd de stad omgesmeed tot één groot podium voor concerten, toneelstukken en exposities. De vraag blijft wat Nice precies viert: dat de stad Frans werd, of juist dat Nice er tegen alle klippen in in is geslaagd haar eigen identiteit te bewaren?

In vrijwel alle manifestaties wordt het unieke van de stad aan de beroemde Baai der Engelen benadrukt. Of dat nu de speciaal gedrukte postzegel betreft, of de blijdschap over de beslissing van Parijs om het Nissart, officieel te erkennen als regionale taal.

Burgemeester Christian Estrosi, geboren in Nice – net als op twee na alle burgemeesters van de stad sinds de afgelopen honderd jaar – wist het wel: „Frankrijk mag van geluk spreken. Het is niet alle landen gegeven over zo’n sieraad te beschikken.”

Andere bewoners denken daar genuanceerder over. Alain Roullier bijvoorbeeld, leider van de Ligue pour la restauration des libertés Niçoises. Als het aan deze club ligt, zou Frankrijk nooit over dit ’sieraad’ hebben beschikt en was Nice gewoon autonoom gebleven. Roullier spreekt dan ook niet van een ’aansluiting’ maar van een ’annexatie’.

Het referendum van 1860 dat besliste dat Nice bij Frankrijk zou horen, is omstreden. Historici plaatsen vraagtekens bij het eerlijke verloop en wijzen op de verdachte uitslag van 83 procent. Geen wonder: zij die destijds ’nee’ wilden stemmen, werden geacht daarbij tekst en uitleg te geven aan de aanwezige Franse soldaten. Een weinig aanlokkelijk perspectief, waarbij nog eens kwam dat op dat moment zeer weinig Niçois toereikend Frans spraken.

Met dat in gedachten, stelde Roullier eind april ’de declaratie van Genève’ op, waarin hij zich beroept op het Verdrag van Parijs (1947) dat de Europese grenzen herschikte na de Tweede Wereldoorlog. Roullier eist een nieuw referendum ’opdat de bevolking van Nice in vrijheid kan beschikken over haar lot’.

Lokale juristen, zoals John Bastardi-Daumont, stellen Roullier in het gelijk en wijzen erop dat Frankrijk inderdaad nooit formeel aan Italië heeft meegedeeld dat het verdrag van Turijn, waarmee de aansluiting van Nice in 1860 zijn beslag kreeg, van kracht moest blijven en het daarom formeel niet langer geldig is.

Een Frans parlementslid van de UMP stelde onlangs nog kamervragen over mogelijke consequenties, in het bijzonder de eventualiteit dat buitenlandse mogendheden Nice als onafhankelijke macht erkennen. Afgaande op de wijze waarop Nice ’de aansluiting’ viert, zal dat de bewoners met de nodige trots vervullen. Tegelijk is het onwaarschijnlijk dat president Sarkozy zich zijn ’sieraad’ gemakkelijk laat afpakken.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden