Reportage

Nicaragua leeft in angst voor Operatie Schoonmaak

Paramilitairen rusten uit na confrontaties met demonstranten tegen Ortega.Beeld AFP

Na maanden van politiek geweld is volgens de Nicaraguaanse president Daniel Ortega het 'normale' leven teruggekeerd. De oppositie beschuldigt de regering echter van een terreurcampagne tegen critici van het regime.

De 27-jarige man met zachte stem heeft moeite zijn tranen in te houden als hij vertelt over de dag dat hij, zijn vader en zijn zus, uit hun huis werden gesleurd door gemaskerde, zwaar gewapende mannen. Hij had foto's en video's van de demonstraties tegen de regering verspreid op sociale media. "We werden geslagen, met de dood bedreigd", zegt de net afgestudeerde journalist, snikkend. Hij wil niet met zijn echte naam in de krant, want hij is doodsbang. "Ze zeiden tegen mijn zus dat ze haar zouden verkrachten en zouden vermoorden."

Hij vertelt zijn verhaal op de veranda van het kleine huisje van zijn familie in Masaya, een stad ten zuiden van de Nicaraguaanse hoofdstad Managua. Zijn moeder hangt net gewassen kleding op aan de waslijn. Tussen de stoelen drentelen kippen. Hij vertelt over hoe gemaskerde mannen hem in een cel ondervroegen - hij had foto's en video's van de demonstraties op sociale media gedeeld - over hoe hij gedurende tien dagen steeds weer werd geslagen, tot hij uiteindelijk op vrije voeten kwam. Zijn vader en zus, die ook sympathiseerden met de oppositie, werden een week later vrijgelaten. Ze kijken zwijgend en bedrukt toe. De arm van zijn zus zit onder de blauwe plekken; de gezwollen buik van zijn vader eveneens.

Ze zijn drie van de honderden Nicaraguanen die de afgelopen maanden zijn gearresteerd en zeggen te zijn gemarteld door de autoriteiten van het Midden-Amerikaanse land. Ze zijn slachtoffers van de hevige politieke crisis die begon op 18 april, toen boze Nicaraguanen massaal de straat op gingen om te demonstreren tegen de door president Daniel Ortega voorgestelde bezuinigingen op pensioenen. Nadat sympathisanten van Ortega de demonstranten aanvielen, groeiden de protesten uit tot massaal verzet tegen het bewind van de president.

Dominant

Daniel Ortega werd in 2007 voor de tweede keer tot president gekozen, nadat hij het land eerder al tussen 1985 en 1990 bestuurde. In 1979 maakte hij met de socialistische guerrillabeweging Sandinistisch Front voor Nationale Bevrijding (FSNL) een einde aan de brute dictatuur van Anastasio Somoza. Sindsdien is Ortega een van de meest dominante figuren in de politiek van Nicaragua.

Hoewel zijn tweede presidentschap economische voorspoed bracht, kwam die volgens tegenstanders met een grote prijs. Ortega vergaarde de laatste jaren steeds meer macht. Aan de regering gelieerde bedrijven maakten zich meester van het gros van de media, oppositiepartijen werden buitenspel gezet en het parlement werd zienderogen steeds meer gedomineerd door het FSNL, nu de grootste politieke partij in Nicaragua. Het Hooggerechtshof werd gevuld met bondgenoten van de president en als klap op de vuurpijl benoemde hij zijn vrouw, Rosario Murillo, vorig jaar tot vicepresident. Ook beschuldigen tegenstanders de regering van grootschalige corruptie.

Toen de demonstraties eenmaal escaleerden, sloeg het regime met grof geweld terug; politieagenten schoten met scherp op demonstranten, die wegblokkades opwierpen. Tegelijkertijd verschenen overal groepen gemaskerde en gewapende burgers zonder uniform in de straten, die eveneens met geweld optraden tegen de demonstranten. De oppositie noemt ze 'paramilitairen'. Zeker driehonderd mensen zijn in het geweld omgekomen en meer dan tweeduizend mensen raakten gewond. Vele honderden werden, voor kortere of langere tijd, gearresteerd. De meeste arrestanten zeggen te zijn gemarteld.

De wegblokkades zijn uit het straatbeeld verdwenen, nadat politie en paramilitairen op 17 juli met grof geweld oppositiebolwerken binnenvielen en de demonstranten verdreven. Bij deze Operación Limpieza, zoals zij het noemden, Operatie Schoonmaak, vielen tenminste tien doden. Sindsdien stelt de regering-Ortega dat de 'normaliteit' weer is teruggekeerd in het land, maar mensenrechtenorganisaties stellen dat het geweld op straat heeft plaatsgemaakt voor een door de staat georganiseerde terreurcampagne, waarbij systematisch op tegenstanders van de regering wordt gejaagd.

Volgens het Nicaraguaanse Centrum van de Mensenrechten (CENIDH) zitten ongeveer vierhonderd mensen op verschillende plaatsen in het land nog steeds vast wegens deelname aan demonstraties tegen de regering of sympathiseren met de oppositie. Een groot deel werd door de politie of door paramilitairen hun huis uit gesleurd. Ze belandden in lokale politiebureaus of, in het ergste geval, in El Chipote, een beruchte gevangenis in Managua die ooit werd gebruikt door de dictatuur van Anastasio Somoza. Familieleden weten dagen of weken niet wat er met hun naasten is gebeurd, en zeggen dat iedere vorm van contact met de gevangenen wordt geweigerd.

Zware schendingen

"Ik werk al jaren voor voor deze organisatie, maar ik heb nooit meegemaakt dat we zóveel meldingen van zware mensenrechtenschendingen kregen", zegt Gonzalo Carrión van CENIDH. "Het gaat om vele honderden meldingen van verdwijningen en arrestaties."

Het gebeurde met Tomás Maldonado, een voormalig majoor in het Nicaraguaanse leger en oud-partijsecretaris van de regionale afdeling van het FSLN in Carazo, een departement zo'n vijftig kilometer ten zuiden van Managua. Volgens zijn familie werd hij op 2 augustus door paramilitairen gearresteerd in het huis van familie in de hoofdstad. Sindsdien is niets meer van hem vernomen, vertelt dochter Yesenia Maldonado.

"We maken ons grote zorgen. We hebben helemaal niets gehoord en hebben geen idee waar hij is", zegt ze. "Mijn vader heeft diabetes en heeft dringend behandeling nodig, maar we weten niet eens waar we hem moeten zoeken."

Maldonado verliet in 2007 de politiek om evangelisch prediker te worden. Tijdens de demonstraties eerder dit jaar ging hij de wegblokkades in Carazo af om gelovige demonstranten in gebed te begeleiden. Dat, zo vermoedt Yesenia, is wat uiteindelijk tot zijn verdwijning heeft geleid.

"Ongeveer tweeëneenhalve maand geleden vertelde hij dat hij een telefoontje van iemand had gekregen met het verzoek om mee te doen met de paramilitairen, vanwege zijn eigen militaire achtergrond", zegt Yesenia. "Hij weigerde. Later zei hij dat hij werd bedreigd. Uiteindelijk besloot hij dat het te gevaarlijk was om in Carazo te blijven. Hij ging naar Managua, maar daar hebben ze hem gevonden en meegenomen. Het gebeurde midden op de dag. Ze kwamen met twee terreinwagens vol gewapende mannen. Mijn vader is vrijwillig meegegaan. Hij wilde zijn familie niet in gevaar brengen."

Het gesprek met Yesenia vindt plaats in een hotel in Managua, onder begeleiding. Ze vreest voor haar veiligheid en die van haar familie. Haar familie is te bang om over haar vader te praten. Ze heeft oude foto's van haar vader als politicus en als militair. Op een daarvan staat hij naast een groepje andere officieren, met rechts Ortega zelf.

"Mijn vader was uit de politiek gestapt. Hij is een prediker", zegt ze. Haar stem trilt. "Hij wilde de mensen op de blokkades helpen met bidden, meer niet."

Oproerpolitie in actie tijdens protesten tegen het regime van Ortega.Beeld AFP

Mensenrechtenorganisaties als CENIDH en tegenstanders van de regering zeggen dat er 'zwarte lijsten' rondgaan, met daarop namen van mensen die demonstraties hebben georganiseerd en daarin hebben meegelopen en demonstranten die wegblokkades hebben opgezet.

"De mannen die mijn vader hebben meegenomen, wisten precies waar hij was, ook al was hij in Managua", zegt Yesenia Maldonado. "Ze reden niet eerst een paar keer door de straat om het adres te vinden. Ze stopten meteen bij het huis, ze twijfelden geen moment over de locatie."

Jacht op critici

Hoewel er sinds half juli alleen nog op kleine schaal tegen de regering wordt gedemonstreerd en de wegblokkades sinds Operatie Schoonmaak zijn verdwenen, gaat de jacht op critici van het regime volgens de oppositie en mensenrechtenorganisaties onverminderd door.

Een advocaat en mensenrechtenrapporteur in het plaatsje Jinotepe zegt dat ze dagelijks meldingen krijgt van mensen die uit hun huis worden gesleurd. Ze wil vanwege haar veiligheid niet met haar naam in de krant.

"Het lijkt rustig op straat, maar de angst is enorm", vertelt ze. "De repressie lijkt alleen maar te zijn opgevoerd."

De angst voor arrestaties en martelingen heeft voor een ware exodus gezorgd, vooral naar buurland Costa Rica, waar al ongeveer een half miljoen Nicaraguanen wonen. Volgens de Costaricaanse autoriteiten hebben bijna twintigduizend Nicaraguanen er asiel aangevraagd sinds april. Daarnaast is, volgens cijfers van de regering in Managua zelf, het aantal paspoortaanvragen sinds april verdubbeld: van vijfhonderd naar duizend per maand.

Wie niet kan vluchten, duikt onder. In León, de tweede stad van het land, werd een belangrijk deel van de oppositieprotesten georganiseerd door studentenleiders van vijftien faculteiten van de Autonome Universiteit van Nicaragua (UNAN). Nadat ze van vrienden hadden gehoord dat ze op de zwarte lijst van de autoriteiten waren beland, besloten ze ondergronds te gaan om van daaruit het verzet tegen het Ortega-regime verder te organiseren.

'Niet meer thuis'

"Ik ben zelf al meer dan drie maanden niet meer thuis geweest", vertelt Bryon Estrada, die tandheelkunde studeert en een van de drijvende krachten is achter de demonstraties in de stad. "Ik weet dat de paramilitairen naar me op zoek zijn. Mijn familie vertelde me dat ze bij mijn huis zijn langs geweest."

Het gesprek met Estrada vindt plaats op een geheime locatie in León. "We kunnen de stad niet verlaten, want misschien heeft de politie wel controlepunten opgezet", gaat hij verder. "Ik slaap elke dag op een andere plek. Met de andere studenten heb ik bijna alleen maar via sociale netwerken contact. Het is te gevaarlijk om met z'n allen op één plaats bij elkaar te komen."

De regering van Daniel Ortega heeft zich slechts sporadisch uitgelaten over de crisis. Zowel de president als diens aanhangers noemen de demonstranten 'terroristen' en 'coupplegers'. Daarbij sprak de president zichzelf de afgelopen weken een paar keer tegen over de inzet van paramilitairen in Nicaragua. Tegenover FOX News beweerde hij op 23 juli nog dat de regering 'geen controle' over ze had, maar een week later stelde hij tegenover Euronews dat het om 'vrijwillige politie' gaat. Eerder beweerde hij juist dat er helemaal géén paramilitairen in Nicaragua zijn, of dat het om criminele bendes gaat die 'door rechts worden gefinancierd'.

Over martelingen en verdwijningen hebben president noch vicepresident Murillo zich publiekelijk uitgesproken. Nu de demonstraties en wegblokkades grotendeels zijn verdwenen, houden ze liever vol dat de situatie in het land weer genormaliseerd is.

Gonzalo Carrión van de mensenrechtenorganisatie drijft de spot ermee. "Er is niets normaals aan wat er gebeurt", zegt hij. "Het is niet normaal dat mensen worden meegenomen en worden gemarteld. Niets van dit alles is normaal."

De namen van de geïnterviewden zijn bij de redactie bekend.

Lees ook:

Daniel Ortega is gaan lijken op de dictator die hij ooit het land uitjoeg (commentaar)

De strijd om Ortega drijft families uiteen

De politieke crisis in Nicaragua heeft de diepe kloof tussen voor- en tegenstanders van het regime vergroot.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden