NEWT HOUDT MET MOEITE ZIJN KINDEREN BIJEEN

Newt Gingrich glom als een gebraden haan toen hij op 24 januari vorig jaar de voorzittershamer van het Huis van Afgevaardigden in ontvangst nam. Zijn partij had de meerderheid in het Huis gekregen en Gingrich was de eerste Republikeinse Speaker in veertig jaar. Newt liet alle Republikeinse kandidaten beloven dat ze hem trouw zouden steunen bij de uitvoering van het verkiezingsprogramma, het Contract with America. De meesten hielden zich aan hun belofte. Andere freshmen, zoals de nieuwelingen worden aangeduid, ontworstelden zich aan de groep. Een politiek familieportret van tien van Newts Republikeinse kinderen.

DE ZIELEPIET. Enid Greene is in feite een diep tragisch geval. Het Mormoonse meisje uit Salt Lake City zeilde bij de verkiezingen van november 1994 Washington binnen. Een voortreffelijke partijmedewerker, net getrouwd, zodat ze Enid Greene Waldholtz genoemd wilde worden. En een positieve instelling, het zou een onecht zusje van Emile Ratelband kunnen zijn. Ze kreeg een plaats in de prestigieuze commissie voor de huisregels, een hoge uitzondering voor een nieuwkomer. En ze maakte mooie sier met de baby die zij en haar man Joe kregen. Niets leek een briljante loopbaan meer in de weg te staan. Helaas, na verloop van tijd bleek dat de verkiezingscampagne van Enid volledig in strijd met de wet was gefinancierd. Joe, die haar manager was geweest, had de paar miljoen bij elkaar gestolen, gefraudeerd, onder de toonbank door bij elkaar gescharreld. Enid was in grote moeilijkheden. Ze schakelde een handige adviseur in en die belegde een persconferentie. Enid lipte en sipte en huilde, huilde, huilde. Vijf uur lang duurde het drama. Ze had nergens van geweten, haar man had haar altijd overal buiten gehouden, een schoft die seksueel ook niet zuiver op de graat was. De partijleiding kreeg ondanks al die soap geen traan in de ogen en gaf Enid de raad: ga na de verkiezingen van november 1996 lekker met de peuter terug naar Utah, meid.

DE OPSCHEPPER. Wes Cooley telt de dagen ook af voor hij weer naar zijn ranch in het oosten van Oregon mag vertrekken. Een man met een grote bek, het type van 'kom 's effe mee naar buite'. Oregons Rush Limbaugh noemden ze hem in het robuuste noordwesten van de VS, naar de luidruchtige talkshow-host. Hij ging prat op zijn oerconservatieve reputatie. De grootvader van 64 jaar vertelt rond dat de mensen hem op hooguit 40, 45 schatten. Met een plek in de commissies voor landbouw, landschapszorg en veteranenzaken leek de Washingtonse politiek een gespreid bedje voor de Korea-veteraan. Met dat laatste had hij nooit zo te koop moeten lopen. Wat bleek: de oorlog was voorbij voor Cooley zijn training had voltooid. Cooley bleek bovendien in het midden van de jaren tachtig te zijn getrouwd met zijn tweede echtgenote, de weduwe van een militair. Ze hielden dat geheim, zodat er elke maand 1 500 gulden aan weduwenpensioen kon worden opgestreken. Niet echt een Congresman om trots op te zijn. Conclusie: dag Wes, en nog veel bejaardengeluk in Powell Butte, Oregon.

DE TEGENPARTIJ. Vijf dagen voerde Michael Flanagan slechts campagne en hij hield maar een enkele persconferentie. Toen was hij ineens Congreslid voor Chicago - een Republikein die een door en door Democratisch kiesdistrict gaat vertegenwoordigen. Maar de kiezers in het noorden van de Windy City waren dan ook zo teleurgesteld over het corrupte gedrag van 'hun' Dan Rostenkowski, dat ze op iedereen wilden stemmen die met een schoon blazoen binnenkwam.

Twee jaar zijn er verstreken en Flanagan heeft zich snel aan de mores van Washington weten aan te passen. In de commissie voor justitie was hij voor het verbieden van wapens die werden gebruikt om politieagenten om zeep te helpen. Vervolgens kwamen de machtige wapenlobbyisten langs en was hij opeens tegen. En dat zijn Chicago's agenten nog lang niet vergeten. Bovendien heeft hij zich de zakken fors laten vullen door belangengroeperingen. Zodat de kiezers zich afvragen: waarom hebben we Frankenstein afgedankt om zijn zoon ervoor terug te krijgen? Het wordt een dubbeltje op zijn kant voor Flanagan.

DE WAUS. Helen Chenoweth is een echt zorgenkind. Ze heeft ze niet allemaal op een rijtje. Sterker nog, er zitten zoveel steekjes aan haar los dat ze lijkt op een breiwerkje waar alle pennen uit zijn gevallen. Helen is de verpersoonlijking van de haat tegen alles wat overheid heet. Wat dat betreft past ze uitstekend bij de mentaliteit van het westen van de staat Idaho, die ze in Washington vertegenwoordigt. Ze geloven daar heilig dat, geheel volgens het evangelie van de ultrarechtse milities, op een dag de zwarte helicopters die regelmatig boven het gebied worden gesignaleerd, zullen landen en dat de Verenigde Naties de macht zullen overnemen. Chenoweth houdt ervan tegen de stroom in te zwemmen. Ze wenst te worden aangesproken als 'Congresman', omdat dat nu eenmaal de titel is van een lid van het Congres. Dus niet dat feministische gedoe van 'Congreswoman'. Ze gelooft ook niet in bedreigde diersoorten. Op een van haar partijfeestjes serveerde ze eens een zalmsoort, dat op de lijst van beschermde vissen stond. “Hoezo bedreigd, ze staan gewoon ingeblikt in de schappen van de supermarkt. Weet je wie er bedreigd wordt: de blonde knul met de spierballen.” Te gekke meid, die Helen. Ondanks financiële akkefietjes zal ze wel worden herkozen.

HET HEILIGE BOONTJE. Jon Christensen zit in het Huis van Afgevaardigden voor Nebraska, een van de landbouwstaten in het midden-westen. Een licht is het niet, want hij is twee keer voor zijn advocatenexamen gezakt. Tijdens de verkiezingscampagne in 1994 verschenen Jon en zijn toenmalige echtgenote Meredith in de publiciteit als het ideale paar. En omdat Nebraska ook heel traditioneel-christelijk is: heel gelovig. Geen gebedsgroep of ze waren er lid van. Nauwelijks waren ze echter in het goddeloze Washington verzeild geraakt of Meredith wierp zich in het overspel. Geen dominee of ouderling kon haar meer op het rechte spoor krijgen en de twee gingen op niet echt sjieke manier uiteen. Zeker weten dat hij terugkomt, want evangelisch Nebraska staat ondanks alles vierkant achter Jon Christensen.

DE DESERTEUR. Wie in Erie, in het uiterste westen van Pennsylvania, de televisie aanzet, gelooft zijn ogen niet. Congreslid Phil English laat zich door een comité van geestverwanten aanprijzen als een tweelingbroer van president Bill Clinton. In de trant van: ik heb de president geholpen bij het aannemen van de wet op het minimumloon. Hij brengt Clinton in beeld en prijst hem om zijn inzet voor het onderwijs, de gezondheidszorg en het welzijnsbeleid. Logisch, zal men zeggen, voor een Democraat. Maar dat is het hem nu net: English is een Republikein, die in 1994 met de hakken over de sloot won in dit industriële deel van de staat. En in 1996 voelt men hier meer voor de Democratische aanpak. Het zittende Congreslid wringt zich in alle bochten om zich maar zo ver mogelijk te houden van zijn voorman Gingrich. Zijn tegenstander Ron DiNicola doet zijn best de band van English met de Speaker te benadrukken. Maar het zou best eens kunnen dat English' ontrouw hem profijt oplevert.

DE ZENDELINGE. In Californië is niets onmogelijk. En dus ook niet dat een VVD-achtige gemeenschap als Santa Barbara een katholieke afgevaardigde voor Washington aanwijst, die zo een talkshow bij de Evangelische Omroep zou kunnen presenteren. Maar Santa Barbara wist, voordat het Andrea Seastrand in de armen sloot, zich ook heel behaaglijk in het gezelschap van Michael Huffington, een van de rijkste leeghoofden die ooit een politieke loopbaan nastreefden en die het, met de inzet van dertig miljoen privé-guldens, bijna tot senator had geschopt. Wie zegt dat macht niet te koop is? Seastrand is een voormalige onderwijzeres, die naam maakte door in de verkiezingsstrijd van 1994 de natuurrampen die het zuiden van Californië troffen, regelrecht in verband te brengen met de wrake Gods, voor overspel, voor porno, voor echtscheiding. Ironisch genoeg is haar tegenstander een verlichte hoogleraar theologie. Als er een verkiezingsstrijd is waar men een Godsoordeel zou kunnen verwachten, dan is het hier.

DE REUZENDODER. Geen schok was twee jaar geleden zo heftig als die in de Democratische geledingen, nadat bekend werd dat Tom Foley zijn zetel in de staat Washington had verloren. Dertig jaar had hij in het Huis gezeten en bovendien was hij Speaker, de eerste in meer dan 130 jaar die werd verslagen. George Nethercutt, een tamelijk onbekende Republikeinse fractiemedewerker, was de eer gegund de Goliath van de Democraten in het voorhoofd te treffen. Foley had zich gekeerd tegen de wens van zijn kiezers om de termijn van een Congreslid aan een limiet te binden. Je kunt iemand altijd wegstemmen, was zijn redenering. En dat deden de bewoners van Spokane dan ook. Exit Foley. Nethercutt heeft sindsdien gemerkt dat ze daar in het noordwesten van de VS niet snel tevreden zijn over een Congreslid. Ze hebben er eigenlijk net als in de buurstaten de schurft aan de bureaucratie van Capitol Hill. En ze vinden dat Nethercutt zich veel te snel in de gelederen en de discipline van de Republikeinse Speaker heeft gevoegd. Omdat het een fatsoenlijke man is, zullen de Spokanians hem wel een tweede kans geven. Maar dat is dan wel een laatste.

DE REBELSE MEID. Een rebelse meid is op haar taak voorbereid. En dat was precies de houding van Linda Smith, toen zij als de vrouwelijke versie van James Stewart (van de film 'Mr. Smith goes to Washington') naar de Amerikaanse hoofdstad toog. De belastingconsulente had er niet voor gekozen; ze werd de winnaar van de verkiezingen omdat bijna 35 000 inwoners van haar kiesdistrict in het zuiden van de staat Washington haar naam hadden bijgeschreven op een verkiezingsformulier. Linda Smith is onvervalst conservatief, vooral in morele kwesties als abortus en euthanasie, die de meningen in haar staat scherp verdelen. Maar ze is voor alles een populiste. Ze profileerde zich vooral op de onderwerpen 'verkiezingslimieten' en de hervorming van de campagne-financiering. Zo heeft ze in 1994 geweigerd geld aan te nemen van belangengroeperingen. Dit jaar accepteerde ze wel bijdragen van de landelijke Republikeinse verkiezingsorganisatie. Schijnheilig, zegt haar Democratische opponent, want die neemt wel groepsgeld aan. De rebelse meid, die niet te beroerd is om haar eigen mening te laten prevaleren en lak te hebben aan de partijdiscipline, is in een nek-aan-nek-strijd gewikkeld. Het zou zonde zijn als Washington deze luis kwijtraakt.

DE KOMEET. En dan de derde Republikeinse afgevaardigde die Newt Gingrich zeker kwijt zal raken. Op 5 november moet blijken of hij terug gaat naar af, of dat hij al binnen twee jaar doorschiet naar het Walhalla van de Amerikaanse politiek, de Senaat. Sam Brownback heeft zich vrij snel na zijn verkiezing in het Huis weten op te werken tot leider van de 'freshmen' en een functie in de fractietop lag in het verschiet. Maar Brownback heeft daarvoor niet het geduld willen opbrengen. Begin dit jaar kwamen beide zetels voor Kansas in de Senaat vrij. Die van Nancy Kassebaum liet hij schieten, maar toen Bob Dole ook vertrok, kon hij zich niet meer inhouden. De gouverneur van Kansas benoemde een tijdelijke senator, Sheila Frahm, die duidelijk het plan had te blijven zitten. Brownback besloot het erop te wagen en dus kwam er een voorronde: de gematigde Frahm tegen de conservatieve Brownback. En hij won. Voorlopig, want hij leunde sterk op religieus rechts. Nu is Brownback in een bikkelharde strijd gewikkeld met zijn vrouwelijke Democratische rivaal Jill Docking. En vooral de vrouwen van Kansas hebben liever een gematigde Democraat dan een rechtse Republikein. Oh, wat zou Sam Brownback graag de zetel van Dole winnen. Volgende week zal blijken of deze Republikeinse hoogvlieger een Icarus is of niet.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden