Newcastle stoft het kolengruis van zich af en poetst zich op tot 'stad van de kunst'. Dat willen we zien.

Op weg naar haar buitenverblijf in Schotland, liet koningin Victoria de ramen van de wagon blinderen wanneer de trein Newcastle naderde. De aanblik van de stad, met de immense productie van het 'zwarte goud', kon haar niet bekoren. Nog steeds verblijven weinig reizigers in de industriestad. Veerboten meren aan, maar passanten vervolgen hun tocht haastig naar de grote steden van Engeland of de ruige oorden van Schotland.

Kolen zijn onlosmakelijk verbonden aan Newcastle. In de 16de eeuw beheerste de stad de kolenexport. Het spreekwoord 'kolen naar Newcastle brengen' gold als 'water naar de zee dragen'. Iedereen wist dat de kolen van Newcastle de ruggen van de Londenaren opwarmden. Duizenden arbeiders werkten in deze stad, waar in de industriële revolutie aan het einde van de 18de eeuw staalfabrieken en scheepswerven als paddestoelen uit de grond schoten. Hier bouwde George Stephenson, zoon van een kolenstoker, rond 1814 de eerste succesvolle stoomlocomotief en werkte Joseph Swan in 1878 mee aan de ontwikkeling van de gloeilamp. Twintig jaar na de Tweede Wereldoorlog ging het bergafwaarts met de economie van Newcastle. Met deze zomer als symbolisch dieptepunt: voor het eerst werden goedkopere kolen uit Polen geïmporteerd.

Het gebied rondom Newcastle, Northumberland genoemd, geldt als 'borderland', grensland. Keizer Hadrianus liet in 122 een muur bouwen van de Noorzee tot de Ierse Zee als scheidslijn tussen de beschaving en de barbarij. De geschiedenis van dit 'grensland' heeft haar sporen achtergelaten in het tegenwoordige Newcastle. Een stad van tegenstellingen, al vragen barberij en beschaving nu om een andere interpretatie. De strijd gaat nu om Newcastle's oude karakter als industriestad en een mogelijk nieuw imago, tussen arm en rijk, ouderwets en modern. In de havens van Newcastle vertellen hoge hijskranen over een bedrijvig verleden. Talloze oude kerken, muren en kastelen vertalen haar rijke afkomst. Maar dat is niet voldoende voor een stad die ook iets nieuws wil bieden.

Newcastle voelt zich niet als een oude vrouw die op haar sterfbed verbitterd verzucht hoe geweldig haar glorieus verleden eens was. Het hart van Newcastle klopt nog steeds. Zo markeert Earl Grey's Monument uit 1838 het centrum van welvarend Newcastle, een brede straat met imposante Victoriaanse gebouwen. Hier winkelen de Georgies, de inwoners, die verknocht zijn aan hun stad én aan hun voetbalclub Newcastle United.

Deze straat leidt naar minder florissante (maar wel interessante) delen van de stad. Grainger Market -ooit Europa's grootste overdekte winkelcentrum- verkoopt hier lappen vlees naast de kledingrekken van Marks &

Spencer Original Penny Bazaar.

Paraplu's koop je hier voor een pond. Stowell Street, China Town van Newcastle, is niet meer dan een smalle straat met arbeiderswoningen, omgebouwd tot Chinese restaurants en klinieken, waar zowel Chinezen als Georgies hun weg vinden.

Newcastle mag dan als industriestad afgedaan hebben, de stedelingen zijn wel bezig met een metamorfose: wie de smalle treden naar de Black Gate (gebouwd in 1247 als onderdeel van de verdedigingsmuur rondom de stad) beklimt, vindt hier verborgen ateliers waar handwerklieden keramiek verkopen, glasblazers hun glas en boetseerders hun beelden.

Moderne glaskoepels -daken van musea en andere instellingen- verrijzen naast oude kerken. Een koekjesfabriek is omgebouwd tot een museum voor moderne kunst. Een gigantische 'engel van het noorden' waakt langs de snelweg, de grootste sculptuur van Engeland. Zeven bruggen met elk een specifieke uitstraling, binden Newcastle aan Gateshead.

Opnieuw is Newcastle een grensland: Er is geen architectonisch hoogstandje te vinden zonder een historisch bouwwerk in de directe omgeving. Enerzijds moet het het oude erfgoed worden bewaard, anderzijds heeft moderniteit ruimte nodig. Want achter hoge poorten, in smalle steegjes en straten, werkt Newcastle namelijk aan een eigen wedergeboorte: als stad van de kunst.

1. Wallsend

Geen goed woord had zanger Sting over voor de weinig inspirerende wijk Wallsend, waar hij in 1951 geboren werd. Wallsend kenmerkt zich door ellenlange straten, met identieke arbeiderswoningen en dezelfde tuintjes. Het is een buurt waar je in gedachten verzonken doorheenrijdt, niet gewekt wordt uit je overpeinzing door de eindeloze monotonie van de omgeving. Maar het is ook de buurt waar je de echte Georgies kunt vinden, met hun markante tongval. Bij de rivier de Tyne staan hoge kranen voorovergebogen over het water. Aan de overzijde weer talloze identieke woningen. Waarom toch naar Wallsend te gaan? Hier eindigt namelijk de muur van Hedrianus, de noordwestgrens van het eens zo machtige Romeinse rijk. Enkele resten zijn nog te bezichtigen. Op deze plek is Segedunum gebouwd, 'sterk fort', dat driehonderd jaar lang een onderkomen vormde voor zeshonderd soldaten. Door archeologen is hier onlangs ontdekt hoe de Romeinen hun paarden stalden; in een barak voor de cavalerie sliepen de berijders bij hun dieren. Buiten het museum met de naam Segedunum zijn op een open veld de gebouwen van weleer gemarkeerd; van hoofdkwartier tot graanschuur en werkplaatsen. Wat aardig is aan dit museum, is dat hier resten zijn te vinden van de plek waar tweehonderd jaar geleden de beste huishoudkolen werden geproduceerd. In het museum zul je echter geen kolen vinden: die zijn zelfs hier verdwenen. Met een lift kun je omhoog in de uitzichttoren, waardoor je een zeer mooi zicht heb op de Romeinse barakken, de kranen die wachten op nieuw te bouwen schepen en de arme arbeiderswijk van Newcastle. Wallsend ligt 6 km ten oosten van Newcastle, te bereiken met de metro.

2. Blackfriars

Verborgen achter een poort en hoge muren, net voorbij de drukke winkelstraat van China Town, ligt Blackfriars Court, een oase van rust en groen. Wie op de Stowell Street loopt, mist snel het smalle weggetje (Friars Street) dat naar dit hofje leidt. Een rood uithangbord hangt boven de poort. Tot in 1539 werd dit klooster gebruikt door dominicanen, die met zwarte gewaden én schoenen een vreemd verschijnsel vormden binnen de stadsmuren. Zij woonden en werkten driehonderd jaar lang in dit hofje, totdat Henry VIII in 1539 besloot de gebouwen als ontmoetingsruimtes en opvanghuizen voor armen te gebruiken.

Verschillenden gilden namen hun plaats in, gehuisvest rondom het hofje met grasveld, bomen en zithoek. In 1978 werd het complex gerestaureerd. Galeries en werkplaatsen zijn er nu gehuisvest. Hier verkoopt een oud Engels vrouwtje -met een dikke kat op de toonbank- 'droomstenen en papieren kraanvogels voor 25 penny. Een trapje hoger huist een schoenmaker en een trapje lager haar dochter als kleermaakster. Geroemd wordt het restaurant dat bij de poort is gevestigd: het Blackfriars Café. De dominicanen hebben hun onderkomen elders gezocht. Zij zijn te vinden op de New Bridge Street. Het klooster van de dominicanen in Newcastle uit de 13de eeuw geldt als een van de best bewaard gebleven huizen van deze monniken in Engeland.

3. Bessie Surtees House

Volkomen verliefd op John Scott, zoon van een kolensjouwer, sprong Bessie Surtees op jonge leeftijd uit het raam om met hem weg te vluchten naar Schotland. Een spectaculaire ontsnapping? Dat niet, maar de daad op zich heeft de gemoederen van Newcastle halverwege de 17de eeuw flink beziggehouden. Bessie Surtees groeide op in een welgesteld gezin en haar liefde voor Scott was ver beneden haar stand, vonden haar ouders. Ze besloot te vluchten, een trap werd tegen het raam gezet en Bessie klauterde naar beneden om vervolgens in Schotland te kunnen trouwen. In de mooie koopmanswoning uit 1637, deels van steen en deels van hout, is nog steeds blauw glas te vinden: het raam waardoor Bessie ontsnapte. John Scott bleek uiteindelijk toch goede papieren te hebben. Hij was al student rechten en werd uiteindelijk Lord Eldon en minister in England. Haar ouders keurden het huwelijk alsnog goed, dat snel daarna in de St. Nicholas' Church opnieuw werd gesloten. Bessie verdween vervolgens uit de boeken; wat nog bekend werd, is dat zij in stilte haar leven aan de zijde van Lord Eldon doorbracht.

De koopmanswoning is een bezichtiging waard. Het huis ligt verborgen tussen andere panden aan de straat Sandhill. Het lage plafond van Bessies Surtees House bestaat uit ornamenten van bloemen, bladeren en dennenappels. De muur is versierd met panelen met houtsnijwerk. Ook staat er een grote haard uit 1657. De kamer daarachter is kleiner en biedt zicht op een binnenplaats. Toentertijd was dit pand een centrum voor handelslieden die door de ramen de schepen konden volgen die de haven binnen voerden. Nu is de boel dichtgebouwd en razen er alleen auto's vlak voor de deur voorbij. Daarom is het handig om meteen naar het dichtbij gelegen café Bob Trollop te gaan: een van de weinige cafés waar je (ook) vegetarisch kunt eten. De ruimte is verdeeld in verschillende 'kamers'. Je stapt terug in de tijd van Charles Dickens, wanneer je door de poort van Bob Trollop loopt, daar een steegje vindt met melkbussen en vochtige straatstenen, met aan beide zijden de kamers.

4. Whitley bay

Let op het tij wanneer Whitley Bay op het programma staat. Oude Victoriaanse huizen staan in het gelid op de grillige kustlijn, buiten het centrum van Newcastle. Hier hebben diverse cafés zich gevestigd, dancings, hotels, een golfclub en een winkel die bruiloftstaarten maakt. De weg kronkelt voorbij, langs een begraafplaats en de vuurtoren van Whitley Bay. Deze maagdelijk witte vuurtoren is echter alleen te bereiken als het eb is. Tegen de voet van de vuurtoren is een klein museumpje en een winkel gebouwd. Daarnaast staat een pittoresk huis, maar verder is er alleen zee, rotsen en in de verte een camping waar de caravans weinig meer zijn dan witte stipjes.

De vuurtoren is gebouwd in 1896 en functioneerde tot 1979. Om de top te bereiken, moeten de trap met 137 treden worden beklommen. Wie daarna de toren verlaat, vindt aan de linkerhand bij Curry's point een steen met inscriptie. Op deze plek is in 1739 Michael Curry opgehangen die een café-eigenaar vermoord had. Bewust werd Curry hier opgehangen: vanaf dit punt had hij zicht op de plek van de misdaad. Informatie over het tij is op te vragen bij het informatiecentrum in het Centraal Station van Newcastle, waar ook de metro langskomt.

5. Biscuit Factory

In een weinig opzienbarende buurt, in Newcastle upon Tyne, ligt de Biscuit Factory. Dit pand is een voormalige koekjesfabriek en huisvest nu talloze kunstwerken die je ter plekke kunt kopen. Hier staan beelden, glaswerk, keramiek, schilderijen en foto's door elkaar, een ratjetoe van verschillende kunstuitingen. De sfeer is leuk, de ideeën van honderd zowel internationale als nationale (en lokale) artiesten zijn verrassend. Kunst is te koop vanaf circa twintig euro tot meer dan twintigduizend euro. Ook kunnen via de Biscuit Factory kunstenaars ingeschakeld worden om een idee van een bezoeker te realiseren: iets voor aan de muur, of voor in de tuin.

Barn Again 'as a biscuit' is het restaurant dat bij de 'fabriek' hoort. Hier kun je lekker eten, op kunstzinnige stoelen zitten -van blokken hout tot leren stoelen- en grote schilderijen aan de muur bewonderen. Overigens staan er geen koekjes op het menu. Net zoals de kolen verdwenen zijn uit Newcastle, ligt er geen kruimel meer in de koekjesfabriek.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden