New York

Wie in juli in Manhattan 's avonds laat uit een luchtgekoelde bioscoop de straat op stapt zal geneigd zijn tot de oer-Hollandse uitroep 'Hier brandt de kachel!', wat eigenlijk nergens op slaat. Zo loop je in deze stad tegen allerlei situaties aan die je wel herkent en waar je ook wel een soort antwoord op hebt, maar dat zit er meestal grondig naast. De taal is wel het verwarrendst. Ik heb jaren in Engeland gewoond en spreek de taal goed, maar hier werkt mijn Engels niet echt. Ik spreek te zacht en met een negentiende-eeuws aandoende dictie, die zelden meteen doordringt. Dus als ik aan het meisje achter de hotelbalie vraag: ,,Is there a church here in the neighbourhood where a decent mass is celebrated on Sunday morning?'', dan is het onmiddellijke antwoord ,,NO!'', hoewel ik in haar ogen zie dat ze geen woord heeft begrepen van wat ik zeg.

,,Wat moet jij nou in godsnaam met een mis in New York?'', vraagt mijn vrouw.

Noem het ziekenbezoek. Even kijken of het dogma hier langs vergelijkbare route het graf in klimt. Geen mis gevonden overigens.

Omgekeerd versta ik de Newyorkers ook niet. Als toerist val je onherroepelijk in de armen van taxichauffeurs, serveersters, hotelpersoneel, pizzafietsers, supermarkt-caissières en straatverkopers afkomstig uit Pakistan, India, Iran, Peru, Venezuela, Guyana, Afrika of Oost-Europese landen, en hun Engels zit meestal net náást het mijne.

In de pizzabakkerij op de hoek doet de jongen zijn werk tijdens een lange monoloog in zijn mobieltje, in een taal die ik niet thuis kan brengen, geen Italiaans in elk geval. Op een gegeven moment kijkt hij even weg van zijn telefoontje en blaft eenmalig in mijn richting: ,,HIEROGGOO?'', waarna hij verder gaat met zijn betoog. Ik begrijp niet meteen dat dit Engels is en voor mij bedoeld. Nadat ik hem gevraagd heb zijn telefoontje een ogenblik neer te leggen dringt het bij de derde en hardste blaf (onder het principe 'luider is duidelijker') eindelijk tot mij door dat hij zegt: ,,HERE OR GO?'' Hier opeten of meenemen? Ik heb geen leukigheden geprobeerd in de richting van: als jij zo verbaal blijft flitsen, dan beslist hier opeten, en heb onze pizza slices maar meegenomen.

Een vermeend taalkundig dieptepunt was het bord waarop stond 'WE SALE!', waarvan ik minachtend dacht dat het in het hier geldende Engels 'wij verkopen' moest betekenen. Maar mijn dochter wees mij terecht: het ging om een goedkope aanbieding van artikelen van het merk WE.

De aanslagen van 11 september zijn hier overal zichtbaar: tienduizenden, nee honderdduizenden vlaggen en vlaggetjes op auto's, in winkels, aan balkons, voordeuren, tuinhekken, stoplichten, viaducten en antennes, afgewisseld met bezweringen als 'God Bless America' en 'United We Stand'. Dit hangt en wappert allemaal al maanden in wind, regen en zon en begint er een beetje viezig uit te zien.

Het krijgt pas hysterische trekjes als we op een kerkhof in Lanesville, ergens diep in New England, ook vlaggetjes aantreffen op de graven van soldaten uit de Eerste en Tweede Wereldoorlog. Laat die mensen toch lekker liggen, zou je zeggen, maar nee, ook deze doden worden geacht hun mannetje te staan tegen de Satan uit het Oosten.

Allemaal jongens die beter thuis hadden kunnen blijven volgens Gore Vidal, want eenmaal schietend de hort op, is het onmogelijk gebleken onze bevrijders van 1945 terug thuis in hun stoel te krijgen. Opgejaagd door een cynisch complot tussen Politici, Grootindustrie en Pers, hebben de Amerikanen in de afgelopen halve eeuw in een Eeuwige Oorlog voor Eeuwige Vrede tienduizenden jongens geofferd en triljoenen dollars aan wapens besteed, zonder noemenswaardig succes -kijk maar om u heen- terwijl ze er binnen hun eigen grenzen niet in slaagden een redelijke gezondheidszorg op poten te zetten of een politiek systeem te vestigen waarbinnen corruptie enigszins binnen de perken blijft, of een gemeenschap te creëren waarvan niet 2 miljoen leden, veelal zwarten, in de gevangenis hoeven te zitten.

Maar al die verrekte vlaggetjes hangen vóór deze ongemakkelijke vragen. En daarbij, andermans Imperium, da's makkelijk ondergraven.

Hoewel Manhattan in zekere opzichten de hoogste golf is waar deze beschaving op rijdt vind je tussen de toppen onverwachte dieptes. In ons hotel bijvoorbeeld heb je vanuit het sousterrain zicht op een 'binnenplaatsje', de bodem van een diepe put tussen hoge gebouwen, belegd met plastic kunstgras waarop anderhalve kunststof tuinstoel. Er heerst zo'n beklemmende kilte dat je je er alleen in zou begeven voor een groepszelfdoding, maar er zit meestal een oudere dame in hels groen licht zwaar inhalerend te roken.

Op een avond ronddwalend in het hotel bleek ik een vergadering binnen gelopen te zijn van The Society for the Preservation of Old Movie Theatres in Manhattan. Zij vechten voor het behoud als monument van bepaalde gevels of interieurs. Een impopulair clubje in de wereld van New Yorks onroerend goed. Zij weten van bepaalde gebouwen dat er zich binnen nog een min of meer intact Tuschinski bevindt, maar komen er niet in omdat de eigenaars andere plannen hebben. Er waren prachtige dia's te zien van vergane glorie. Met af en toe een hartverscheurend plaatje: ,,This is the Coleman Theatre halfway through its demolition'', geloei in de zaal. Een hele verademing om in deze stad waar alles meteen anders moet, een club aan te treffen die een paar dingen bij het oude zou willen laten.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden