New Yorkers genieten van Nederlands klank-walhalla

,,Ik hoop maar dat er een goed glas wijn is. En wat te eten. Anders zoek ik meteen een restaurant op, want het duurt nog uren voor we in het vliegtuig zitten en wat te eten krijgen.' De verzuchting komt van een wat vermoeid ogende musicus van het Koninklijk Concertgebouworkest. Hij is op weg naar een ontvangst door de American Friends of the Concertgebouw Orchestra. Ver hoeven hij en zijn collega's niet; recht tegenover de Avery Fisher Hall waar het Amsterdamse ensemble zijn tweede New Yorkse concert gaf, hebben de Friends in een kunstgalerij een royaal buffet aangericht. ,,Neem gerust wat mee in een doggy's bag. Het mag allemaal op', roept Andrea Axelrod als het moment van inpakken en wegwezen aanbreekt. De vrienden hebben werkelijk hun best gedaan met een keur aan broodjes, hartige en zoete hapjes. En wijn.

Het is de orkestleden aan te zien: ze willen naar huis. De tocht naar onder meer Toronto, Boston, en Washington heeft energie gekost: vliegtuig, bus, hotel in, hotel uit, en steeds n¢g mooier spelen dan thuis in het Concertgebouw. Want het publiek moet kunnen horen: hier klinkt iets bijzonders.

New York vormde het sluitstuk met twee concerten. Vorig jaar begon het koninklijke orkest aan een project om er ieder seizoen terug te keren; de plannen lopen tot 2005. Afwisselend in de Avery Fisher Hall, met zijn droge akoestiek eigenlijk onwaardig aan de prachtige klank van de Amsterdammers, en in de Carnegie Hall, precies de handschoen die past.

Andrea Axelrod blijkt in haar nopjes over het jaarlijkse muzikale bezoek. Ze kent het orkest en het Concertgebouw uit de tijd dat ze als Amerikaanse in Nederland werkte. En ze kent Nederlanders in New York die hun Concertgebouworkest missen. Zoals mevrouw Ruding, echtgenote van de bankman en oud-minister van financiën. Langs die contacten lukte het vorig jaar om een Amerikaanse vriendenvereniging op te zetten. Steunpilaar blijkt een Amerikaanse diplomaat met een Nederlandse naam, William vanden Heuvel. Hij belde de vrienden bij elkaar om een stevig financieel steunfonds op te zetten.

,,Niet om het geld naar Amsterdam te sturen', legt Andrea Axelrod uit, ,,want het Concertgebouworkest verkeert thuis in een gunstige positie in vergelijking met de orkesten hier. Door het fonds maken we het mogelijk dat het orkest ieder seizoen onze kant op komt, zo'n tournee is duur. En dan willen we de musici ook goed ontvangen, want ze zijn geweldig', zegt Axelrod met een grijns. Beter dan de New York Philharmonic, luidt mijn reactie. ,,Yèèès,' reageert ze onmiddellijk. ,,De klank is zoveel mooier. Zelfs in de Avery Fisher Hall. Je kunt horen dat het orkest in het Amsterdams Concertgebouw in een goede akoestiek werkt.'

Om de Amerikaanse vrienden kennis te laten maken met ons klank-walhalla, heeft de vereniging voor komende zomer een reisje naar Amsterdam bedacht. Wie mee wil, moet wel 2500 dollar als gift storten; het veertiendaags arrangement komt dan op 8 250 dollar per persoon. Geen wonder dat de vriendenclub rond de tweehonderd leden telt; het Concertgebouworkest is een kostbare hobby.

Toch wel een wonder dat het Amsterdamse orkest er in slaagde om vrienden te organiseren in navolging van de vele 'Friends of...' die de eigen culturele instellingen van miljoenen voorzien. Amerikanen geven niet alleen graag aan de kunsten, ze laten het ook graag zien. De Carnegie Hall heet niet voor niets naar Andrew Carnegie. In alle programma-bladen voor concerten in Carnegie staan de huidige weldoeners in lange lijsten vermeld. Aan het zogeheten 'Annual Fund' droegen vorig jaar 14 000 vrienden bij met donaties van 100 000 dollar of meer (de Golden Circle) tot giften der kleine kapitaalkrachtigen (1000 tot 1999 dollar), Sustainers geheten. Ook de zalen voor opera, concert en dans in het Lincoln Centre en hun bespelers als de New York Philharmonic en de Metropolitan Opera halen zo hun financiën binnen. Wie echt weldoener der kunsten wil zijn, is 'friend' van de Wiener Philharmoniker, het Israelisch Philharmonisch Orkest (vorig jaar 2,5 miljoen dollar uit de V.S.) en de Londense Opera Covent Garden. Daarbij vergeleken zijn de 'Friends' van het Concertgebouworkest nog peanuts. Maar ze zijn er, en ze werken hard voor 'hun' orkest.

Muziek uit Nederland kent nog een andere promotor. Frank Ligtvoet, medewerker culturele zaken aan het consulaat-generaal in New York, zet zich vooral in voor hedendaagse componisten en ensembles voor eigentijdse muziek. Hij speelt als het ware voor etalage van het Documentatiecentrum Nederlandse Muziek in Amsterdam, uitgever van partituren en van cd's.

,,Ik probeer zowel Amerikaanse ensembles te interesseren voor Nederlandse componisten, als Nederlandse groepen aan een optreden in Amerika te helpen. Dat begint aardig te lukken,' vertelt Ligtvoet terwijl hij een lijst overhandigt van evenementen met een Nederlands tintje. De maand februari lijkt op een Holland Festival in New York, reikend van oude muziek met Ton Koopman en zijn Amsterdam Baroque (,,daar hoef ik niets aan te doen; die verkoopt zichzelf') tot en met een concert door het Nederlands Blazersensemble met onder meer werk van Louis Andriessen. En niet te vergeten de New Yorkse première van een orkeststuk van Willem Mengelberg, een door de New York Times geprezen initiatief van Jaap van Zweden en zijn Netherlands Symfphony Orchestra uit Enschede.

Ligtvoet: ,,Doordat de concurrentie hier zo sterk is, programmeren de grote instellingen nogal conservatief, om geen publiek te verliezen. Je moet dus beginnen met bekende namen, zoals Andriessen, en dan kun je ook andere componisten naar voren schuiven. Het meeste kans maken we in het alternatieve muziekcircuit: het Brooklyn Symphony Orchestra heeft kort geleden 'De Stijl' van Louis Andriessen uitgevoerd; het Riverside Symphony Orchestra speelde vorige maand 'Zoek' van Guus Janssen; The Absolute Ensemble heeft voor april een groot werk van Theo Verbey geprogrammeerd.'

Ligtvoet ervaart het als een flinke steun in de rug dat een bekend Amerikaans orkest, St Louis Symphony, komende dinsdag een nieuw werk van Peter Schat in Carnegie Hall brengt: 'Arch Music for St Louis'. ,,Dat hebben we aan de Nederlandse chefdirigent Hans Vonk te danken die met 'De Hemel' van Peter Schat succes oogstte. Het orkest gaf toen opdracht voor een nieuw werk. Zo gaat de bal rollen.'

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden