Netanyahu vaart zijn eigen, keiharde koers

De gewaagde speech van premier Benjamin Netanyahu, vandaag in Washington, illustreert dat de Israëlische diplomatie steeds harder wordt. Een gevaarlijke tendens, zeggen ingewijden: Israël isoleert zichzelf.

Het jaar is nog jong, maar Israël heeft al heel wat diplomatieke opstootjes veroorzaakt. De hevigste rel beleeft vandaag zijn apotheose, als de Israëlische premier Benjamin Netanyahu in het Congres in Washington zijn omstreden toespraak houdt over de atoomdreiging van Iran.

Op het hoogste niveau wacht Netanyahu een koude douche. De Amerikaanse president Barack Obama weigert hem te ontmoeten, omdat de gast zijn speech zou misbruiken als campagnestunt voor de Israëlische verkiezingen, over exact twee weken. Wat Obama ook ergert, is dat hij - tegen alle protocol in - vooraf niet van het bezoek op de hoogte werd gesteld. Het was een stiekem opzetje van de Republikeinen en Netanyahu. Obama en vicepresident Joe Biden zullen de speech daarom boycotten. Veiligheidsadviseur Susan Rice noemde de toespraak bovendien 'destructief' voor de verstandhouding tussen Israël en de VS.

Dat Netanyahu ondanks deze schade zijn zin doordrijft, getuigt van een houding die vrij ongebruikelijk is in diplomatieke kringen. In de wereld van het protocol overheersen doorgaans de fluwelen handschoenen, de vriendelijke gestes en de beleefde eufemismen. Maar Netanyahu en zijn minister van buitenlandse zaken, Avigdor Lieberman, trekken zich daar niets van aan. Ze volgen een eigen, keiharde koers die afwijkt van de internationale normen. De afgelopen weken waren daar meer staaltjes van te zien.

Zo was er de massale verbroederingsmars in Parijs, enkele dagen na de aanslagen op het tijdschrift Charlie Hebdo en op een Joodse supermarkt. De Franse president François Hollande had Netanyahu en de Palestijnse president Mahmoud Abbas expliciet gevraagd om thuis te blijven. Hij wilde voorkomen dat het Midden-Oostenconflict te veel aandacht zou opeisen. Maar toen Netanyahu hoorde dat zijn politieke rivalen Lieberman en Bennett wel aan de mars zouden deelnemen, ging hij alsnog. Hollande was geërgerd, maar kon weinig doen. Wel vroeg hij Abbas er nog snel bij. Tijdens de mars zelf was er niets van de frustratie te merken. Maar 's avonds, bij de herdenkingsdienst in de Grote Synagoge, werd de woede plots zichtbaar: zodra Netanyahu het woord nam, beende Hollande demonstratief weg.

Ook in dit geval raakte de relatie tussen de twee landen beschadigd. Netanyahu maakte het nog bonter toen hij Franse Joden opriep om naar Israël te emigreren omdat ze alleen daar veilig zouden zijn. De premier wist dat hij de Franse president met die opmerking zou beledigen, want in 2012, na een aanslag op een Joodse school in Toulouse, was zo'n zelfde oproep van hem ook slecht gevallen in het Élysée. Toch liet Netanyahu zich niet weerhouden. In de Israëlische power-diplomatie is de lieve vrede duidelijk ondergeschikt.

Isolatie

Netanyahu's gedrag hangt misschien deels samen met de naderende verkiezingen, maar dat is niet het hele verhaal. Er schuilt een diplomatieke lijn achter die Israël al veel langer volgt. Voor die lijn kun je historische en geografische verklaringen aanwijzen, zegt Dominique Moïsi, politicoloog aan het Franse Instituut voor Internationale Betrekkingen (Ifri) in Parijs. "Israël komt voort uit een afgrijselijke tragedie, de Holocaust", begint hij. "Het land wordt bovendien omringd door instabiele, vijandige landen. Er heerst daardoor een mentaliteit van overleven. Je mag niet zwak zijn of rekening houden met de ander. Je moet je zo hard mogelijk opstellen, zodat de ander bang voor je is."

De laatste jaren is de felheid van de Israëlische diplomatie 'duidelijk erger geworden', beaamt de deskundige, zelf van Joodse origine. Hij wijt de escalatie aan de verrechtsing van het land. Sinds de Tweede Intifada, de bloedige Palestijnse opstand begin deze eeuw, heeft links nauwelijks nog een rol gespeeld. De angst voor terreur ging alles overheersen en de rechtse compromisloosheid werd de norm.

Voeg daarbij de massale intocht van Russische Joden, tussen 1989 en 2006. "Die mensen brachten de harde Russische cultuur mee", zegt Moïsi. "Dat vindt zijn weerslag in de politiek." Zo is de huidige minister van buitenlandse zaken, Avigdor Lieberman, afkomstig uit de voormalige Sovjet-Unie. Veel Israëliërs vinden hem een lomperik, vanwege zijn ongezouten taalgebruik. Hij cultiveert zijn botte imago met opzet. Bij zijn aantreden, zes jaar geleden, benadrukte hij dat hij niet benoemd is om 'mister nice guy' te spelen.

De 'assertieve, intolerante toon' van het duo Netanyahu-Lieberman helpt Israël niet vooruit, zegt Moïsi. Integendeel, de politicoloog ziet er een groot gevaar in: het land dreigt zijn bondgenoten te verliezen, terwijl het die hard nodig heeft. "Er zijn wereldwijd maar 12 à 13 miljoen Joden", illustreert Moïsi. "Dat is grofweg de foutmarge in de volkstelling van de 1,4 miljard Chinezen. Kortom, we zijn alleen. Zonder vrienden redden we het niet."

Het gevaar van isolatie is reëel, ziet ook Stephen Walt, hoogleraar internationale betrekkingen aan de Harvard-universiteit in de Verenigde Staten. "Israël is bij zijn bondgenoten lang niet meer zo populair als dertig jaar geleden", zegt hij. Dit wijt hij deels aan het feit dat Israël doorgaat met het bezetten en koloniseren van de Westelijke Jordaanoever, wat internationaal steeds moeilijker ligt. "Maar de stijl van de diplomatie speelt minstens zo'n grote rol", zegt de hoogleraar. "Israël gedraagt zich zelfingenomen en behandelt zijn vrienden niet aardig. Zo wek je onnodig irritatie en verlies je sympathie. Dat is ontzettend contraproductief."

Relaties raken erdoor beschadigd, zelfs die met de nauwste bondgenoot, de Verenigde Staten. Dat is in het recente verleden diverse keren gebleken. Walt roept in herinnering hoe de Amerikaanse vicepresident Joe Biden in 2010 tijdens een bezoek aan Israël bij het vliegtuig werd opgehaald met de aankondiging dat Netanyahu een gigantisch aantal nieuwe huizen voor kolonisten liet bouwen in het bezette Oost-Jeruzalem. Een regelrechte provocatie, vond Washington. En bij bezoeken aan de VS heeft Netanyahu president Obama herhaaldelijk voor schut gezet, door hem tijdens persconferenties - zo zegt Walt - 'kritisch en minachtend toe te spreken'.

De speech van vandaag past in dit patroon: Netanyahu komt de Amerikanen op hoge poten vertellen dat hun president het niet goed doet in de kwestie-Iran. Veel zin heeft die ingreep niet, denkt Walt. "Iedereen kent Netanyahu's mening over Iran, omdat hij die al jaren luidkeels verkondigt. Het effect op de onderhandelingen met Iran zal daarom minimaal zijn. Wel zal Netanyahu van sommige parlementariërs een staande ovatie krijgen. Daar is het hem werkelijk om te doen, zo vlak voor de verkiezingen."

Lobby

Walt ziet een duidelijke verklaring voor het feit dat Netanyahu met zijn gedrag wegkomt: de Israëlische lobby, die het Congres in zijn greep zou houden. Achter de schermen zijn Amerikaanse politici veel bozer over Netanyahu's inmenging in het Congres dan ze laten zien, zegt Walt. Maar de meesten slikken hun kritiek in, uit angst voor hun carrière. "Van de ruim 500 Congresleden zullen er vandaag slechts 25 à 30 wegblijven bij de speech", schetst Walt. "Veruit de meesten komen wel opdagen en zullen zelfs applaudisseren, bang voor de gevolgen van kritiek op Israël."

Van parlementariërs die de rijke Joodse lobbyclub Aipac tegen zich krijgen, wordt de carrière een stuk onzekerder, liet Walt in 2006 zien in zijn boek 'The Israel Lobby'. Volgens hem dankt Israël zijn internationale steun aan deze lobby, en niet aan de harde diplomatieke toon.

Onzin, flink van je afbijten helpt wel degelijk, reageert Yigal Palmor. Als Israëlische oud-diplomaat werkte Palmor 28 jaar voor het Israëlische ministerie van buitenlandse zaken, waarvan de laatste zes jaar als woordvoerder van Lieberman. Hij noemt de toon van de Israëlische diplomatie niet 'agressief', maar wel uitgesproken 'stevig en activistisch'. En dat blijkt een noodzaak. "Israël is een klein land met grote uitdagingen", verklaart Palmor. "Dan moet je af en toe schreeuwen om gehoord te worden. Je moet jezelf in een strategische positie manoeuvreren. Luxemburg doet dat ook. Dat land heeft dankzij zijn oprichtersrol binnen de EU veel meer invloed dan je op grond van zijn omvang zou verwachten."

Met een voorbeeld laat Palmor zien hoe effectief schreeuwen kan zijn. Twee jaar geleden stapte Israël met slaande deuren uit de Mensenrechtenraad van de VN. Reden: de club leverde al jaren buitensporig veel kritiek op Israël, en nu was de maat vol. "Na een tijdje vroegen westerse landen of we alsjeblieft terug wilden komen", zegt Palmor triomfantelijk. "Ze boden ons zelfs een zetel aan in hun landengroep, een positie waarmee je binnen de raad extra invloed kunt uitoefenen. Zo zie je, stennis levert wat op."

De Israëlische toon is de laatste jaren wel feller geworden, beaamt Palmor. Dat schrijft hij vooral toe aan de persoonlijkheid van minister Lieberman. Al erkent hij dat Netanyahu er ook wat van kan. Zo'n speech, lijnrecht tegen de wil van het Witte Huis in, is volgens de oud-diplomaat nooit eerder vertoond. Hij vreest dat Israël er een hoge prijs voor zal betalen. "De strategische relatie met de VS is voor ons een hoeksteen. Zoiets moet je nooit in gevaar brengen."

Veel Israëliërs denken er net zo over. Ze vinden dat hun premier te wild tekeergaat in de internationale arena, zegt Palmor. Toch verwacht hij niet dat ze hun leider in het stemhokje zullen afstraffen. Bij verkiezingen speelt buitenlands beleid namelijk geen enkele rol. Mensen kiezen op binnenlandse kwesties, en op het vertrouwen dat politici inboezemen. Wat dat betreft zal Netanyahu in Washington eerder punten scoren dan verliezen. "Want ondanks de ergernis die hij opwekt, hoor je ook veel kiezers zeggen: 'Hij staat wel z'n mannetje.'"

Power-diplomatie moest Internationaal Strafhof om zeep helpen

Begin dit jaar werd de staat Palestina lid van het Internationaal Strafhof in Den Haag. Dit hof zou Israël kunnen vervolgen voor oorlogsmisdaden. Israël zet alle mogelijke middelen in om dat te verhinderen. Schrijf een beleefde brief aan het hof, zou je in eerste instantie denken. Maar de Israëlische minister van buitenlandse zaken, Avigdor Lieberman, pakt het anders aan. Hij heeft aan westerse landen die bij het Strafhof zijn aangesloten, gevraagd om geen contributie meer te betalen. Het hof kan zijn personeel dan niet meer betalen en geen zaken meer onderzoeken, en uiteindelijk zou het zelfs kunnen omvallen. Liebermans verzoek vindt overigens nergens gehoor. Duitsland, Frankrijk, Groot-Brittannië, Italië en Canada, samen de grootste betalers, blijven hun contributie overmaken. Ze houden erg van Israël, zeggen ze. Maar om daarom nou de onafhankelijke hoeder van het internationaal recht om zeep te helpen, dat gaat ze toch te ver.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden