’Net niet-plekken’ en excuses

amsterdam – - Cijfers in het cyclisme liegen alleen bij hele hoge uitzondering. Spijtig dat die van de internationale wielerunie UCI, niet tot die schaarse categorie behoren. Want ze bevestigen wat sommigen eigenlijk al wel weten en anderen liever niet onder ogen willen zien: het Nederlandse wielrennen verkeert in een diep dal.

De beste prestatie van een vaderlandse coureur in de Amstel Gold race, zondag? Karsten Kroon met een negende plek. Anderhalve minuut later volgde dé nationale Tourhoop, Robert Gesink. Over hun tegenvallende prestaties waren beiden afgemeten: „Niet goed genoeg.”

Omdat een herhaling van vorig jaar op de Cauberg uitbleef, een tweede en derde plaats voor respectievelijk Kroon en Gesink, raakte Nederland verder achterop in het UCI-wereldklassement, becijferde de rekenaars van de UCI op het hoofdkantoor in het Zwitserse Aigle. Nederland bungelt na een bedroevende Gold Race op een twaalfde stek, amper een paar punten verwijderd van Canada en Estland, zeker geen grootmachten in het internationale cyclisme.

Goed, het zijn maar cijfers en ze vertellen hooguit hoeveel renners de nationale wielerbonden mogen afvaardigen naar het WK in september in Melbourne. In die zin moet weinig waarde aan dit soort ranglijstjes worden gehecht. „Er kan nog het nodige veranderen”, sprak bondscoach Leo van Vliet zich onlangs nog moed in. Maar de cijfers helemaal bagatelliseren zou de harde realiteit van dit voorseizoen geweld aan doen.

De feiten van de afgelopen twee klassiekermaanden liegen wat dat betreft niet. De beste uitslag reed Tom Veelers, nota bene in dienst van de ploeg met het kleinste budget, Skil Shimano. Een dertiende plek in Parijs-Roubaix, achteraf beschouwd een van de weinige hoogtepunten dit voorjaar. Niki Terpstra werd 41ste in Milaan-Sanremo en Johnny Hoogerland elfde in de Ronde van Vlaanderen. Ook Lars Boom deed het prima. In het eerste deel van de etappekoers Parijs-Nice toonde hij aan dat hij een goeie proloog kan rijden. En Bobbie Traksel doorstond in Kuurne-Brussel-Kuurne de ontberingen. Maar hoe mooi deze prestaties ook waren, ze tellen internationaal nauwelijks mee.

Het is een even nuchtere als bittere constatering dat vooral de ploeg met een van de grootste budgetten in het hele profcircuit, Rabobank, tot nu toe maar een hoofdprijs wegkaapte. En die kwam uitgerekend op naam van de Spaanse huurling Oscar Freire in ’zijn’ koers, Milaan-Sanremo. Freire deed in de straten van de mondaine Italiaanse kustplaats wat van hem verwacht mag worden. De rest van de bankploeg grossierde daarna vooral in ’net niet-plekken’ en excuses, in Vlaanderen, in Roubaix en eergisteren op eigen bodem.

Tekenend is dat de ploegleiding na Milaan-Sanremo zelf al niet meer geloofde in een glorieuze voortzetting van het seizoen. Op de vooravond van Parijs-Roubaix zei ploegleider Nico Verhoeven gevraagd naar de kansen van zijn renners, dat hij „hoopt op een uitschieter van zijn kopmannen”. Van een wielerploeg die de ambitie heeft om op alle fronten om de prijzen te willen meedoen, mag meer dan alleen een incidentele oprisping worden verwacht.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden