Net gewassen, kraakheldere bedspreien

Islamitische bouwmeesters streven er van oudsher naar de toeschouwer weg te voeren van zijn fysieke aanwezigheid en zijn omgeving naar een niveau van contemplatie en meditatie over het tijdloze en oneindige. Kijkend in de koepels van de bouwwerken moet de bezoeker de grenzeloosheid van de kosmos ervaren. De in de bouw gebruikte materialen lijken daartoe verlost van hun gewicht. Zelf speelde ik in mijn jeugd verstoppertje in een Amsterdamse galerij waar ik, achteraf, iets van dat tijdloze en oneindige in herken. De ga-lerij was een overblijfsel van het afgebrande Paleis voor Volksvlijt, waarvoor een plantsoentje lag dat de romantiek had van arcades en ijzeren booghekken. Nu staat daar het afschuwelijkste gebouw van de wereld, de Nederlandsche Bank, rijden er snoeihard vijf banen auto's langs en is er geen kind meer te bekennen.

ABDULWAHID VAN BOMMEL

Bij het spreken over de islamitische architectuur dienen wij drie dingen te onthouden. Ten eerste dat het Arabische woord voor bouwen 'imârah' is afgeleid van 'amara': 'leven geven', 'tot leven brengen'. Vervolgens dat Arabieren oorspronkelijk geen bouwmeesters waren. Zij waren nomaden en leefden in de wijdopen ruimte van de woestijn in tenten. Het bijzondere van de vroeg-islamitisch architectuur is dan ook het ruimtelijke aspect. Bedoeïenen die in de grote ruimte van de woestijn leefden, gingen constructies bouwen waarin je je bevrijd voelt; waar je ruimte ervaart. En ten slotte dienen we te beseffen dat het meest uiterlijke van een religie, de bouwkunst van kerken, tempels en moskeeën, het meest innerlijke proces op gang moet brengen.

'Imârah' zou je ruimer kunnen definiëren als het proces waarbij de mens eerst zijn omgeving verandert door elementen uit die omgeving (stenen, zand, klei, modder) voor zichzelf te rangschikken, om vervolgens in en door die veranderde omgeving zelf een bepaalde invloed te ondergaan. In islamitische landen, van de Atlantische oceaan tot de Ganges, kwam een zeer eigen architectonische taal tot ontplooiing, gebaseerd op een gemeenschappelijk geloof en beschaving, en uitstijgend boven geografische, culturele, etnische en klimatologische verschillen. Etherisch, vluchtig, transparant, hemels zijn de codewoorden om de dematerialisatie van de structuur in de islamitische bouwkunst te begrijpen. In plaats van de vroegere culturele tradities te verwerpen, assimileerde de islam het verleden om het te transformeren en monumentale bouwwerken tot stand te brengen die zowel in kwaliteit als in aantal verbazingwekkend zijn. Niet alleen de moskeeën leveren hiervan het bewijs, ook andere gebouwen, zoals mausolea, observatoria, paleizen, citadellen, hammâms en ziekenhuizen.

Het doel van de moslimarchitect is de bezoeker in het onzekere te laten over de structurele raamwerken van het gebouw. Het moet een raadsel zijn hoe een koepel wordt gedragen, het materiaal moet zijn gehoorzaamheid aan de zwaartekracht lijken te verliezen. De architect mystificeert de ware toedracht en bedekt zware bouwconstructies met vederlichtheid uitstralende gipsstalactieten en bloem- en arabeskmotieven. Zo tracht hij associaties op te wekken met de manier waarop de Koran over het hemelgewelf spreekt, dat zich immers zonder zichtbare pilaren precies op de juiste afstand van de aarde bevindt.

Misschien is het grote verschil met westerse architectuur dat moslimarchitecten altijd het bouwplan en het gewicht van het materiaal trachten te 'vermommen'. Vergelijk dat eens met de marmeren omlijsting van het Muziektheater of de betonnen trapstructuur van de Rembrandttoren, om me maar tot Amsterdamse voorbeelden te beperken.

De binnenkant van reusachtige poorten, portalen, vensters en koepels, wordt in de Arabische architectuur vaak bekleed met honingraatachtige structuren, die lijken te zijn gevormd door eeuwenlange erosie in een grot. Binnen de constructie van het gebouw worden de overgangen van de ene meetkundige figuur in de andere hierdoor verborgen, terwijl die constructie vanuit technisch oogpunt wonderbaarlijk inventief is. Elke hoek, zijbeuk, ruimte van het totale bouwplan is gecentreerd rond een aandachteisend gegeven: een fontein, een vijvertje, een hofje. Het is een samenspel van water, licht, steen, en arabeskmotieven. Licht dat op stucwerk en emailtegelvlakken valt wordt bijvoorbeeld weerkaatst en verdrijft het zware. Zo geeft het aan zowel natuur- als baksteen iets onstoffelijks en spiritueels. Water (symbool van reiniging, hygiëne, frisheid en zuiverheid) is vaak aanwezig in de vorm van een een bak waaruit water neerklettert in een bassin, een vijvertje in het hart van het gebouw, zoals in de Ulu moskee in Bursa, Turkije. Overheidsgebouwen hebben vaak zo'n plotseling rustpunt in het gebouw, waar alle bureaucraten steeds langs sloffen.

De natuurlijke kleur van het gekozen materiaal, de kleurstoffen die bij de verwerking van hout en steensoorten worden gebruikt, het samenspel van lucht, licht, water en de bouwmaterialen brengen degene die de tijd neemt om tot zich door te laten dringen wat hij ervaart bij moslimarchitectuur soms in de veronderstelling een fata morgana te zien. Plaatsen en tijden waar je dit kunt ervaren: de Selimiye moskee in Edirne en de Sultan Ahmmet moskee in Istanbul in het bijzonder bij zonsopgang; de Taj Mahal in Agra, India, en de Bâdshâhi moskee in Lahore, Pakistan, de Shahmoskee in Isfahân, Perzië, vooral bij zonsop- en ondergang.

Hoewel materialen als leem, natuursteen en hout ook wel met behoud van hun natuurlijke schoonheid worden gebruikt, is dat meestal niet het doel van de moslimkunstenaar: bouwmateriaal wordt vaak 'omgezet' van zwaar naar licht. De visuele indruk ontstaat dat steen is veranderd in filigraanwerk, katoenen kant of borduursel. Door de oppervlakte van muren, zowel aan de binnen- als aan de buitenkant, te bedekken met gestileerde plant- en bloemmotieven, gecombineerd met fijnzinnige geometrische patronen, ontstaan arabeskwanden die de gedachte aan het materiaal waarin en waarop ze zijn aangebracht volkomen doen vergeten. Marmer en steen krijgen hierdoor een prachtige nieuwe uitdrukking en kunnen met zulke ingewikkelde patronen zijn bewerkt en ingekerfd dat het kunstzinnig aangebrachte slagroompartijen lijken, of net gewassen, kraakheldere bedspreien. Abstracte glas-in-loodmotieven, traliewerken in vensters, luchtig rasterwerk in gips of specie, of een sprankelende laag fineer met arabeskpatronen, zijn er allemaal om de toeschouwer van het zware wereldse los te maken en om te zetten in luchtige, lichte spiritualiteit. Een sublieme lichtwerking is vaak het resultaat.

Tot zover deze lofzang op de islamitische bouwkunst.

In het Arabisch, de taal van de islam, is het woord voor 'stad', medina een afgeleide van dien, wat zoveel betekent als religieuze levenswijze en tevens de uitdrukking is van de menselijke behoefte aan sociale structuur en stabiel beleid, veiligheid. Het is ook een weergave van de tegengestelde verlangens ten aanzien van cohabitatie: we willen samen wonen en werken maar kennen ook het verlangen om ons terug te trekken, op onszelf te zijn en te kunnen nadenken.

De stad is een arena die de mechanismen van politieke macht en de kunst van het compromis verbeeldt. De stad is complex en raadselachtig als de mens zelf. Het Engels, met woorden als city, citizen, civilization, brengt die complexe inhoud van het begrip 'stad' makkelijker tot uitdrukking dan het Nederlands.

De stad is een samenbalsel van geloof, waarden, herinneringen en contemplatie. Elke steen een symbool, elke straat een droom, elke schaduw een geliefde, elke rivier een gedicht. Het zwembad waarin Camus Maria ontmoette was werkelijker voor mij dan het Mirandabad. Onderling en wederzijds beïnvloedende fenomenen zijn het, de burger, de beschaving en de stad.

De denkende mens heeft een taai romantisch ideaalbeeld van het stadsleven. Inspirerende ontmoetingen, elkaar bevruchtende gedachtestromen via literatuur en media, dat kan toch alleen maar in de stad? De stad buit haar bijzondere eigenschap uit; door mensen te zijn gevormd en gebouwd, om vervolgens zelf invloed op haar inwoners uit te oefenen. De stad is tegelijkertijd het eindproduct van veel menselijke activiteit en de oorzaak van veel veranderingen in de samenleving. Augustinus met zijn Stad van God, Al-Farabi met zijn Madinat-al-Fadila, (de voortreffelijke stads-staat; Medina betekent stad in het algemeen, maar verwijst ook specifiek naar de woonplaats van de profeet.) - ze hebben de metafoor van de stad gebruikt om hun visie op de ideale samenleving tot uitdrukking te brengen.

'Imârah', de wisselwerking tussen de mens en zijn omgeving, en 'medina', de stad, het raakvlak van gemeenschapszin en de behoefte tot individuele ontplooiing. Wie met die begrippen in het hoofd een wandeling maakt door een moderne westerse stad als Amsterdam met haar scala aan etniciteiten, culturen en religies, kan veel leren. De stadsarchitectuur in Amsterdam (maar ook in Rotterdam en elders) verraadt de hand van gemeenteambtenaren, ingehuurde deskundigen en zelfs overcompenserende allochtone 'zelfdeskundigen', wier streven het is om ieder individu in de stad zichtbaar, aangepast en net zo overzichtelijk te maken als het Nederlandse landschap, zoals je dat ziet als je daalt om op Schiphol te landen.

Hier wordt het materiaal niet vermomd, maar zien wij pure betonfantasieën - overzichtelijk, strak, macht uitstralend. Er lijkt alleen waardering voor schoongeregende betonnen pleinen, winkelcentra en plastic uitgaansgelegenheden. Dergelijke cleane idealen van kleinburgerlijke witte middenklasse beleidsmakers of allochtone gehersenspoelde beleidshulpjes uit eengezinswoningen buiten Amsterdam, wekken een enorme agressie op, niet alleen bij mij maar ook bij de zogenaamde zelfkantmensen.

Net als een abri hier en daar, bankjes in plantsoenen, luchtroosters, portieken en steegjes behoren de zelfkantmensen tot het straatbeeld. Dit tot ergernis van de gemeente-ambtenaren, politie en allerlei gogen, die zich al jaren buigen over het fenomeen. Nieuwe telefooncel ontworpen, nieuwe aantrekkelijke toegangshallen naar stations, overdekte winkelcentra, en verdomd! daar liggen ze weer, de ongewassen, ongekamde griezels. Huisje- boompje- beestjemensen klagen over nieuw ontstane hangplekken. We boeken dure vluchten om op tijdloze pleinen in Lissabon of Athene in de romantische sfeer van rondhangende donkere mannen en vrouwen te worden ondergedompeld. Maar als we dezelfde rondhangende donkere jongens en meisjes in onze eigen omgeving tegenkomen bij het uitpakken van onze koffers, bellen we de stadsdeelraad om een oplossing voor de hanggroepjongeren.

Bij al die maakbaarheid is het juist hoopgevend steeds weer mensen op de onmogelijkste manieren, plaatsen en tijden te zien overleven, met dezelfde kracht waarmee boomwortels door beton en asfalt kronkelen, en gras tussen de trottoirstenen opkomt. Binnen die context betreur ik het dat wij als moslims geen intellectuele erfenis bij ons hebben, wel een soort traditionele 'zo vader zo zoon' islam, maar niet het vermogen om tot een creatieve synthese te komen van islamitische architectonische ideeën in dienst van de westerse maatschappij.

Persoonlijk zou ik graag voor allerlei pleinen en open plekken de aanleg van galerijen willen bepleiten, in Amsterdam bijvoorbeeld om die unheimische Rembrandttoren heen. En naast de pilaren van die galerijen wil ik schoenpoetsers zien en kleine bakfietsen met handeltjes.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden