Nestwarmte

Naarmate ik ouder word neig ik er meer toe mijn leven als een verhaal te zien. Geen spectaculair verhaal maar wel een verhaal met een zekere coherentie. Ik zie een klein ventje op straat spelen, in een hoekje van het huis boeken lezen, even later loopt hij woest en verscheurd te puberen tot zijn studententijd hem enigszins kalmeert. Er komen wat vrouwen langs, sommigen blijven een tijdje hangen, anderen verdwijnen direct weer, hij krijgt kinderen, verdient zijn brood met schrijven. Er verschijnen wat hoogtepunten in beeld, hij krijgt een prijs, hij houdt een inaugurele rede, en wat dieptepunten, een huwelijk mislukt, hij loopt een tijdje depressief rond. Zoiets: een levensverhaal. Iedereen heeft er een maar het duurt een tijdje voor je het ontdekt. Het is een verhaal vooralsnog zonder einde en dat bevalt me uitstekend, laat maar uitblijven dat slot. Maar het is ook een verhaal zonder begin en dat is merkwaardig. Van die eerste levensjaren kan ik me niks herinneren. Het schijnt dat ik in Hilversum geboren ben, ik zie in een fotoalbum een groot wit huis, ook zit ik naast mijn moeder op een muurtje van Dudoks stadhuis, ik poseer in een teil, in een zandbak maar nee: het roept geen enkel gevoel in mij wakker. Ik lijk niet eens op mijzelf, met dat ronde hoofd, die ongerichte blik. Toch moet het daar allemaal begonnen zijn. Ik geloof graag dat ik uit een warm nest kom maar ondersteunende feiten voor dit vermoeden ontbreken in feite, ik moet maar geloven dat ik dat ventje in het mandje achter op de fiets ben, dat een ouder nichtje van een jaar of twaalf mij tegen zich aan houdt.

Als Marcel Proust zijn zoektocht naar de verloren tijd begint positioneert hij zichzelf in bed, mijmerend en luisterend naar de geluiden om hem heen, een wereld vol vermoedens. Zo moet het bij mij en bij ieder ander ook begonnen zijn, tot langzaam het licht aanbrak. Misschien kan het aanvankelijk nog alle kanten op, vandaar dat we ons niemand voelen. Ik heb het altijd opmerkelijk gevonden dat bijvoorbeeld katten, toch tamelijk hoge wezens, als ze uit het nest gehaald worden elkaar na een paar weken al niet meer herkennen en als vijanden naar elkaar blazen. Misschien begint zo ook de film van ons leven, we moeten nog maar zien wat er van terechtkomt. Alsof alles nog valt te herzien. Dat is ook het intrigerende onderwerp van een bekend gedicht van de Poolse dichteres Szymborska als ze kijkt naar een babyfotootje: 'Wie is dat snoesje in dat babyjurkje toch? / Dat is nu de kleine Adolf, 't zoontje van de Hitlers.' Van zo'n open toekomst is inmiddels geen sprake meer van, mijn verhaal ligt grotendeels vast, de verbanden tussen mijn vroege jaren en mijn latere jaren zijn gelegd, het klopt dat ik mijn aanvankelijke verlegenheid heb overwonnen, dat mijn dochters psychologen en leraressen zijn geworden, of zelfs dat ik in een oude Saab rijdt. Probeer er maar eens een speld tussen te krijgen. Maar het mistige begin blijft fascineren. Dat zou ik met de kennis van nu wel eens willen overdoen. Zou me wat wezen als het daar in de toekomst nog eens van kwam.

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden