Nesser, de man die alle regels schendt

Een spannende thriller die bol staat van de ironie? De Zweedse auteur Håkan Nesser laat zien hoe dat moet. Zijn nieuwe held, inspecteur Gunnar Barbarotti, houdt een puntenklassement bij voor God. 'Niet alle Zweden zijn depressief, suïcidaal en humorloos.'

Håkan Nesser (62) pakt het doosje tandenstokers aan. "Ik zal het aan Van Veeteren geven, als ik hem zie." In de eerste reeks detectives die Nesser schreef, kauwt de oude commissaris Van Veeteren vaak op een tandenstoker terwijl hij bedenkt wie de misdaad kan hebben begaan. "Ik weet niet eens of Van Veeteren nog leeft", filosofeert Nesser. "Hij is altijd een beetje mysterieus geweest, ook voor mij. Iemand die dingen zei die ik niet begreep, maar wel mooi vond klinken."

Ongrijpbaar en filosoferend, dat is het karakter van de oude commissaris die zich halverwege de reeks gepensioneerd terugtrekt in zijn boekenantiquariaat en van daaruit zijn jongere collega's helpt bij het oplossen van misdaden. Maar in zijn gedachtensprongen en gesprekken met andere rechercheurs - en zelfs met daders - is Van Veeteren vooral ironisch. Op milde wijze denkt hij na over de menselijke betrekkingen die mogelijk tot de misdaad hebben geleid. Verwacht van hem geen dolle achtervolgingen of wilde schietpartijen. En ook niet de felle kritiek op de samenleving die veel andere Zweedse thrillerauteurs vaak spuien.

"Ironie kan een wapen zijn", verklaart Nesser die keuze. "Je schrijft iets op en dan staat het er direct zo absoluut. Je denkt dat je iets slims hebt gezegd, maar klopt het wel helemaal? Met ironie kun je het dan weer afzwakken, relativeren. En je houdt een beetje afstand tot het verhaal, je maakt het niet zo melodramatisch. Ik hou niet van veel emoties in een verhaal: emoties zijn snel te veel, dan wordt een verhaal oppervlakkig."

De Van Veeterenserie is in Nederland de laatste jaren bekend geworden dankzij de verfilming, maar Nesser schreef het laatste boek alweer acht jaar geleden. Toen wilde hij een roman schrijven zonder inspecteur. Het werd 'De man zonder hond', een verhaal over een familie met een zwart schaap - de zoon die in een realityshow op televisie de familie te schande heeft gemaakt.

Nesser liep vast in het verhaal en legde het voor twee maanden op de plank - een lange periode voor iemand die elk jaar een boek aflevert.

"Toen kwam er in mijn hoofd iemand op bezoek. Die zei: 'Ik heet Gunnar Barbarotti. Ik ben een Zweedse politieman met Italiaanse voorouders'. En ik wist: dat is de oplossing." Barbarotti maakte zijn entree in het boek na 250 bladzijden, en bleef langer dan Nesser bij het begin had gedacht. Uiteindelijk heeft hij een serie van vijf boeken gemaakt. De tweede, 'Een heel ander verhaal', is net in het Nederlands vertaald en de laatste verschijnt rond deze tijd in Zweden.

Inspecteur Barbarotti komt een stuk dichter bij de lezers dan zijn voorganger Van Veeteren. Hij is aanmerkelijk jonger - in de veertig als de serie begint. Hij is gescheiden maar zijn dochter woont nog bij hem thuis en met zijn ex-vrouw heeft hij goed contact. Hij woont in een fictieve plaats, maar wel in Zweden - anders dan Van Veeteren die in het plaatsje Maardam zou wonen, in een fictief land dat losjes was gebaseerd op Nederland. "Ik wilde toen ik aan Van Veeteren begon niet over Zweden schrijven, dat deed iedereen al. Toen ik aan Barbarotti begon, leek het me geforceerd opnieuw een land te verzinnen."

Barbarotti filosofeert over de zaken die hij behandelt en over zijn eigen leven. Hij weet niet of God bestaat en maakt daarom afspraken met deze onbekende: als er nou iets gebeurt wat ik nodig heb, dan krijgt u twee punten. Of God aan het eind van de serie voldoende scoort om zijn bestaan aan te tonen, blijft nog even spannend.

De afspraak met God is half voor de grap gemaakt en ook daaruit blijkt dat Barbarotti net als Van Veeteren veel ironie in zijn leven en speurwerk legt. Nesser gaf het leraarschap eraan toen hij als veertiger van het schrijven kon leven. Maar hij zou zo ongeveer alle regels schenden die deelnemers aan de masterclass 'hoe schrijf ik een thriller?' leren. Hij houdt zich niet aan het vaste perspectief van één inspecteur; emoties beschrijft hij consequent met understatements en tot een Grote Doorbraak waarin zijn held de zaak ineens oplost, komt het zelden.

In de kritieken valt dat ook te horen: Nesser kan dat allemaal veroorloven, omdat hij zo goed schrijft. Maar zou hij niet veel meer lezers trekken als hij de grote emotie in zijn werk zou leggen? "Ik denk niet dat ik dat kan. Zo zit ik niet in elkaar." Of als hij Barbarotti meer in aanraking zou laten komen met moderne misdaad, zoals de computercriminaliteit. "Ik ben al wat ouder, ik weet gewoon te weinig van internet." Een karakter als Lisbeth Salander in de Millenniumtrilogie van zijn landgenoot Stieg Larsson, dat ziet Nesser zichzelf niet beschrijven. "Het zou niet geloofwaardig zijn. Ik heb trouwens liever duizend goede lezers dan tienduizend slechte."

Bij dat laatste tekent Nesser direct aan dat hij het zich kan veroorloven dit te zeggen, omdat zijn boeken goed verkopen. Dat doen ze niet alleen in Zweden, maar vooral in Duitsland dat al lang gek was op Van Veeteren en die Barbarotti veel eerder in vertaling kregen. "Zweden is voor Duitsers aantrekkelijk. Ze kennen allemaal de verhalen van Pippi Langkous. Zweden is dichtbij, maar heeft ook iets exotisch."

Ook in Engeland krijgt Nesser een steeds betere ontvangst. "Daar vielen ze echt van hun stoel. Ze dachten: Zweden zijn depressief en suïcidaal. Als je bij hen op bezoek gaat, moet je je schoenen uitdoen en ze hebben totaal geen humor." Zweedse romanpersonages moesten net zo somber zijn als de filmfiguren van Ingmar Bergman of - als het om thrillers ging - de beroemde inspecteur Kurt Wallander van Henning Mankell, in wiens thrillers humor doorgaans nauwgezet gemeden wordt.

Nesser is net zo ongrijpbaar als zijn thrillerhelden. Sinds een paar jaar woont hij met zijn vrouw in Engeland, maar dat zegt volgens hem niets over Zweden. "Daar zijn we elke zomer. We wilden graag een paar jaar in het buitenland wonen en mijn vrouw kon in Engeland als arts werk krijgen. Hij komt zeer Brits over, beleefd en humorvol. "Maar ik maak zelf veel minder gebruik van ironie dan Van Veeteren en Barbarotti. Je relativeert met ironie niet alleen je meningen, maar ook de mensen met wie je spreekt. En dat wil ik niet."

Hij heeft - nu wel met succes - nieuwe pogingen gedaan om romans te schrijven zonder inspecteur, zoals het inmiddels ook vertaalde 'De stilte na Sarah'. Dat gaat over een echtpaar in New York dat op zoek gaat naar zijn verdwenen dochter. Toch met thrillerelementen dus. "Ik blijf het aardig vinden om daarvan gebruik te maken. Zoals de techniek waarbij je de vraag oproept of de ik-persoon die het verhaal vertelt, eigenlijk wel betrouwbaar is. Ik heb nog drie boeken in me, schat ik - na twintig jaar lang elk jaar een boek ben ik er een beetje moe van. Ik denk niet dat ik nog meer schrijf over een inspecteur. Dat heb ik nu wel genoeg gedaan. Maar ja, je weet nooit."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden