Naschrift

Nelleke Wuurman (1940-2019) was de hoedster van Overvecht

Nelleke Wuurman in 2018. Beeld Godfried van Utrecht

Als Nelleke Wuurman iets in haar hoofd had, zat het nergens anders. Pittig en daadkrachtig zorgde ze ervoor dat de Utrechtse ‘krachtwijk’ Overvecht leefbaarder werd. 

De oud-onderwijzeres was actief in diverse wijkraden en buurtoverleggen en was twaalf jaar Statenlid voor de Partij van de Arbeid. Zij kon als geen ander op haar welbespraakte manier tegenstanders overtuigen van haar argumenten, en haalde alles uit de kast om haar zin te krijgen. Haar wijkwerk was haar leven.

De buurtkinderen noemden Nelleke altijd ‘de baas van de wijk’. Op haar uitvaart werd ze ook de ‘hoedster van Overvecht’ genoemd. Die titel paste haar: zij behoedde de wijk voor verloedering en knokte ervoor dat bewoners op een positieve manier met elkaar in verbinding bleven. Zelf deed ze dat door flyers over een door haar georganiseerd event bij iedereen persoonlijk af te geven. Als er een negatief artikel over haar wijk in de krant verscheen, belde ze de journalist stante pede op. Zij vond dat haar wijk beter verdiende. Hoe ze dat deed liet ze vorig jaar zien in het tv-programma ‘Typisch Overvecht’ waarin ze optrad.

Nelleke had haar hart verpand aan die multiculturele wijk met de nodige problematiek. Wanneer familie haar weleens aanspoorde naar een wat betere buurt te verhuizen, wilde ze daar niets van weten. “Ik vind het veel te gezellig tussen al die vreemde vogels”, antwoordde ze dan. Ze was warmhartig, betrokken en oordeelde niet snel. Bang was ze ook niet. Vaak genoeg trof ze na haar avondvergaderingen hangjongeren aan voor haar deur, maar ze keek hen altijd recht aan en als ze rottigheid uithaalden ging ze erop af. Iedereen had ontzag voor de 79-jarige buurtbewoner.

Jong zelfstandig

Nelly Catharina Wuurman werd geboren op 17 februari 1940 in Amsterdam als oudste dochter van metaalbewerker Cornelis Wuurman en coupeuse Cor Wolvers. Haar ouders werkten beiden veel en hard. Nelleke, haar zusje Cor en broertje Kees waren al jong zelfstandig. Ze speelden hele dagen spelen op straat, gingen vaak naar Artis, waar ze via de Plantage Doklaan naar binnenglipten. ’s Avonds mochten ze niet verder dan de leeuwenkop op de brug bij het Tehuis voor Ouden van Dagen, het huidige Sarphatihuis.

Nelleke Wuurman met haar poes, in 1945. Beeld Dana Ploeger

Nelleke was de serieuze van het drietal, de verantwoordelijke. Die rol pakte ze steviger op toen onverwachts haar moeder overleed. De kinderen wisten niet eens dat ze ziek was toen een tante hen in de keuken vertelde dat moeder dood was. Ze was toen net zestien en nam de moederrol over: koken, wassen, strijken, Kees en Cor op tijd naar school sturen. Ze moest wel, maar stoppen met de middelbare meisjesschool wilde ze niet. Haar vader draaide intussen dubbele diensten om Nelleke daarna te laten studeren. Ze stelde haar vader niet teleur en haalde in twee jaar tijd haar diploma voor de kweekschool en stond als 19-jarige voor de klas.

Liefde

Ze bleef nog jaren thuis wonen tot ze een vacature zag bij een Nederlandse school in het Duitse Handorf. Ze hield wel van een uitdaging en ging lesgeven aan de kinderen van daar gelegerde Nederlandse militairen. Ze ontmoette er Roel Heskamp, die bij de luchtmacht werkte. De twee verschilden zo van elkaar dat ze elkaar mooi aanvulden; wanneer Nelleke te extreem doordraafde, trapte hij op de rem. Ze trouwden in 1971. Ook in haar relatie schuwde ze de confrontatie niet. Vooral over politieke kwesties konden ze pittig discussiëren: Roel met zijn standpunten als D66’er en zij met die van de PvdA. “Zijn stimulerende manier van praten hielp mijn persoonlijkheid te vormen”, zei ze later. Het stel kreeg geen kinderen, maar dat ervaarde ze niet als gemis. “Ik heb elke dag al veertig kinderen in mijn klas”, zei ze luchtig.

Nelleke Wuurman met haar man. Beeld Dana Ploeger

Op een ochtend in 1986, ze woonden inmiddels alweer jaren in Utrecht Overvecht, vertrokken ze beiden naar hun werk. Tot zij een telefoontje kreeg: Roel had een hartstilstand gekregen. Ze was helemaal van de kaart, ze hadden nog zoveel plannen samen. Haar zus Cor bood aan te blijven slapen, maar na een paar nachten stuurde ze haar naar huis. Een paar dagen na de begrafenis stond ze weer voor de klas. Net als na haar moeders overlijden beet ze zich vast in activiteiten, om maar niet alleen thuis te zitten. Na Roel kwam er nooit meer een andere man in haar leven. Want, zei ze: “Zo eentje bestaat niet meer”.

Rooie

De laatste twintig jaar van haar carrière werkte Nelleke op de toenmalige Mahatma Gandhischool, eerst als lerares, later als adjunct-directeur. Dolgraag had ze directeur willen worden toen de school fuseerde met een andere school uit de wijk, maar de keuze viel op een jongere concurrent en dat stak haar. De lol was er voor haar af. Ze was toen al een paar jaar Statenlid voor de PvdA en stopte al haar energie daarin. Ze streed voor een groene en milieuvriendelijke provincie, en kwam op voor de positie van vrouwen: ze was een echte ‘rooie vrouw’.

Nelleke was oprecht verontwaardigd over zaken die in haar ogen de verkeerde kant op gingen. Zoals de verplaatsing van de prostituees van het Zandpad naar een andere locatie in Overvecht. Ze protesteerde hevig, niet alleen omdat ze vond dat die vrouwen een eerbaarder beroep verdienden, ook omdat ze niet wilde dat haar wijk als afvoerputje van de stad werd gebruikt. Haar heldere, luide stem klonk bij die verhitte vergaderingen boven alles uit.

Vrijwilligerswerk

Na haar prepensioen nam ze nog meer vrijwilligerswerk aan. Ze had er lol in en vond het fijn ergens een stem in te hebben en genoot van haar positie in de wijk. Ze werd erkend en gezien. Dat ze later geridderd werd en de Speld van de Stad Utrecht ontving, zag ze als waardering voor haar inzet. Onderwerpen waar ze zich hard voor maakte waren welzijn, gezondheid, onderwijs en ruimtelijke ordening. Voor mensen met een beperking en ouderen zette ze zich extra in, ze verzette zich tegen het stigma dat zij zielig of hulpbehoevend waren. Ze was actief voor ouderenorganisaties Anbo en Cosbo en gaf zelf graag het goede voorbeeld door als zeventiger nog actief en vitaal te zijn.

Nelleke Wuurman in de jaren zestig als onderwijzeres. Beeld Dana Ploeger

Nelleke kende altijd alle dossiers van binnen en buiten en haar kantoor, in een slaapkamer, stonden kasten vol dossiermappen. Ze beheerde punctueel haar eigen wijkarchief. In een andere slaapkamer richtte ze een bibliotheek in met vierduizend boeken. Ze las graag en was trouw lid van een leesclub. Ze had altijd als eerste het boek uit en verzuimde nooit.

Poezengek

Omdat haar vrijwilligerswerk zoveel tijd opeiste, nam ze alle schoolvakanties vrij. Dan trok ze eropuit. Meestal alleen. Om de accu op te laden. Naar haar lievelingsstad Parijs ging ze zeker twee keer per jaar. Daar kocht ze graag mooie kleding en struinde ze eindeloos door Franse musea, ze verveelde zich er nooit. 

Een andere hobby was het verzamelen van kattenbeeldjes en -schilderijen; ze had een Corneille met een kat aan de muur hangen. Ze was een echte poezengek: haar eigen poezen waren haar alles, ze had er geregeld een stuk of vijf in huis. Zoals poes Sara, die ze omschreef als intelligent en origineel. Tegen Sara sprak ze altijd Frans. Zij begrepen elkaar volledig en ze sprak over haar als een geliefde huisgenoot. Toen Sara vorig jaar onverwacht overleed, raakte ze in diepe rouw. Ze ging kijken in het asiel voor een nieuwe poes, maar het werden uiteindelijk twee babypoesjes, waar ze eindeloos mee in de weer was.

Nelleke kende zichzelf goed, ze was zelfverzekerd en nam nooit een blad voor de mond. Ze wist dat ze een pittige tante was en was daar trots op. Van doetjes hield ze niet. Als mensen haar tegenwerkten, raakte haar dat wel. Toen ze eens per ongeluk een e-mail ontving die zeer kritisch was over haar doortastende optreden, aarzelde ze geen moment en stapte acuut op bij die club. Ze kon ook wat ongenaakbaar zijn, deelde niet snel iets persoonlijks. Met de mensen in de wijkcomités was het contact best zakelijk, al sprak ze ook eens de wens uit om elkaar wat beter te leren kennen. Eind februari viel ze van de trap en die avond verscheen ze voor het eerst niet op haar boekenclub. Haar buren zagen de hele nacht licht branden en waarschuwden de familie. Haar agenda stond nog bomvol afspraken, ze had nog zoveel plannen.

Nelly Catharina Wuurman werd geboren op 17 februari 1940 in Amsterdam en is overleden op 26 februari 2019 in Utrecht.

Trouw beschrijft het leven van onlangs overleden heel gewone of bekende mensen. Heeft u zelf een tip voor Naschrift? Mail ons via naschrift@trouw.nl. 

Lees meer naschriften op trouw.nl/naschrift.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden