Nelissen onderschat 'kleine' winnaar Saugrain

LAC DE MADINE - Het treurige gezicht van de nieuwe bergkoning van de Tour de France was geen mombakkes. Danny Nelissen vloekte hardgrondig nadat hij in de vierde etappe van de Tour de France enkele meters te kort was gekomen om de 'kleine' winnaar Cyril Saugrain te achterhalen. Hij voelde het als de spreekwoordelijke kans voor open doel die hij jammerlijk om zeep hielp. En zo was het in de belevingswereld van ieder ander ook.

De wereldkampioen bij de amateurs waande zich het sterkst, toen een groepje van vijf (naast Nelissen en Saugrain Piccoli, Jürmann en de nieuwe gele truidrager Heulot) een ontsnapping van een kleine tweehonderd kilometer tot een goed einde had gebracht. “Dom, dom, dom,” mopperde hij. “Ik was de snelste van de groep. Die Saugrain verraste me net op het moment dat ik wilde aangaan. Hij pakte tien meter, dat maak je op zo'n moment nooit meer goed.” Gebrek aan informatie over de uiteindelijke winnaar in de databank van assistent-ploegleider Adri van Houwelingen speelde Nelissen ook parten. De tweedejaars prof uit de bescheiden Aubervilliers-ploeg is letterlijk en figuurlijk een lichtgewicht (58 kilo), maar bij het naslaan van de archieven had Van Houwelingen beter kunnen weten. Vorig seizoen won hij vier, weliswaar kleine profkoersen, dit jaar zegevierde hij in de vierde etappe van de Ronde van de Vaucluse en schreef hij het tussensprintklassement in de Midi-Libre op zijn naam. Het zijn kruimeltjes op de grote eettafel, maar wel een bewijs dat Saugrain meer was dan een nietig outsidertje.

De leiding in het bergklassement doet Nelissen niets. Hij kwam op de Sermiers (heuvel van de vierde categorie) en de Lion (derde) als eerste boven, - de laatste nadat hij overduidelijk de zegen van de rest had gekregen - maar wat heb je daar aan wanneer je je in de Alpen en Pyreneëen primair moet inspannen om de schade beperkt te houden? De teleurstelling over de gemiste zege was nog steeds niet verwerkt toen Nelissen in een prietpraatprogramma op het tweede Franse net presentator Gerard Holtz toebeet, nadat die wilde weten hoelang hij de bolletjestrui wilde houden: “Stomme vraag.” Oud-coureur Jacques Hanegraaf vertaalde het keurig voor het Franse volk: “Question stupide.” En hij, Nelissen, mokte vervolgens ten overstaan van andere journalisten nog even door. “Met een etappezege was de Tour voor ons goed geweest. Ik ben kapot. Dit gaat me opbreken.” Later, toen de Limburger de vermoeidheid van zich had afgespoeld, bleek hij voor de nabije toekomst toch weer moed verzameld te hebben. “Ik hoop deze manier van rijden vol te houden. Ik weet wat ik kan op de fiets. Ik ben ook niet bang voor de Alpen.” Nelissen voert het klassement om de strijdlustigste renner aan. Predikt hij dat fanatisme ook de komende tweeënhalve week nog, dan ligt er in Parijs een premie van 33 000 gulden op hem te wachten. “Of ik daarvan op de hoogte ben? Natuurlijk, ik lees ook boeken.”

Danny Nelissen is sinds zondag de exponent van de aanvallende rijstijl van de Rabo-ploeg. Voor de equipe De Rooy is het door het gemis van een sprinter en een klassementsrenner voor de top tien, ook de enige manier om zich te onderscheiden. “We kunnen alleen niet drie weken op deze manier doorgaan,” waarschuwt Van Houwelingen. “Er komen heus wel mindere dagen, maar dit is wel iets om in de toekomst op voort te borduren.” De assistent van Theo de Rooy schrijft het frisse elan grotendeels toe aan de Tourstart in Den Bosch. “De jongens hadden niet bevroed dat het wielrennen zo leeft in Nederland. Zij die de proloog reden, kregen kippenvel van het enthousiasme van het publiek. Er is de laatste jaren heel negatief over de Nederlandse wielersport gesproken. Dat sterkte bij veel coureurs het idee dat ze er niets meer van konden. Uit de belangstelling in Den Bosch blijkt dat het in de kortste keren weer kan opleven. Die lijn moeten we doortrekken. De jongens die thuis zaten en het op tv zagen, reageerden in de trant van: daar willen wij volgend jaar ook bij zijn. Wanneer je je - zoals bij ons - goed voelt, wil je ook aanvallen. Zitten er zeven man van achteren, dan redeneren de twee die nog voorop zitten: laten wij ook maar achter in het peloton gaan hangen. Zo werkt het toch?”

De Rooy koestert niet alleen het briljantje Nelissen, anders dan zijn collega Priem, die hem in 1994 als oud vuil aan de kant schoof, vindt hij dat de laatste wereldkampioen bij de amateurs best lastig mag zijn. “Danny verdiept zich in allerlei zaken. Hij zoekt naar het beste, en wil ook het beste op het gebied van materiaal, trainingsmethoden, voedingsadviezen, enzovoort. Daar moet je als ploegleider open voor staan. Als hij daar om vraagt mag ik daar niet afwijzend op reageren. En wat zijn karakter betreft: met tamme soldaten kun je geen oorlog winnen.”

Intussen is de lucht bij Nelissen alweer aardig opgeklaard. “De nederlaag heeft ook te maken met gebrek aan ervaring. Zo vaak sprint je niet met een klein groepje.” En intussen zijn Saugrain en zijn ploegleider Stéphane Javalet nog steeds niet uitgefeest.

Het lelijke eendje uit het peloton heeft zijn op chauvinisme gebaseerde uitverkiezing nu al ruimschoots waargemaakt. Tourbaas Leblanc wenste minimaal dertig Fransen in zijn ronde, en wilde naast het succesvolle Gan (één ritzege en twee dagen gele trui tot nu toe) en Festina een nationale mixed ploeg selecteren. De wereldbond UCI verbood dat, waarna Leblanc twee van de vier wild cards aan kleine Franse ploegjes gaf: Agrigel en Aubervilliers. Van het eerste is nog niet veel vernomen, van het tweede des te meer. Zo was Saugrain in de etappe rond Den Bosch de eerste aanvaller in de ronde.

Aubervilliers is in 1994 opgericht als een zogeheten equipe promotionelle, een clubteam met louter neo-profs. Het budget was marginaal (anderhalf miljoen), de honorering navenant. Toen Emmanuel Magnien in Parijs-Tours dat jaar in een lange ontsnapping verzeild raakte, verdubbelde hij met het bijeen sprokkelen van premiesprints onderweg zijn jaarsalaris. Het budget van Les p'tits gars d'Auber, zoals de ploeg liefkozend genoemd wordt, is nog steeds marginaal: iets meer dan twee miljoen. De stad Aubervilliers en het departement Seine Saint-Denis zijn de voornaamste sponsors. De wielerclub heeft vooral een sociale functie. Aubervilliers is een typische Parijse voorstad: een socialistisch bolwerk, met veel werkloosheid en een hoge concentratie allochtonen. De profploeg is het vlaggeschip, maar het wezen van bestaan is de wielerschool die mede als opvangcentrum voor kansarme jongeren dient. Wie geen geld heeft om een racefiets te kopen, kan er voor 25 franc per trainingsdag eentje huren van de club. De renners van Javalet worden in de volksmond les momes genoemd, Franse spreektaal voor aardig, vriendelijk, sympathiek.

Lek

Voor Jeroen Blijlevens was er gisteren geen eer te behalen. De Brabander, die als vele renners klaagt over een geïrriteerde huid, reed in de beginfase lek, juist op het moment dat het peloton 'explodeerde'. Jerommeke had zijn ploegleider Cees Priem om een nieuwe fiets gevraagd, die beter zou zitten. Na enige tijd te hebben proefgereden, wilde hij zijn oude tweewieler terug, om die, naarmate de dag vorderde, weer om te wisselen voor het nieuwe model. Drie nederlagen in evenzovele massasprints - met voorlopig nog één theoretische kans op een reprise - hebben zich als een hardnekkig psychisch virus tussen zijn oren genesteld. Blijlevens verspeelde ruim veertien minuten en ontliep zo de valpartij in de pelotonsprint die werd veroorzaakt door groene-truidrager Svorada.

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden