Nel Kars doet alles zelf. Ze is actrice, kostuumontwerpster, chauffeuse, technica en grimeuse.

’Het is zo gek, het is echt anders dan als je een gewoon iemand speelt. Je wordt toch met zo’n vorstin vereenzelvigd. Ik krijg ook altijd oranjeboeketten.’

Nel Kars (1938) speelt ’Koningin Emma, redster van Oranje’ als vierde in een reeks solovoorstellingen geïnspireerd op koninginnen en prinsessen van het Huis van Oranje. „Ik had niks met het koningshuis en ben absoluut geen Oranje-boven-figuur. Het was een samenloop van omstandigheden. Ik had al meer dan twintig jaar solovoorstellingen gespeeld, bloemlezingen van onder andere Shakespeare, Molière, Toergenjev, en die fragmenten kletste ik dan aan elkaar. Maar ik wilde dolgraag eens een avondvullend toneelstuk over één vrouw spelen.”

„Toen kwam op een dag mijn – helaas overleden – echtgenoot thuis met ’Een vreemdelinge in Den Haag’, de vertaling van bij toeval in een Canadees archief opgedoken brieven van koningin Sophie, de eerste vrouw van Willem III. ’Dit is toneel’, zei hij. Kort daarna – dat was wel bijzonder – kwam schrijver Ton Vorstenbosch met hetzelfde voorstel. ’Koningin Sophie’ werd een geweldig succes. Ik heb er vierhonderd voorstellingen van gespeeld. Het grappige is, als je eenmaal met zoiets bezig bent, dan dient het volgende onderwerp zich als vanzelf aan. Met ’De Russische Oranje’, over Anna Paulowna, heb ik een nog groter publiek bereikt. Ik heb ’Anna’ zelfs in Moskou gespeeld, in het Majakovski-theater.”

,„’Sophie’ was de eerste keer dat er iets over de geschiedenis van het koningshuis op toneel werd gebracht. Nee, de koningin is nooit geweest. Misschien houdt zij niet van toneel. Haar moeder wel. Juliana heeft zowel ’Sophie’ als ’Anna’ gezien. Na ’Anna’ is ze uren in de kleedkamer blijven kletsen.”

„Deze voorstellingen lijken wel een feuilleton, al denk ik niet dat ik Wilhelmina of Juliana nog ga doen. Te dichtbij. Bovendien is Wilhelmina al door Anne Wil Blankers gespeeld, ook geschreven door Ton Vorstenbosch. In die voorstelling smijt Wilhelmina een servies kapot. Dat had ik nooit gedaan, omdat zíj dat nooit zou hebben gedaan. Veel te krenterig. Het moet wel allemaal een beetje kloppen, vind ik. Ik ben een perfectioniste. Ook schoenen en sieraden moeten kloppen. Al ziet maar één persoon in de zaal dat, dan is mijn doel bereikt. In ’Emma’ is maar één ding niet nagemaakt: het Groot Kruis in de Orde van de Nederlandsche Leeuw. Die heb ik voor onbepaalde tijd in bruikleen gekregen van het koninklijk huis. Daar ben ik heel trots op.”

Nel Kars is een fenomeen in toneelland. Zij doet alles zelf. Ze is haar eigen kostuumontwerpster, chauffeuse, technica, grimeuse. Ook alle research doet zij zelf: „Ik houd veel van geschiedenis en duik graag in archieven. Alles wat ik vind deponeer ik dan bij Ton, die er een stuk van maakt.”

Als Nel Kars op toneel staat ís zij koningin Emma, zowel op jongere als op oudere leeftijd met het befaamde brilletje en witte kantkapje: „Kostuums maak ik exact na naar schilderijen, gravures en foto’s uit die betreffende periode. Voor de toneelschool zat ik op de kunstnijverheidsschool, de latere Rietveldacademie, en daarna heb ik als facultatief bijvak kostuumkunde gedaan. Daar heb ik veel baat van gehad, net als van mijn moeder die me van jongs af heeft leren naaien. Afgelopen zomer had Museum Swaensteyn in Voorburg een expositie van mijn kostuums, en bijbehorende schilderijen.”

„Toen ik van de toneelschool kwam, vond ik dat het toneel een rare kant opging. De sjeuïgheid was weg. En ik wou juist tonéél spelen met mooie kostuums en alles. Ik zat bij een gezelschap, maar heb een hele tijd niks te doen gehad en kon toch elke maand mijn salaris ophalen. Belachelijk. Er was gewoon teveel subsidiegeld. Vanuit die onvrede ben ik gaan freelancen, toen het woord nog niet eens bestond. Op de fiets ben ik allerlei scholen in Amsterdam afgegaan om ze te interesseren. Toen ik voor Kunst in de Wijken kon gaan spelen, ging het balletje rollen en rinkelde de telefoon vanzelf.”

„Ik heb mijn eigen winkeltje. Ik speel overal: in theaters, dorpshuizen, restaurants, op locatie, Paleis Het Loo, in besloten kring, op adellijke familiefeesten. Het verveelt nooit, omdat je kennelijk iets doet wat mensen graag zien. In historiserend Nederlands, zoals Ton zijn taal noemt. Toen ik ’ns zou spelen in de Veluwehal voor christelijke vrouwenverenigingen, kwamen van heinde en verre achthonderd vrouwen, terwijl er maar vierhonderd in konden. Een andere keer echter meldde een Brabants theatertje trots dat ze al veertig toeschouwers hadden. Dat vond ik te weinig, ik belde met de plaatselijke krant, kreeg een klein interview, en toen was het zo uitverkocht.”

„Gelukkig ben ik oersterk. Alleen mijn rug doet wel ’ns moeilijk, maar ja, het is inmiddels ook zo’n 400 kilo spullen die ik de auto in en uit moet sjouwen. Daarom doe ik elke ochtend gym bij mijn fysiotherapeut. In mei sta ik zevenenveertig jaar op toneel. Iemand zei laatst: ’U doet hetzelfde als uw moeder’. Die had niet door dat ik dezelfde was als in een voorstelling die hij veel eerder had gezien.”

„Liefst zou ik nog eens een ’jongejannen-stuk’ doen met verschillende vrouwenfiguren. Typetjes vind ik heerlijk om te spelen. In al mijn Oranjestukken zit er wel één. Een kamenierster waarvoor ik een Russisch accent had aangeleerd, voor een ander een Veluws accent. In ’Emma’ een diakones, die ik in de pauze echt laat collecteren voor het Tuberculosefonds. ’Voor de teringlijers’ zeg ik dan. Ik hoor nog echt tot het ouderwetse komediantenslag.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden