Nek-aan-nekrace benauwt Tjeenk Willink

De wispelturige kiezers van tegenwoordig bezorgen veel politici de zenuwen, zelfs een bedaarde persoon als de eerbiedwaardige voorzitter van de Eerste Kamer, Herman Tjeenk Willink. Oude zekerheden worden ondermijnd, nu de kiezers van de ene verkiezing op de andere een partij massaal de rug kunnen toekeren of juist met hun stem begunstigen. Een van die wankelende tradities is dat CDA en PvdA, op grond van hun wisselende positie van eerste en tweede partij, de voorzitterschappen van Tweede (Deetman) en Eerste Kamer (Tjeenk Willink) onder elkaar verdelen. De peilingen naar aanleiding van de verkiezingen voor de provinciale staten, op 8 maart, duiden op een nek-aan-nekrace tussen PvdA, CDA èn VVD om de positie van grootste partij, met tot dusver een minieme voorsprong voor de liberalen.

Dat laatste perspectief benauwt Tjeenk Willink. De nieuwe provinciale staten kiezen in mei de Eerste Kamer. Tjeenks Willinks voorzitterschap kan in gevaar komen, als de VVD werkelijk doorstoot naar de positie van grootste partij. De VVD heeft in dat geval het volste recht om de eervolle functie in dit hoge college van staat voor zich op te eisen. In zijn omgeving verluidt dat Tjeenk Willink licht verzenuwd dagelijks kennisneemt van de laatste peilingen.

Niet alleen hijzelf, ook vele anderen in de senaat zouden het jammer vinden, als Tjeenk Willink het veld moet ruimen. Hij wordt alom, van links tot rechts, geroemd om zijn voorzitterskwaliteiten. Hij leidt de vergadering adequaat, onpartijdig en zakelijk, is hoffelijk, voorkomend en beminnelijk, beweegt zich gemakkelijk in de hoogste kringen, kwijt zich met stijl van zijn representatieve taken.

Die kwaliteiten zouden Tjeenk Willink, afkomstig uit een oude familie van bestuurders en politici, kunnen zijn ingeboren.

Zijn persoonlijkheid past in de traditie van de Eerste Kamer. Ofschoon de senaat zich de laatste jaren scherper heeft geprofileerd, oogt hij nog altijd als een bedaagd college met een dominante aanwezigheid van heren, beschouwelijke politici die worden geacht met afstandelijkheid te oordelen. Ingesteld in 1815 opdat koning Willem I zich kon verstaan met de adel van zijn land, bood de Eerste Kamer tot ver in deze eeuw onderdak aan een lange rij mannen van de hoogste stand. Een voorganger van Tjeenk Willink besloot eens dat het wenselijk zou zijn bij aanvang van elke vergadering niet alleen de namen van de leden voor te lezen met vermelding van hun titulatuur, doch ook hun koninklijke onderscheidingen. De griffier wees hem erop dat de vergadering in dat geval tot ver in de avond zou voortduren.

Hun afkomst gaf hun gevoel voor onderscheid in. Een van de 19e-eeuwse voorzitters werd geplaagd door jicht. Een bode sloeg hem eens met een medelijdende blik gade, toen hij, gezeten in een draagstoel, langs de trappen naar de vergaderzaal werd getild. De voorzitter voegde hem toe: “Kijk maar niet zo, als jij ooit jichtig wordt, zullen ze jou niet dragen.”

Dat gevoel voor onderscheid was ook socialistische leden van de Eerste Kamer niet vreemd. SDAP-afgevaardigde Liesbeth Ribbius Peletier (lid van 1937-'47), een vermogende vrouw, liet zich eens door haar huishoudster op de Veluwe rondrijden, op zoek naar een geschikte locatie voor het grote huis waarin zij vrouwen uit het volk wilde laten onderrichten in cultuur en verantwoord koken. Haar standsbesef gaf haar in dat ook dit huis voor gewone vrouwen moest zijn voorzien van kamers voor dienstbodes.

Het zal geen verwondering wekken dat de Eerste Kamer, dit bolwerk tegen overijling, veel bezadigde mannen op leeftijd als lid heeft gekend. Het bezwaar was dat met hun leeftijd ook de gebreken kwamen. De absentielijst van oktober 1827 meldt dat baron van Borssele van der Hooghen lijdt aan zwakke gezondheid en benauwdheid die de ademhaling bemoeilijkt, baron van Alberda van Rensuma aan koorts, baron van Asbeck aan jichtige reumatiek, jonkheer Martini aan zware en hardnekkige ziekte, graaf de Marnix aan duizelingen, baron Osy de Zegwaart aan hardnekkige ziekte en winterkoude, jonkheer Bowier aan podagra. Baron Goubau d'Hovorst liet de griffier weten dat zijn arts hem verbood de reis naar Den Haag te maken vanwege vocht en koude. Baron Sloet tot Warmelo (74) meldde: “Plotselinge ziekte verbiedt mij op mijne gevorderde jaren aan gevaar van wederinstorting mij bloot te stellen.”

Ook thans is de gemiddelde leeftijd in de senaat nog aanmerkelijk hoger dan in de Tweede Kamer. Eind jaren zeventig werd CDA-senator De Gaay Fortman eens gevraagd naar de oorsprong van het gebruik dat de leden bij aanvang van elke vergadering de voorzitter de hand schudden. “We beseffen dat elke bijeenkomst voor ons wel eens de laatste kan zijn”, antwoordde hij.

Doofheid of slechthorendheid hoeft geen beletsel voor het lidmaatschap van de senaat te wezen, getuige de zetel die Kuyper (ARP), Gerretson (CHU) en Van Riel (VVD) bezetten. Van Riel maakte ook politiek gebruik van zijn ongemak. Hij placht bij de maidenspeech van een nieuw lid zo dicht mogelijk bij de katheder plaats te nemen, in het zicht van de spreker, om met de hand als een schelp achter zijn oor gevouwen van het betoog kennis te nemen. Hij bleef gedurende de hele toespraak zo zitten, tenzij het gebodene hem niet beviel. Dan trok hij zijn hand bij zijn oor weg, stond op en verwijderde zich, met zichtbare tekenen van ongenoegen op zijn gelaat.

Met Wiegel wordt decorum weer vertoon

Het spreekt voor zich dat in zo'n omgeving prijs wordt gesteld op mensen die weten hoe het hoort. Tjeenk Willink weet dat. IJdelheid is hem niet vreemd, dus hecht hij aan de status en het bijbehorende decorum van zijn functie. Van de finesses van dat laatste lijkt hij beter op de hoogte dan zijn voorganger, Piet Steenkamp (CDA), die door zijn burgerlijke afkomst minder gewend is aan de zeden en gebruiken in hoge kringen. Steenkamp baarde opzien door op Prinsjesdag een van de vaandels te groeten, die worden geacht dit eerbetoon slechts van leden van het koninklijk huis te ontvangen. Tjeenk Willink laat die groet dan ook na.

Met de mogelijke verkiezingsoverwinning van de VVD in zicht dient zich het risico aan dat Tjeenk Willink wordt opgevolgd door een man met minder gevoel voor subtiliteit. Hans Wiegel is de naam.

In normale omstandigheden zou de VVD, gesteld dat zij de grootste wordt, alleen van het afzetten van Tjeenk Willink kunnen worden weerhouden door erbarmen of door het belang van een goede verstandhouding met de PvdA, de coalitiepartner. Maar partijleider Bolkestein heeft een bijkomend, persoonlijk motief om zich te beijveren voor Wiegels voorzitterschap, indien de uitslag dat toelaat. Met Wiegel, derde op de VVD-kieslijst, op de post van onpartijdige Kamervoorzitter zou Bolkestein verlost zijn van een geduchte hinderpaal op de rechterflank. Hun verhouding is verstoord sinds Wiegel te kennen gaf dat hij nog wel degelijk aspiraties in de politiek heeft. Met de promotie van zijn concurrent naar de voorzitterszetel legt de partijleider Wiegel het zwijgen op en voorkomt hij dat zijn concurrent elke tegemoetkoming aan de PvdA uitbuit ten behoeve van zijn aspiraties.

En we mogen veronderstellen dat Wiegel zelf oren heeft naar het voorzitterschap. In zijn hoedanigheid van minister van binnenlandse zaken (1977-'81) en commissaris van de koningin (1982-'94) heeft hij zijn hang naar decorum laten zien. Het verschil met Tjeenk Willink is alleen dat hij er uiterlijk vertoon van maakt. Als minister herstelde hij het gebruik om zich voor de sluiting van het parlementaire jaar per koetsje naar de Ridderzaal te begeven, met een koetsier op de bok en een palfrenier als begeleider. Zijn ambtsvoorganger Geertsema had gebroken met die traditie. Zijn buik benam hem bij het uitstappen het zicht op het treetje, met alle risico op een val van de minister. Ongetwijfeld zal Wiegel, mocht hij Tjeenk Willink opvolgen, dat vaandel weer groeten.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden