Negermeisje met raffia rokje verdwijnt in de vuilnisbak

De cultuur van zwarte kinderen, die veelal uit Afrika afkomstig zijn, wordt genegeerd, vinden twee Amerikaanse vrouwen. Op school, op televisie, in speelgoedzaken en in het ergste geval ook thuis. De twee ergerden zich zo aan het witgehalte van speelgoed en lesmateriaal in de Verenigde Staten, dat zij een bedrijf begonnen. Met hun spullen bezochten zij Nederland.

Te kiezen is er in deze speelgoedzaak in de Amsterdamse Bijlmermeer eigenlijk niks. Bootjes voor in bad, boxrekjes, bijtringen, lego en goocheldoos worden onveranderlijk aangeprezen door vrolijke, witte kinderhoofden. Tussen de tientallen lichtgetinte poppen in allerlei soorten en maten, liggen vier bruine exemplaren van het merk My love. Op het label wordt gewaarschuwd dat de kleuren kunnen veranderen, maar dat slaat vermoedelijk meer op de katoenen kleertjes dan op de kleur van de plastic huid.

Pakistaanse Aysja (10) en Nazi (9) laten de grote poppen voor wat ze zijn. Ze stormen meteen naar de al even uitgebreide verzameling barbiepoppen. Hun stemmen dalen van ontzag. “O, deze is mooi”, fluistert Nazi, wijzend op een barbie in romantisch bruidstenue. Haar zus valt op een in knalroze uitgaansrok gestoken minipop met roos in het blonde haar. De barbies zijn op een na blank en blond. Aysha vindt de uitzondering met het zwarte haar ook prachtig. Zulk haar heeft ze zelf immers ook. Maar haar favoriet is blond. De Indiase buurman - de bibliotheekboeken van de meisjes zorgvuldig in de hand geklemd - knikt goedkeurend. “Blond is toch mooi, of niet dan?”

Annette Vick uit de Amerikaanse staat New Yersey zal dat niet bestrijden. Maar ze is ervan overtuigd dat het witte speelgoed het zwarte kind op geen enkele manier helpt bij het vinden van een eigen plaats in de samenleving. Met haar kompaan Angie Pearson heeft ze het bedrijf Heritage of Royalty opgezet. Ze maken speelgoed en lesmateriaal dat naar hun mening uitstekend aansluit bij de leefwereld van het Afro-Amerikaanse kind. Al te zeer wordt volgens de onderneemsters de cultuur van het uit Afrika afkomstige zwarte kind genegeerd. Op school, op televisie, in speelgoedzaken - en in het ergste geval ook thuis.

Op uitnodiging van de Afro-Europese vrouwenorganisatie Sophiedela lieten ze afgelopen week hun produkten in Nederland zien. Krappe koffers noopten hen een selectie te maken. De zwarte poppen bleven thuis, op de Amsterdamse toy-party zagen de zes belangstellende dames en een heer voornamelijk lesmateriaal. Gepassioneerd demonstreerden Vick en Pearson hun handgemaakte educatieve kleden, waarbij taal, rekenen en lezen en het verhogen van het culturele bewustzijn hand in hand gaan. In deze wereld is de a van Afrika, de b van banaan en de i van ik ben iemand.

De contouren van Afrika vormen de ondergrond van de cijfers, de letters, de klok en de sommetjes. Ze zijn uitgevoerd in geel, zwart, rood en groen, wat respectievelijk staat voor rijkdom, mensen, bloed en land. Als het bedrijf een succes wordt - en daar zijn de starters van overtuigd - dan wordt er ook materiaal gemaakt voor andere etnische groepen. En om te zorgen dat witte kinderen zich eveneens aangesproken voelen, komt er tevens een variant op de markt met de Verenigde Staten als achtergrond.

“Ik vind dit te gek”, zegt Cynthia Essenboom terwijl haar zoontje rustig doorslaapt op haar schoot. “In Nederland is er zo weinig voor zwarte kinderen. Kijk, we moeten ervan uitgaan dat de samenleving zo is, en dat wij daarin leven en leren. Maar het vergemakkelijkt het leren wel als dat vanuit de eigen cultuur gebeurt. Het is toch belangrijk hoor, dat een kind weet hoe Afrika eruit ziet.”

Voor haar zoon kiest Essenboom vooral speelgoed dat zijn creativiteit stimuleert. Ze komt dan al gauw bij bouwdozen en lego. Haar partybuurvrouw koopt voor haar kinderen principieel geen witte poppen. “Want daar krijgen ze er al zoveel van.” Het valt haar niet mee zich aan haar eigen standpunten te houden. Bruine poppen kan ze haast niet vinden. De ene die ze in huis heeft, kocht ze in Amerika, nog lang voordat Heritage of Royalty bestond.

De dames vinden het materiaal prachtig. Puzzels, spelletjes, video's en boekjes: ze zien de mogelijkheden van het concept helemaal zitten en ze vinden het maar wat jammer dat de produkten van het bedrijf Engelstalig zijn.

De ideeen van het Amerikaanse bedrijfje krijgen lang niet overal bijval. “Ergens vind ik dit toch een beetje onzin”, zegt Emy Hermelijn, intern begeleidster op de basisschool Bijlmerdrie in Amsterdam. Ze kan zich nog goed herinneren hoe leuk ze het als achtjarig meisje vond, eindelijk eens een zwarte pop te zien. Dat was 'een uniek moment van herkenning'. “Maar ik heb hier op school nooit gedacht; dit speelgoed is leuk voor zwarte kinderen. Het lijkt mij niet nodig om daar onderscheid in te maken. Dat doen we met jongens- en meisjesspeelgoed ook niet. Dat wordt thuis genoeg gedaan, hier houden we het neutraal.”

Dat wil bepaald niet zeggen dat op de Bijlmerdrie maar net wordt gedaan of er geen verschillen zijn tussen de kinderen. De school is, zegt Hermelijn, compleet zwart en daar houdt het team op alle fronten rekening mee. “Het is heel belangrijk dat de kinderen zien dat de dingen uit hun land worden gewaardeerd. We zoeken dan ook methodes die daarbij aansluiten. Vooral bij wereldorientatie is de vergelijking er altijd. We zijn er eigenlijk de hele dag mee bezig. Vandaar misschien dat niemand wat gemist heeft.”

Even verderop, op basisschool Rozemarn hebben ze ooit een mevrouw in huis gehad die het speelgoed onderwierp aan een 'interculturele blik.' De puzzel met het negermeisje in raffia rokje is toen onmiddellijk als 'vooroordeelbevestigend' uit de collectie gegooid. Sindsdien behoort die blik tot de vanzelfsprekendheden, kan adjunct-directeur Peter Domen verzekeren.

Maar het blijft hoe dan ook schipperen met intercultureel onderwijs, overweegt de adjunct-directeur. “Als je zo'n bijna zwarte populatie hebt als bij ons en als je kijkt naar de bevolkingssamenstelling in het algemeen, dan moet je daar in je leerplan rekening mee houden. Maar de leerlingen moeten toch aan de normen voldoen die hier worden gehanteerd. Ze moeten zich geen vreemde gaan voelen als ze naar Drenthe verhuizen.”

Dat geldt net zo goed voor Nederlandse kinderen, vindt Anja de Rek, beleidsmedewerkster van de Stichting kinderopvang Nederland. Ze vertelt dat de bruine pop bij de veertig particuliere dagverblijven van de stichting al aardig is ingeburgerd. Weliswaar zitten er haast geen allochtone kinderen in die creches, maar “onze kinderen moeten zich toch bewust zijn van dat stukje dat zich buiten de deur afspeelt.”

De rekenmethode van de Amerikaanse firma wordt binnenkort overgevlogen van New Yersey naar Amsterdam. Mildred de Baas, onderwijskundig pedagoog bij de onderwijsbegeleidingsdienst, is na een bezoek van het Amerikaanse duo zeer enthousiast geworden. Voor lezen en schrijven is volgens haar al aardig wat intercultureel materiaal voorhanden, maar met rekenen is het nog pet. Ook bij het speelgoed ziet ze te weinig 'interculturele inkleding'. Het is ten onrechte allemaal geent op de westerse cultuur.

De schoolbegeleidster vindt het voor de ontwikkeling van de kinderen van groot belang dat er speelgoed en materiaal is dat aansluit bij niet-Nederlandse culturen. Slechte prestaties worden volgens haar nog te vaak aan de leerlingen geweten, terwijl het lesmateriaal niet zelden de oorzaak is. “Het stukje herkenning, de nabijheid, weten waar je het over hebt, dat heb je allemaal nodig om de eerste stap te zetten in het leerproces. Je moet op school aansluiten bij wat de kinderen al weten. Doe je dat niet, dan ontstaat er een gat en is het gat te groot, dan leert de mens niet. Dat weet iedereen.”

Het konden de woorden zijn van Dianne Essenboom. De firma heeft in haar een enthousiast pleitbezorgster van het produkt gevonden. Ze gaat de markt verkennen en het materiaal omvormen zodat het ook voor Nederland geschikt is. Ze denkt daarbij niet alleen aan vertaling in het Nederlands, maar ook aan aanpassen van het materiaal aan landen als Marokko en Turkije.

Essenboom is evenzeer onder de indruk van de dunne Amerikaanse catalogus met, bij voorbeeld, zwarte kerstmannen. “Ik ga kijken of daar markt voor is. Het gaat erom dat je kinderen een basis meegeeft waarop ze voort kunnen bouwen. Een deel daarvan is erkennen van de eigen cultuur. En dat kan niet als een kind alleen maar witte mensen afgebeeld ziet.”

Ze gruwt ervan als haar meisjestweeling in een speelgoedwinkel regelrecht naar de witte barbies loopt. Van thuis kunnen ze dat niet hebben. “Ze zijn nog maar zes, maar al zo geindoctrineerd.” Verloren zijn ze niet. Aisha en Megisa zijn welswaar echte Nintendo-liefhebbers, en ze kijken graag tv. “Maar daar komen veel te veel witte kinderen op!”, roepen ze. Verontwaardigd verhalen ze van de keer dat ze in een warenhuis maar een bruine pop konden vinden, zodat eentje met een witte naar huis moest. Ze hebben toch liever een zwarte pop. Megisa weet wel hoe het komt dat er zo weinig zwarte poppen zjn: “Vroeger zeiden de witten dat bruine mensen apen waren.” Aisha weerspreekt dit niet, maar stelt ter aanvulling vast: “Er zijn er gewoon niet genoeg gemaakt.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden