Negen parken, robuust en wild

In plaats van de twintig Nationale Parken moeten er negen grote komen, vindt Stefan Pasma. Pas dan valt de 'wilde natuur' te beschermen.

Wie op de kaart kijkt, ziet direct het probleem. Kleine grillige vlekjes zijn het, door het land verspreid, met namen die niets zeggen. Ooit van Nationaal Park De Alde Feanen gehoord?

Volgens Stefan Pasma moet het stelsel van Nationale Parken dringend worden opgeschoond. De man achter de website Ongerepte-natuur.nl en pleitbezorger van wilde gebieden in Nederland stelt voor om - deels door samenvoeging van de oude parken - tot negen nieuwe parken te komen. Die moeten veel groter zijn dan de bestaande, en beheerd worden door één organisatie. Het Rijk moet eigenaar worden en de regie voeren.

Vooral dat laatste zal tot hoongelach leiden in de versnipperde Nederlandse natuurbeschermingswereld, maar in Pasma's voordeel spreekt dat de huidige Nationale Parken geen enkele betekenis meer hebben sinds de over heid in 2011 haar handen van deze gebieden aftrok. De provincies moeten zich in het vervolg maar met deze nationale gebieden gaan bezighouden, zei toenmalig staatssecretaris Henk Bleker. Intussen zijn de parken bestuurlijk niemandsland geworden, waarin alleen de gezamenlijke bewegwijzering een schijn van uniformiteit wekt.

Pasma wil de gebieden nieuw leven inblazen en daarvoor moeten we terug naar de kern, stelt hij. "Nederland heeft nog amper wilde natuur, is een veelgehoorde klacht, en dat klopt ook", zegt hij. "Maar wat veel mensen niet weten, is dat ons land veel potentie heeft om wilde natuur te laten ontstaan. Die kost amper iets aan beheer, het enige wat we nodig hebben is ruimte." En hij verwijst daarbij naar de natuurprojecten langs de grote rivieren, waar spontaan dynamische rivierduinen zijn gevormd en prachtige landschappen ontstonden nadat de boeren de uiterwaarden hadden verlaten.

Die processen kunnen volgens Pasma op veel meer plekken op gang worden gebracht. De natuur hoeft niet gereconstrueerd te worden zoals de natuurorganisaties nu steeds proberen, maar zal spontaan opkomen als de mens zich er niet mee bemoeit. Pasma heeft het over 'zelfredzame natuur' en die term sluit goed aan bij de 'robuuste gebieden' die de Raad voor de Leefomgeving (Rli) onlangs aan staatssecretaris Sharon Dijksma voorstelde.

Om tot die grote gebieden te komen, moeten de Nationale Parken de betekenis krijgen die ze oorspronkelijk hadden. Pasma verwijst naar het Amerikaanse Yellowstone National Park dat al sinds 1872 een voorbeeld is voor andere parken. Yellowstone is groot, bestaat uit ongerepte wildernis en wordt door de nationale staat beschermd. Het moet de recreatie bevorderen, flora en fauna beschermen, en de nationale identiteit uitdrukken.

"Leg die Amerikaanse blauwdruk nu eens op onze situatie", zegt Pasma. "Onze parken zijn klein en regionaal ontwikkeld. Ons Nationaal Park Weerribben-Wieden is natuurlijk prachtig, maar heeft niets met wildernis te maken. Het bestaat uit een oud landbouwsysteem."

Door hun kleine schaal hebben de parken ook geen nationale uitstraling. "Hoe kunnen we nu als natie trots zijn op het Nationaal beek- en esdorpenlandschap Drentsche Aa? Het is weliswaar een mooie regio, maar dat cultuurhistorische gebied kan uitstekend onder de vleugels van de provincie gedijen."

Nu de overheid zich heeft teruggetrokken, voldoen de Nederlandse Nationale Parken niet langer aan de eisen die de internationale natuurbeschermingsorganisatie IUCN stelt (groot, 'natuurlijk' en beschermd door de hoogste autoriteit). De versnippering houdt ook de vorming van wildernis tegen. Daarom stelt Pasma voor sommige gebieden de status van Nationaal Park te ontnemen, en andere samen te voegen zodat er grote parken ontstaan.

"Waarom vormen de duinen van Texel, Schiermonnikoog en het Lauwersmeer drie aparte nationale parken? Maak er één groot park van: Nationaal Park De Wadden. Kijk, daar staat iets."

Hetzelfde geldt volgens hem voor de Veluwe, Nederlands grootste natuurgebied van zo'n 1000 vierkante kilometer. Maar met veel eigenaren die allemaal iets anders met het stukje bos en hei doen. De Hoge Veluwe en Veluwezoom zijn twee aparte nationale parken, terwijl het Deelerwoud en de Planken Wambuis daar buiten zijn gehouden. Zelfs een gezamenlijke website ontbreekt. Een aaneengesloten Nationaal Park Veluwemassief, dat moet het volgens Pasma worden.

Nog een voorbeeld: waarom is alleen een stukje van de duinen in Zuid-Kennemerland aangewezen tot Nationaal Park? Iemand in Oost-Nederland zal er nooit van gehoord hebben. Geef daarom de hele duinstrook van Den Helder tot aan Den Haag die status en creëer Nationaal Park Hollandse Duinen.

Op de nieuwe kaart ontstaan in het hoofd van Pasma negen robuuste gebieden, eigenlijk een soort tussenstap in het plan dat het Wereld Natuur Fonds (WNF) enkele jaren geleden lanceerde voor drie grote natuurgebieden: de duinen, de delta en het bos. "Door de grote Nationale Parken onderling te verbinden met natuurstroken, groei je als Nederland langzaam maar zeker toe naar de situatie die het WNF schetste. En dan kunnen we trots zijn dat we onze positie als gidsland weer terughebben."

Om Nationaal Park te mogen worden, moeten de gebieden wel aan strenge eisen op het gebied van het beheer voldoen, zegt Pasma. "In deze gebieden moet de natuur haar gang kunnen gaan, er is geen plaats voor landbouw, jacht of houtoogst. In de ontwikkelingsfase kan er best wat gekapt worden om het gebied vorm te geven, maar daarna moet de mens zijn handen van het gebied aftrekken."

Dat kan leiden tot een verdichting van het bos waardoor de biodiversiteit door het gebrek aan licht juist afneemt. "Dat zij dan zo. Natuurlijke ontwikkeling staat in deze gebieden voorop. Hier laten we de natuur met rust, ook al betekent dit dat het aantal soorten afneemt. Er blijven genoeg andere natuurgebieden over waar wél ingegrepen kan worden."

De visie van Pasma heeft nogal wat consequenties voor het huidige landschap, en dan gaat het dit keer niet over habitat-typen, maar over de versnippering van de natuur over zoveel natuurbeschermingsorganisaties en particulieren. Het grootschalige denken van Pasma staat haaks op het kleinschalig beheer én op de visie van het kabinet om de zorg voor de natuur juist te decentraliseren.

"Laat ik bij dat laatste beginnen. De decentralisatie kan blijven gelden voor alle natuur buiten de Nationale Parken. De parken zelf komen in handen van het Rijk, maar het beheer wordt extreem goedkoop als we uitgaan van zelfredzame natuur."

De grote gebieden kunnen alleen tot stand komen als de verschillende eigenaren terreinen gaan uitruilen. "Dat vraagt om enorme offers. Natuurmonumenten is bijvoorbeeld een grote particuliere grondbezitter. Toch denk ik dat deze organisatie haar leden kan uitleggen dat gronden afstaan ten behoeve van grote nationale parken, in het belang is van de natuur. De kwaliteit van de natuur is toch het doel van Natuurmonumenten, niet het instandhouden van de eigen organisatie?"

Maar Pasma vraagt nog meer. Een consortium van Natuurmonumenten, Staatsbosbeheer en de ANWB zou in opdracht van het Rijk alle negen parken moeten gaan beheren. "Staatsbosbeheer en Natuurmonumenten zijn gespecialiseerd in het omgaan met grootschalige natuur, en zoveel verschil in visie tussen deze twee clubs is er niet." De ANWB heeft volgens hem met vier miljoen leden een enorme achterban en weet als geen ander dit publiek naar uitstapjes te leiden. "Deze samenwerking kan tot iets moois leiden, maar dan moet er wel gróót gedacht worden."

Stefan Pasma, pleitbezorger van grote parken.

Als de boeren vertrekken uit de uiterwaarden kan prachtige natuur ontstaan zoals hier bij de Waal bij Ewijk.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden