Negen op de tien ouderen zien zorgverleners te kort

Altijd haast Het Nationaal Ouderenfonds liet onderzoeken hoe thuiszorgmedewerkers problemen bij ouderen signaleren. Het rapport verschijnt vandaag en signaleert veel tijdgebrek.

Marion Mulder (66) staat elke ochtend zo laat mogelijk op, dan duurt de dag minder lang. Ze kijkt de hele dag tv, eet omdat het moet en gaat slapen als ze moe is van het zitten. "Het is net alsof je ergens op zit te wachten, maar er komt niks."

Ze is één van de bijna duizend deelnemers aan een onderzoek dat het Nationaal Ouderenfonds vandaag naar buiten brengt over de signaleringsfunctie in de thuiszorg. Met andere woorden: wie houdt er nog een oogje in het zeil?

Bijna negen op de tien ouderen geven aan dat zorgverleners daar - als gevolg van de bezuinigingen - steeds minder tijd voor hebben.

Alleen voor het hoognodige is nog geld. Voor een praatje is volgens de meeste ouderen geen tijd meer. Thuiszorgmedewerkers (76 procent) en mantelzorgers (88 procent) die de vragenlijst invulden, zien een vergelijkbaar beeld.

Mulder ontvangt geen thuiszorg, maar komt wel regelmatig bij de huisarts. Die is op de hoogte van haar situatie en is de enige persoon die Mulder regelmatig ziet. De huisarts zou meer hulp moeten bieden, vindt Mulder. "Maar in de wachtkamer hangt een bord waarop staat hoeveel vertraging een gesprek heeft. Je krijgt de tijd niet om andere problemen te bespreken. Ik voel me net een fiets die naar de fietsenmaker gaat. Je wordt gerepareerd en dat is het dan."

Eenzaamheidscoach

Corina Gielbert, directeur van het Nationaal Ouderenfonds, begrijpt dat een huisarts geen uren de tijd heeft. Maar dat betekent volgens haar nog niet dat die niets kan doen.

"Huisartsen beschikken over een uitgebreid netwerk en kunnen ouderen op weg helpen, bijvoorbeeld door ze te koppelen aan een eenzaamheidscoach of een buddy. Eenzame ouderen vinden het vaak moeilijk om in actie te komen."

Door een burn-out heeft Mulder sinds 2000 niet meer gewerkt, contact met haar broer en dochter is beperkt. Bij haar buren in haar woonplaats Oosterbeek in Gelderland is ze allemaal langs geweest, maar echte contacten heeft ze er niet aan overgehouden.

Terwijl ze er anderhalf jaar geleden zoveel zin in had om weer te gaan wonen in het dorp waar ze is opgegroeid.

"Ik had verwacht dat er meer te doen zou zijn. Er was hier bijvoorbeeld een oude school met kunstenaars en activiteiten. Net toen ik hier kwam wonen ging die dicht. Ik ken helemaal niemand."

Vrijwilligers

Mulder vult enquêtes in om de dag door te komen, zo ook die van het Ouderenfonds. Ze schreef: 'Ik kan zo drie jaar dood in mijn huis liggen.'

Gelukkig is er een lichtpuntje. Nadat hulp van de huisarts uitbleef, meldde Mulder zich uit eigen beweging aan voor WeHelpen, een vrijwilligersinitiatief van de gemeente Renkum.

De eerste keer liep dat op niets uit, maar nu heeft ze iemand gevonden die af en toe langs komt. "Ze probeert zo vaak mogelijk te komen, maar ze heeft ook een drukke baan en een gezin."

Mulder meldde zich ook aan voor de Zilverlijn. De telefoondienst is een initiatief van het Ouderenfonds. Staatssecretaris Martin van Rijn (PvdA, Volksgezondheid) gaf er afgelopen februari de aftrap voor.

Inmiddels bellen vrijwilligers van de lijn elke week zo'n 350 ouderen. De gesprekken via de Zilverlijn vindt Mulder prettig, zegt ze. "Maar waarom koppelen ze eenzame mensen niet aan elkaar? Ik heb het ze gevraagd, maar het kan niet vanwege privacyregels."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden