Neerlands kracht in duurzame tijden

De wereld moet duurzamer, is de conclusie van de VN-Klimaattop in Parijs. Welke rol kunnen Nederlandse bedrijven daarbij spelen? Waar zijn ze goed in? En welke richting moeten ze op?

Van olie naar wind

Een kranenbouwer en een pijpleidingenlegger. Een baggeraar en een bodemonderzoeker. En Dock-wise en Mammoet, die zware installaties over de wereldzeeën verslepen.

Het zou een opsomming kunnen zijn van bedrijven die opdrachten uitvoeren voor de olie- en gasindustrie. Het ís een lijstje van Nederlandse bedrijven die meehielpen bij de bouw van een groot windmolenpark in de Duitse wateren. Het lijstje (dat meer bedrijven bevat dan de bovengenoemde) is afkomstig van Tennet, een beheerder van hoogspanningsnetten die ook bij dat project was betrokken.

Het lijstje bewijst dat Nederlandse bedrijven een belangrijke rol spelen in de offshore windenergie. Niet dat ze de molens leveren - die komen vaak uit Denemarken. Niet dat ze de turbines maken - die komen meestal van het Duitse Siemens. Maar allerlei apparatuur en diensten leveren zij wel.

Neem baggeraar Van Oord, die de afgelopen jaren een flinke windpoot opbouwde. Het bedrijf bouwde mee aan diverse Nederlandse windparken op zee en heeft de supervisie over de aanleg van het grote Gemini-park. Het bedrijf is er zelfs voor tien procent eigenaar van. Of neem de Sif Groep uit Roermond, die funderingen maakt voor olie -en gasinstallaties, maar die ook windmolens van fundamenten voorziet.

Of neem Tennet zelf. Als beheerder van het Duitse hoogspanningsnet moest het windparken in de Noordzee aansluiten op het Duitse stroomnet. Dat leidde tot de ontwikkeling van wat Tennet 'grote stopcontacten op zee' noemt: installaties op platforms die gelijkstroom omzetten in wisselstroom. "We zijn de enige in de wereld die dat doet", zegt een woordvoerder van Tennet.

Mede door de bouw van windparken op zee is de werkgelegenheid in de duurzame energiesector flink toegenomen. Terwijl het aantal voltijdsbanen in de crisisjaren (2008-2013) met drie procent afnam, steeg dat aantal in die sector daarna met 24 procent naar ruim 45.000, becijferde het Centraal Bureau voor de Statistiek.

Behalve windmolenparkbouwers zagen ook de makers en installateurs van isolatiemateriaal voor woningen en kantoren, en de installateurs van zonnepanelen, hun klandizie groeien. Dat zal nog een tijdje zo blijven.

Een groot zonne-energieland is Nederland overigens niet. De panelen komen meestal uit China - ook wel uit Duitsland. Grote Nederlandse 'zonnebedrijven' zijn er niet. Zonnepanelen, zegt milieudeskundige Jan Paul van Soest, worden gekocht door individuele burgers of groepen burgers, terwijl het bij windparken op zee gaat om dure projecten met overheden of energieconcerns als opdrachtgever. Daar passen grote bedrijven bij.

Van bezit naar delen

Veel bedrijven zeggen duurzaamheid belangrijk te vinden, en Antoine Heideveld zal niet zeggen dat dat onbelangrijk is. Hij is directeur van Het Groene Brein, een groep wetenschappers die adviseert over manieren om op duurzame manier geld te verdienen. Heideveld vindt het mooi dat bedrijven als AkzoNobel, DSM, Philips en Unilever voorlopers zijn op dat gebied - en prima dat Albert Heijn meer biologische producten verkoopt. "Maar een bedrijf als Albert Heijn wordt uiteindelijk afgerekend op zijn omzet en zijn winst."

Heideveld rekent anders. "Duurzaamheid? Ik kijk dan vooral of bedrijven hun business model aan het veranderen zijn. Neem Bosch en Miele. Die doen mee met een proef waarbij ze hun wasmachines niet verkopen maar verhuren aan een woningcorporatie die ze ter beschikking stelt aan huurders. Die betalen vervolgens per wasbeurt."

Door het wassen zo te organiseren, worden de consument gestimuleerd zuinig te zijn en krijgen fabrikanten een prikkel om degelijke machines te maken die goed te repareren en te recyclen zijn. De machines blijven eigendom van de fabrikant. Die heeft geen baat bij hoge onderhoudskosten.

Heideveld noemt tapijtenmaker Interface dat alle olie uit zijn tapijten gaat weren. Het wil ze maken van andere grondstoffen, zoals gebruikte visnetten. Het tapijt moet in zijn geheel te recyclen zijn. Een ander voorbeeld is het Nederlandse bedrijf Black Bear Carbon dat oude autobanden verwerkt: de koolstof wordt eraan onttrokken en wordt gebruikt voor nieuwe banden.

Noem het een circulaire economie: producten die met zo weinig mogelijk grondstoffen zijn gemaakt, die lang meegaan, die reparabel en recyclebaar zijn. In zo'n economie, zegt Marjolein Demmers, directeur corporate responsibility bij ingenieursbureau HaskoningDHV, verandert de rol van de burger. Nu is hij vaak een eigenaar van spullen, hij wordt een gebruiker van diensten.

Een autobezitter denkt bij vervoer aan zijn auto. Wie geen auto heeft, maar vervoer nodig heeft, zoekt een vervoermiddel, een dienst. Dat kan een huurauto zijn, een Greenwheels, een bus of een trein. Zo is de dienstenzoeker flexibeler dan de autobezitter en spaart hij de vaste kosten uit die de autobezitter wel heeft.

Philips is een bedrijf dat modern denkt, zegt Demmers. Vroeger verkocht het lampen, nu licht. Het regelt licht voor steden, wijken of kantoren en zorgt voor het onderhoud van het syteem.

"Als je niet in lampen denkt maar in licht, als je geen spullen verkoopt, maar een dienst, ga je anders opereren. Dan ga je verlichting slim aansturen, want daar heeft de stad baat bij. Dan zorg je voor solide systemen. Dan denk je bij het ontwerp van een lichtsysteem ook aan aspecten als veiligheid en communicatie."

Volgens Demmers doen Nederlandse bedrijven er goed aan op die manier te gaan denken. "Circulaire economie is echt iets om op in te zetten."

Van prut naar nut

'Afval bestaat niet', is de leus van afvalverwerkeer Van Gansewinkel, en Nederland is op weg die leus waar te maken. Bijna 85 procent van het afval in Nederland wordt nuttig gebruikt, constateerde het Planbureau voor de Leefomgeving dit jaar, en voor het bouw- en industrieel afval ligt dat percentage boven de 90 procent.Daarmee scoort Nederland hoog in vergelijking met de meeste andere landen. Afval? Geen prut maar nut.

Toonaangevend zijn ook Nederlandse waterzuiveraars en ingenieursbureaus, de laatsten vooral op het gebied van water. Hun kennis op het van waterbesparing, watermanagement en bescherming tegen (toekomstige) watersnoden gaat de hele wereld over.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden