Neerlandocentrisme

Wanneer mag een volk zich soeverein noemen, van geen hoger gezag afhankelijk? In de middeleeuwen was zo'n vraag absurd: alleen God was soeverein en hier op aarde mocht alleen Zijn gezalfde, de dominus mundi, de keizer, aanspraak maken op regelrecht aan Hem ontleende soevereiniteit. Maar sinds de opkomst van het idee van volkssoevereiniteit mocht in principe ieder volk zich soeverein noemen, zij het dat in de praktijk de soevereiniteit beperkt bleef tot nationale staten, die soms uit meerdere volkeren bestonden.

Een pragmatische oplossing, want wat te doen met al die volkeren die zich in hun soevereine natie allerminst gelukkig voelen? Met Bosnië? Met Tsjetsjenië? Met Nigeria, waarin de Saro-Wiwa's de staat desnoods in vele tientallen, elkaar te vuur en te zwaard bestrijdende volkeren willen opsplitsen?

Maar hoe dan wel? Vijftig jaar geleden was dit voor Nederland het kernprobleem toen Soekarno op 15 augustus 1945 eenzijdig de republiek Indonesië uitriep. Een land zo groot als Europa en bestaande uit vele volkeren kon zich onmogelijk van de ene op de andere dag als een soevereine staat beschouwen. Dat zou alleen maar op chaos uitdraaien. En zo begon het gevecht om de aard en de invulling van een soeverein Indonesië, dat in 1948 uitdraaide op een afgedwongen soevereiniteitsoverdracht, die een radicale breuk tussen beide landen tot gevolg had en aan onze kant een trauma veroorzaakte waarvan we tot op de huidige dag nog niet zijn genezen.

Wat is er fout gegaan? De vraag is in veel studies aan de orde geweest. Maar nog niet zo uitvoerig en systematisch als in de vorige week verschenen studie van de historicus Melchior Bogaarts; twee kloeke delen van ruim veertienhonderd pagina's in de reeks Parlementaire Geschiedenis van Nederland na 1945, geheel gewijd aan de kwestie Nederlands-Indië die grotendeels onder het kabinet-Beel ('46-'48) werd afgehandeld.

Zijn conclusie in dit magnum opus: Nederland heeft tot twee keer toe een gouden kans gehad om tot een voor beide partijen acceptabele regeling te komen, met het Linggadjati-akkoord in 1946 en later in samenwerking met België, Australië en de VS met de samenstelling van het Renville-pakket (november '47), maar heeft die laten lopen. De oorzaken: legalisme en traagheid in de besluitvorming, onvermogen om een groot gebaar te maken, Neerlandocentrisme en het onvermogen feiten en wensdromen te kunnen onderscheiden.

Het klinkt hard, maar eigenlijk is Bogaarts opvallend mild. Te mild, denk ik, want in feite zegt hij: Nederland was van goede wil, er zijn echter fouten gemaakt. Vanuit mijn comfortabele stoel en vijftig jaar later neig ik echter tot een aanmerkelijk harder oordeel. Wat ons vooral parten heeft gespeeld is een koloniale mentaliteit, die op haar beurt weer te maken had met een achterhaalde soevereiniteitsopvatting. Nederland beschouwde zich als het van God gegeven patriarchale gezag over een miljoenenbevolking die het zelf niet tot een dergelijke gezagsuitoefening in staat achtte. Men zag - je kunt het in de boeken van Bogaarts allemaal nalezen - in Soekarno de baarlijke duivel, een verderfelijke revolutionair, die bovendien nog eens geheuld had met Japan.

De protestanten Schouten en Tilanus voorop, maar ook de VVD'er Oud, waren onverzoenlijk en op de achtergrond (ook dat onthult Bogaarts) hamerde koningin Wilhelmina evenzeer op het aambeeld van het gezag. Bogaarts veronderstelt zelfs dat haar vervroegde troonsafstand in 1948 verband houdt met teleurstelling over Neêrlands gebrek aan militaire doortastendheid. Het voert te ver om net als de schrijver H. Hofland bij de presentatie van de boeken deed de toenmalige politici alsnog voor het gerecht te willen dagen, omdat zij onder dwang dienstplichtigen hebben misbruikt voor pure machtspolitiek.

Daarentegen raakte de zoon van de oud-minister van koloniën, J.M. Jonkman, de kern met zijn stelling dat we de slag eigenlijk al in 1938 hadden verloren. Toen hielden we tegenover de Indische volksraad vast aan de voogdijgedachte. Hielden we vast dus aan ons gezag, ons idee van soevereiniteit, dat bij de daarop volgende bezetting door Japan niets bleek voor te stellen.

Een bescheidener opstelling na de oorlog zou daarom passender zijn geweest. Juist dat kon een vernederd Nederland toen niet opbrengen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden