'Neem voortaan de natuur als uitgangspunt'

Ex-minister Agnes van Ardenne en hoogleraar Frank Berendse presenteerden gisteren het advies 'Onbeperkt houdbaar', dat de opmaat vormt naar nieuw natuurbeleid. Niet Den Haag, maar de regio krijgt de touwtjes in handen.

Tsja, wie heeft er eigenlijk niet meegewerkt aan het advies aan het kabinet, waarop staatssecretaris Sharon Dijksma de komende maanden haar nieuwe natuurbeleid moet baseren? Meer dan vijftig vooraanstaande experts uit de groene wereld zijn benaderd, en onder het rapport liggen nog eens zeven speciaal voor dit doel uitgevoerde wetenschappelijke studies.

Maar dan heb je ook wat: het advies 'Onbeperkt houdbaar' is een volwaardige opvolger van het Natuurbeleidsplan uit 1990, waarmee toenmalig landbouwminister Braks met zijn destijds nieuwe Ecologische Hoofdstructuur de toon zette voor het huidige natuurbeleid. Dat plan is nog steeds uitstekend, zeggen Van Ardenne en Berendse, maar met nieuwe wetenschappelijke inzichten moeten er wel volgende stappen worden gezet.

U bent als voorzitter van de commissie die dit advies uitbracht een relatieve buitenstaander, en heeft zich ondergedompeld in wereld die natuurbeheer heet. Wat is u in deze sector opgevallen?
Van Ardenne: "Wat mij frappeerde was de verkokering tussen de natuur waarin de overheid probeerde te voldoen aan internationale eisen, de natuur waarin de burger wil genieten en de natuur van de wetenschap: de ecologen. Maar ik zag nóg een versplintering. Ook de natuurorganisaties zitten in hun eigen cocon, met eigen afspraken en doelen. Dat is heel lang goed gegaan, maar als we met minder overheidsgeld stappen willen zetten naar duurzaam natuurbeheer in robuuste gebieden, hebben we nieuwe samenwerkingsverbanden nodig die niet de eigen organisatie, maar de natuur als uitgangspunt nemen."

U stelt in het advies dat Nederland moet overgaan naar natuur in grote oppervlaktes en niet langer 'soorten moet tellen', maar ook robuust en langlopend beleid moet ontwikkelen. Zegt u daarmee dat de natuurbeheerders de afgelopen jaren maar wat getuinierd hebben?
Van Ardenne: "Nee, dat vind ik niet. Het was eerder de tijdgeest waarin dit kon gebeuren. We moeten dit beleid nu uitbouwen op basis van nieuwe inzichten."

En die zijn?
Berendse: "De afgelopen twintig jaar hebben we geprobeerd de teruggang van de natuur te keren door zoveel mogelijk geïsoleerde gebiedjes of 'eilanden' met elkaar te verbinden. Samen zouden die eilandjes één groot natuurgebied vormen, was de gedachte. Nu weten we dat het zo niet werkt. De eilanden moeten in de eerste plaats veel groter zijn en plaats kunnen bieden aan minimaal twintig deelpopulaties van dieren en planten, wil een duurzame situatie ontstaan. Al die soorten hebben niets aan enkele verbindingszones. Tussen grote reservaten moet doorlaatbaar of dooraderd agrarisch gebied liggen waardoor soorten zich op verschillende manieren kunnen bewegen."

De afgelopen twintig jaar is er één miljard euro gestoken in agrarisch natuurbeheer. Als het doel was geweest met dit geld de soorten op het platteland te decimeren, was het project geslaagd. Maar met dit geld had de natuur juist beschermd moeten worden.
Van Ardenne: "Laat ik het houden bij de opmerking dat dit een schokkende conclusie is. In ons advies stellen we dat het natuurbeheer door boeren op een groot fiasco is uitgelopen, omdat deze vorm van beheer heel versnipperd heeft plaatsgevonden, in combinatie met bedrijfsmaatregelen die juist schadelijk zijn voor natuur, bijvoorbeeld gebruik van mest en gif. De financiering van ineffectief agrarisch natuurbeheer moet daarom worden gestopt."

Dus is er ook effectief natuurbeheer door boeren?
"Jazeker, maar dat kan nooit in combinatie met intensieve landbouw. Wij adviseren alleen boeren die bereid zijn tot vergaande maatregelen, nog in aanmerking te laten komen voor deze subsidieregeling, mits hun hectares in de omgeving liggen van reservaten of als verbinding tussen natuurgebieden kunnen dienen. Intensieve landbouwbedrijven in die zones moeten worden uitgekocht of in het uiterste geval onteigend. Voordeel van de scheiding tussen natuur en ecologische landbouw enerzijds, en intensieve landbouw anderszijds, is overigens dat in intensieve gebieden de productie omhoog kan omdat milieu-hindernissen wegvallen."

U stelt ook dat er een bouwstop voor ecoducten moet komen. Maar daar is juist zo'n 400 miljoen euro aan uitgegeven.
Berendse: "Ik heb Rijkswaterstaat herhaaldelijk voorgesteld het nut van die natuurbruggen wetenschappelijk te onderzoeken, maar dat is nooit gebeurd en daarover bestaan twijfels. Je hoeft ook niet alle gebieden per se met elkaar te verbinden, als deze zelfstandig maar groot genoeg zijn. Soms is het beter geen duur ecoduct te bouwen, maar met dat geld juist het oppervlak van natuurgebieden uit te breiden."

Bij die ontwikkeling van grote gebieden met dynamische natuur wordt u gehinderd door de regelgeving die de natuur juist moet beschermen?
Berendse: "Laat ik het zo zeggen: veel wet- en regelgeving gaat er van uit de natuur is vast te leggen. We dienen een bestaande situatie in een gebied te stabiliseren. Vaak tegen wil en dank, want natuur is dynamisch en verandert voortdurend, onder andere door klimaatinvloeden en andere factoren waarop wij als mens geen invloed hebben. Het heeft geen zin om zogenaamde doelsoorten te tellen als de afgelopen jaren zo'n tweehonderd planten zich van zuid naar noord hebben verplaatst en een totaal ander botanisch beeld van Nederland is ontstaan. Is het beleid dan mislukt?

"Veel belangrijker is het de randvoorwaarden van gebieden te verbeteren. Als de reservaten groot zijn, nat, zonder hoge stikstofneerslag uit mest en als verdelgingsmiddelen uit de landbouw niet kunnen overwaaien, ontstaat een voedingsbodem voor natuurlijke processen. En daarin kan de soortenrijkdom pas toenemen."

Van Ardenne: "We hebben juristen laten uitzoeken of de Europese spelregels niet meer ruimte bieden dan we tot nu toe dachten. Dat is zo. We hoeven niet zo star vast te houden aan het behoud van soorten, als we de kwaliteit van gebieden maar verbeteren. Maar om andere vernieuwingen in beleid door te voeren, zullen we in Brussel nog een behoorlijk robbertje moeten vechten."

In het advies wordt niet langer uitgegaan van de Ecologische Hoofdstructuur, maar van regionale Natuurnetwerken. Wat is de gedachte daarachter?
Berendse: "Die nieuwe naam Natuurnetwerken hebben we overgenomen uit de wedstrijd die Trouw vorig jaar uitschreef onder lezers op zoek naar een toegankelijk begrip voor deze verbindingen. Ecologische Hoofdstructuur is te technisch en te beladen. Juist in de regio is er zicht op de mogelijkheden voor clustering van natuurgebieden. Daar komt na de decentralisatie van het natuurbeleid ook het geld voor natuur vandaan. En tot slot: natuur dicht bij mensen zorgt voor een grotere betrokkenheid, waardoor de natuur beter wordt geborgd."

Wat betekent de regionalisering van het natuurbeleid voor de grote landelijke organisaties als Natuurmonumenten en Staatsbosbeheer?
Van Ardenne: "Deze organisaties hebben een uitstekende staat van dienst. Maar een nationaal natuurbeleid is niet langer houdbaar, en daar zullen zij zich aan moeten aanpassen. Het beleid wordt straks niet langer in Den Haag gemaakt, maar in de provincies. Het is onontkoombaar dat de landelijke organisaties zullen decentraliseren en hun hoofdvestigingen moeten afschalen. Op regionaal niveau worden straks nieuwe verbanden gezocht tussen natuurbeheerders, particulieren en het bedrijfsleven. En het is wat mij betreft ondenkbaar dat Natuurmonumenten en Staatsbosbeheer daarin géén partij zijn."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden