'Neem een voorbeeld aan Australië'

Advocate hekelt afwikkeling van asbestclaims in Nederland. 'Het kan ook in enkele weken.'

Nederland schiet ernstig tekort in het vergoeden van smartegeld aan asbestslachtoffers. Dat zei advocaat Lydia Charlier gisteren tijdens een Europees asbestcongres in Amsterdam.

Het Nederlandse Instituut Asbestslachtoffers (IAS), in 2000 opgericht om mensen met asbestkanker een slepende rechtsgang te besparen, scheept slachtoffers af met te lage vergoedingen, vindt zij. Asbestslachtoffers worden financieel slechter behandeld dan andere groepen slachtoffers. "Ten onrechte beschouwen wij het vergoedingensysteem en de bemiddeling door het Instituut Asbestslachtoffers als een rustig bezit. Nederland is er door in slaap gesukkeld", aldus Charlier.

Er is in Nederland al langer kritiek op de aanpak van asbestzaken. In 2013 stelde het Comité Asbestslachtoffers van de SP, ooit een van de initiatiefnemers van het asbestinstituut IAS, dat de helft van de slachtoffers in Nederland schadevergoeding misloopt doordat zij direct worden verwezen naar gespecialiseerde advocaten.

Volgens letselschadeadvocate Charlier zou Nederland een voorbeeld moeten nemen aan de Australische deelstaat Nieuw-Zuid-Wales, waar asbestslachtoffers een snelle procedure bij een gespecialiseerde rechtbank doorlopen en een smartegeld van rond de 200.000 euro ontvangen. In Nederland ligt het maximale bedrag na bemiddeling door het Instituut Asbestslachtoffers op een kleine 60.000 euro.

Het IAS zelf vindt dat er niets mis is met de Nederlandse smartegeldregeling voor mensen met mesothelioom. "Het systeem werkt erg goed", stelt Rob van der Heijden, voorzitter van het IAS. "Alle partijen die bij de vorming van het instituut betrokken zijn, zijn tevreden. Je kunt natuurlijk altijd kijken of het sneller kan, of de bedragen nog goed zijn. Dan doen we ook. Maar duidelijk is dat het ministerie geen aanpassing wil van de smartegeldbedragen."

Van der Heijden vindt dat het IAS asbestclaims snel afwikkelt. "We werken op basis van een zorgvuldige beoordeling. Dat vraagt tijd."

Advocaat Charlier besprak gisteren tijdens het congres de zaak van een cliënt die in oktober 2014 asbestkanker kreeg. De man had in 1957 een jaar in Nederland gewerkt bij het asbestverwerkende bedrijf Hertel. In 1958 emigreerde hij naar Australië, waar hij onder meer werkte bij James Hardie, een grote asbestproducent in de Australische deelstaat Nieuw-Zuid-Wales. In 1963 keerde hij terug naar Nederland.

Nadat mesothelioom bij de man was vastgesteld, zocht hij begin 2015 contact met een Australische advocate. Deze diende na overleg met Charlier een schadeclaim in bij een gespecialiseerde asbestrechtbank in Nieuw-Zuid-Wales, het Dust Diseases Tribunal. Deze rechtbank kan binnen enkele weken, zelfs al binnen enkele dagen, tot een vonnis komen. De rechters hebben toegang tot een databank met alle mogelijke informatie over eerdere asbestzaken. De Australische schadevergoedingen liepen de afgelopen jaren uiteen van 175.000 tot 350.000 euro.

De volle procedure van de cliënt van Charlier werd in Nieuw-Zuid-Wales binnen zeven weken afgerond, ondanks de tijdrovende bijkomstigheid dat zijn verklaring bij een notaris in Nederland moest worden opgenomen. De man stierf kort na zijn 77ste verjaardag op 18 maart. Ruim twee weken daarvoor had hij de schadevergoeding al uit Australië ontvangen. "Hij overleed in de wetenschap dat hij zijn dierbaren verzorgd kon achterlaten", aldus Charlier.

De snelle en ruimhartige afwikkeling van de zaak, staat volgens haar in scherp contrast met de Nederlandse praktijk. Om de 'dubbele lijdensweg' van mesothelioomslachtoffers (snelle slopende ziekte, trage slepende rechtsgang) te vermijden werd vijftien jaar geleden in Nederland het Instituut Asbestslachtoffers (IAS) opgericht.

De cliënt van Charlier had ook bij dit IAS kunnen aankloppen. Hij had dan binnen twee tot drie maanden een voorschot van bijna 20.000 euro ontvangen op een eventueel smartegeld. Het IAS zou vervolgens hebben bemiddeld bij de voormalige werkgever Hertel over een schaderegeling. Als deze de aansprakelijkheid zou hebben erkend, zou de man binnen ongeveer zes maanden een vaste smartegeldvergoeding van bijna 60.000 euro hebben ontvangen. Maar als aansprakelijkheid zou worden afgewezen, restte hem alleen nog de weg naar de rechter.

"Die procedures zijn traag, moeizaam, schrikbarend duur en de uitkomsten zijn slecht voorspelbaar. Anno 2014 zijn procedures in beroepsziekten die zes tot zeventien jaar duren geen uitzondering", aldus Charlier.

Omdat haar cliënt meer dan vijftig jaar geleden voor het laatst met asbest werkte, was de kans groot dat zijn vroegere werkgever zich zou hebben beroepen op verjaring. In dat geval zou haar cliënt waarschijnlijk genoegen hebben moeten nemen met alleen het IAS-voorschot van krap 20.000 euro. Volgens Charlier had haar cliënt 'geluk' dat hij van de regeling in Australië gebruik kon maken.

Als de man in Nederland naar een rechter was gestapt en verjaring zou zijn afgewezen, zou de rechter zich volgens haar bij het vaststellen van het bedrag baseren op de 'poldernorm' van het IAS. De uitkering in Nederland zou daardoor een factor 4 lager uitkomen dan de gangbare smartegelduitkering in Nederland, die volgens Charlier en andere schade-experts toch al erg laag is in vergelijking met andere landen.

Het hoogste uitgekeerde smartegeld in een (niet-asbest) zaak in Nederland in 2013 was 150.000 euro, in het Verenigd Koninkrijk was dit 380.000 euro en in Duitsland 650.000 euro.

Charlier: "Het leven van een asbestslachtoffer is blijkbaar minder waard van het leven van andere slachtoffers. En ook nog eens minder waard dan in het buitenland."

Ook bij de Britse rechter gaat het sneller en soepeler

Ook in Groot-Brittannië kunnen asbestslachtoffers sneller en met hogere vergoedingen een asbestclaim afwikkelen. De Britten hebben een versnelde procedure voor asbestslachtoffers. In urgente zaken, bijvoorbeeld als de slachtoffer al stervende is, kan al binnen twee dagen een inhoudelijke behandeling plaatsvinden. Slaagt een werkgever er tijdens deze zitting niet in de rechter te overtuigen van de afwezigheid van aansprakelijkheid, dan beveelt hij direct al betaling van een voorschot.

De Britse rechter vindt het niet aanvaardbaar dat vertraging ten koste gaat van het slachtoffer dat nog maar kort te leven heeft. Als het slachtoffer overlijdt of al te ziek is om zich te verdedigen, wordt doorgaans verder aanvullend bewijs van de werkgever geweigerd. Die moet maar zorgen dat hij zijn zaken tijdig op orde heeft. Het snelle verloop van de procedure in Groot-Brittannië is mogelijk doordat gespecialiseerde rechters in asbestzaken veel gezag hebben. Een asbestzaak kan binnen twee maanden worden afgerond.

De Nederlandse beroepsziekte-expert Yvonne Waterman, die het European Asbestos Forum organiseerde, vindt dat ook de versnelde afwikkeling in het Britse systeem een belangrijke les kan zijn voor de stroperige Nederlandse praktijk. "Met een strak gehanteerd tijdsschema, een duidelijke inrichting van de gerechtelijke procedure en rechtskamers die gespecialiseerd zijn in beroepsziekterecht, valt veel tijd te winnen en geld te besparen.''

Ook Waterman pleit voor een openbare, digitale databank van bewijsstukken uit asbestzaken, zoals in Australië. "Dan hoeft niet iedere werknemer het bewijsrechtelijke wiel opnieuw uit te vinden."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden