Neem Acda weer mee naar buiten en laat de grappen thuis

Kleinkunst

Acda & De Munnik spelen. Regie: Ruut Weissman, muz. begeleiding David Middelhoff. Gezien Kleine Komedie Amsterdam. Tournee t/m juni.

Thomas Acda heeft het moeilijk, dat zie je al aan de manier waarop hij uit het raam kijkt. Gebogen schouders, peinzende blik, staren zonder iets te zien. Het geruis komt van de verhitte zomerstad onder hem. Al anderhalf jaar zit hij thuis door persoonlijke perikelen, vertelt hij. En dat zijn artistieke wederhelft Paul de Munnik met JP den Tex en Kees Prins op tournee ging, zat hem ook niet lekker. Sindsdien sluit hij zich op, en af.

Om Acda’s vluchtgedrag te vlug af te zijn, komen De Munnik en muzikant David Middelhoff wel bij hem in de huiskamer spelen. De vleugel staat er al, andere instrumenten nemen ze mee. Naar huis gaan kan Acda zo niet. Naar bed is nog de enige uitweg, en hij eindigt de voorstelling dan ook gekleed in pyjama, net als De Munnik. Maar tegen die tijd is er wel iets gebeurd. Dat zie je aan het pyjamajasje ruilen, zoals voetballers met shirtjes doen na de wedstrijd. En anders wel als het decor het geheim onthult dat al die tijd schuilging achter de eenvoud ervan - een stralend symbool van een nieuw begin.

Na de muziektheatervoorstelling ’Ren Lenny Ren’ en de concerttour ’Op Voorraad III, Jaren Ver Van Hier’ keren Acda & de Munnik ’terug naar de basis’. In de nieuwe voorstelling brengen ze niet alleen veel muziek maar ook ’onvervalst cabaret’. Net als in de begintijd, toen haast ondanks de hits.

Maar om nou van een cabaretvoorstelling te spreken. Daarvoor zit er te weinig lijn in de intermezzo’s en zijn veel grappen te vrijblijvend. Als Acda brommerig zijn eigen muziek onderuithaalt – wat een intro, moppert hij oeverloos, staan we soms in de lift, dit kan elk nummer uit de top veertig zijn – werkt dat best komisch. Als hij klierig een solo-intro van De Munnik verpest door de microfoon in zijn oog te duwen, of andersom, wordt er gelachen, zoals je lacht als iemand een lepel aan z’n neus hangt.

Maar zodra het een laag dieper moet gaan in deze voorstelling over vriendschap en wat er niet gezegd kan of hoeft te worden, suggereren ze een dramatiek die er niet is.

Niveau halen ze wel in de liedjes, afkomstig van het laatste album ’Nachtmuziek’. Over mensen die weggaan of dood, zo vat Acda zijn songteksten samen. Verder gaat het over een vrouw die als ’lief’ wordt aangesproken, en een volgende vrouw die ’nieuwe lief’ heet.

In de samenzang en de muziek zijn ze zichzelf en op hun gemak. Waarbij je in de stem van De Munnik steeds meer de echo van Bram Vermeulen hoort, Acda zijn leukdoenerij verruilt voor een serieuze toon, en Middelhoff mooie accenten plaatst.

Dat ze zich best kunnen redden zonder muziek blijkt wel als De Munnik ’Stel dat we wel’, vol onafgemaakte gedachtes en uitspraken, omvormt tot een dynamisch gedicht. Je zou hem adviseren: neem Acda weer mee naar buiten, om te spelen in die zomerstad, en ver daar buiten, maar laat de grappen thuis.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden